artikel

Aanpak van mens, organisatie en techniek

Wetgeving

Het vak naar een hoger plan tillen doet Van der Weide door zich sterk te maken vroeg bij projecten betrokken te raken. Bijvoorbeeld bij de invoering van een nieuw Europees treinbeveiligingssysteem. Zijn bureau ontwierp de mensmachine-interface voor het EU-systeem dat inmiddels ‘draait’ op de HSL-lijn en de Betuweroute. Kern is dat risico’s als het door rood licht rijden bij een snelheid onder de veertig kilometer per uur opgeheven zijn. Toch adviseerde zijn bureau wel om belangrijke beslissingen bij de machinist te laten om het werk zinvol te houden en de werknemer alert. “Mijn voorganger professor Rookmaaker heeft ervoor gezorgd dat we betrokken raakten bij dit Europese project. Hij liep in een fietsenhok aan tegen iemand die er mee bezig was. Zo is het balletje gaan rollen. Managers zitten niet te wachten op nog een partij bij een project. Terwijl ergonomen prestaties bevorderen en bij cruciale beslissingen aan de voorkant van een project het bedrijfsdoel dienen.”

 

Om die plek te veroveren dien je de taal van het bedrijf te spreken, meent Koningsveld. Hij ontwikkelde voor een schroevendraaierfabrikant een kosten-batenanalyse die aantoonde dat hun ergonomisch gereedschap weliswaar een dubbeltje duurder was, maar voor zes procent productiviteitsverbetering zorgde. De thuiszorg voerde ergonomische richtlijnen in omdat Koningsveld aantoonde dat ze de medewerkertevredenheid verhoogden. “Het is net de kermis. Je trekt aan de touwtjes tot je een keer die beer ophaalt. Je moet luisteren naar de behoeften van de klant.”

 

De ergonomie kan dat beter dan de arbeidshygiene, volgens Koningsveld. Deels omdat het verhogen van prestaties in het ergonomiedomein zit. “Maar vooral ook omdat ergonomie niet verplicht afgenomen wordt. Ik was eind jaren zeventig bestuurslid van de NVvE toen ons dat ‘noodlot’ overkwam. Veel collega’s vonden en vinden dat een ramp. Ik niet. Wettelijk moeten is net als levertraan. Het is niet lekker en het moet. Je kunt beter zorgen dat ze trek in je krijgen. Bovendien creeert verplichting luiheid.”

 

“Ergonomie heeft een positieve connotatie”, zegt Van der Weide. “Wij verhogen de productiviteit van mens en machine. Andere disciplines kijken vooral vanuit arbeidsomstandigheden. De ergonoom ook, maar het moet ook bijdragen aan een beter bedrijfsresultaat. Dat spreekt managers aan. Want iedere cent die te veel besteed wordt aan arbeidsomstandigheden, is zonde. Maar niet als de resultaten omhoog gaan.”

 

Toch kritiseert Koningsveld zijn collega’s die nog veel te wetenschappelijk denken. “Still, the fact that most ergonomists have an academic home base, implicates that scientific justification gets more attention than implementation of results”, schrijft hij in zijn onlangs gepubliceerde artikel. Hoe rijmen we dat met het bijdragen aan het bedrijfsresultaat? Koningsveld: “Internationaal zijn 18.000 mensen bij ergonomieverenigingen aangesloten, lS.000 bij universiteiten of wetenschappelijke instellingen. Dat bepaalt de toon. Toepassing van het onderzoek is bij hen geen doel. Bij adviseurs wel. Die krijgen alleen een nieuwe opdracht bij goede referenties.”

 

Jan Dul, Professor of Technology and Human Factors en voorzitter van de faculteit Management of Technology and Innovation aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, deelt de zorgen om het vakgebied. Hij wil de werkplekinrichting niet kwijt en de grenzen ook niet scherper stellen. “Ik ben het met Koningsveld eens als we het hebben over de selecte, kleine groep registerergonomen. Maar het merendeel van de vijfhonderd ergonomen in Nederland doet wel aan die werkplekinrichting. Verbreed daarom de naam in bijvoorbeeld Ergonomics and Human Factors, zoals de ergonomievereniging in Groot-Brittanie onlangs heeft besloten. Je geeft daarmee aan dat ergonomie breed is en zich richt op zowel ontwerpprocessen als werkplekinrichting. Maar volgens Dul kampt de ergonomie meer met een identiteitscrisis dan een imagocrisis. Door de arbowetgeving lag de focus van zowel het wetenschappelijk onderzoek als de praktijkadvisering te veel op veiligheid en gezondheid. Veel ergonomen zijn er nog niet klaar voor om zich ook te richten op de primaire bedrijfsdoelen, zoals Dul ook schrijft in zijn recente artikel ‘Ergonomics contributions to company strategies’. Des te belangrijker dat ze zich bijscholen in het herkennen en nastreven van bedrijfsdoelen. De bewustwording is er. Zijn eigen universiteit ontwikkelt inmiddels een bedrijfskundig programma voor ergonomen en andere arboprofessionals van een grote marktpartij. ”Als we willen dat het vak blijft bestaan en niet alleen voor het selecte groepje registerergonomen, dan moeten we een inhaal slag maken. De claim van het vakgebied dat we ook aan bedrijfsdoelen kunnen werken is terecht. We moeten het alleen waarmaken. Niet alleen via marketing, maar vooral ook door anders werken, anders praten en anders netwerken.”

 

Reageer op dit artikel