artikel

‘Als je zeurt, ben je een watje’

Wetgeving

Martina vindt dat de bouwsector ‘menselijker’ moet worden en meer rekening moet houden met veiligheid. ‘Neem nou zo’n kortsluiting. Ieder bouwbedrijf kan dat met goede drainage voorkomen. Maar ze willen daar geen extra tijd aan besteden. Ze zien je als een voorwerp. En als het mis gaat, wijzen ze op de Arbowet. Eigen schuld, dikke bult, zeggen ze dan. Kijk, ik werk graag, maar wel op een fatsoenlijke manier. Wat heb ik eraan als ik het straks niet meer kan navertellen?’

 

Jan Laemers, bedrijfstakdirecteur Bouw van de Arbeidsinspectie, herkent de problematiek. De bouw is van oudsher een bedrijfstak met een machocultuur. ‘Als je naar veiligheid keek, werd je niet serieus genomen’, zegt Laemers in een telefonische reactie. ‘Dat geldt net zo goed voor werknemers als voor zzp’ers.’ Hoewel het veiligheidsbewustzijn van de nieuwe generatie volgens hem wel degelijk is verbeterd, worden gevaarlijke situaties nog steeds vaak veroorzaakt door cultuuraspecten: organisatie, menselijk gedrag en toezicht.

 

De Arbeidsinspectie stuurt dagelijks tachtig controleurs op pad om de arbeidsomstandigheden in de bouw te controleren. De inspecteurs letten vooral op veiligheid (valgevaar, getroffen worden, aangereden worden), gevaarlijke stoffen (asbest, kwarts, oplosmiddelen), lawaai en fysieke belasting. Ze richten zich niet specifiek op zzp’ers. Die komen ze op de bouwplaats vanzelf tegen want het wemelt ervan.

 

Meer dan eens blijkt dat er bij zzp’ers misverstanden leven over de regels. Laemers: ‘De Arbowet geldt voor een groot deel ook voor hen. Alleen als het gaat om fysieke belasting, gelden er andere regels voor zzp’ers. Werknemers in loondienst mogen in hun eentje niet te zwaar tillen. Ze bepalen zelf hoeveel. Wij geven trouwens wel aan dat dat niet verstandig is.’

 

Laemers heeft niet de indruk dat de bouwbedrijven het cultuurtje (‘als je zeurt, ben je een watje’) bewust in stand houden, zoals zzp’er Martina suggereert. Vooral grote en middelgrote bedrijven besteden de laatste jaren juist veel aandacht aan veiligheid en voorlichting, stelt Laemers. ‘Omdat ze een goede werkgever willen zijn en uit eigenbelang. Bedrijven zien de economische voordelen van een opgeruimde, schone en veilige bouwplaats. Dat verdient zichzelf terug.’

 

Ondertussen zien de bedrijven natuurlijk ook de economische voordelen van een hoge productie. In dit spanningsveld opereren zzp’ers. Ze zijn afhankelijker dan werknemers in vaste dienst. Ze kunnen sneller hun boterham kwijtraken (inclusief beleg) en zullen volgens Laemers daarom eerder geneigd zijn hun mond te houden tegenover veeleisende opdrachtgevers. Zijn advies is desalniettemin simpel: ‘Neem alleen veilige klussen aan.’

 

Laemers draait het om. Juist omdat zzp’ers extra kwetsbaar zijn, moeten ze altijd hun gezondheid laten prevaleren en ‘nee’ zeggen tegen sommige opdrachtgevers. ‘Kijk als zzp’er altijd naar de lange termijn. Je moet er over twintig jaar ook nog staan. Laat gevaarlijke klussen schieten. Trouwens: goede opdrachtgevers waarderen het juist als zzp’ers hun grenzen stellen.’

 

Verbetering van de situatie voor zzp’ers is nodig, daar is ook de organisatie Arbouw van overtuigd. Arbouw wordt gefinancierd door werkgevers en werknemers en niet door zzp’ers. Toch heeft de organisatie wel degelijk belang bij een betere positie van zelfstandigen, stelt directeur Kees van Vliet: ‘Als zelfstandigen te veel risico’s nemen, heeft dat ook effect op bedrijven die hen inhuren en de werknemers in loondienst. Cru gezegd: als zzp’ers zichzelf willen slopen, is dat hun eigen keuze, totdat ze onze leden in gevaar brengen.’

 

Dat Van Vliet het niet heeft over hypotheses, blijkt uit de cijfers die hij noemt. In de bouw werken 419.000 mensen, waarvan zo’n 100.000 zzp’ers. Het aantal dodelijke slachtoffers betreft meer dan 30 procent zzp’ers. Vaak gaat het om buitenlandse schijnzelfstandigen, die zich door malafide bemiddelaars in duistere constructies laten lokken. ‘Het percentage ongevallen met zzp’ers neemt fors toe, weten we uit eigen onderzoek’, zegt Van Vliet.

 

Arbouw roept om maatregelen: de Arbowet moet volledig op zzp’ers van toepassing worden, inclusief fysieke belasting en de Beleidsregel Tillen. Dat een bouwvakker in loondienst een zak cement van meer dan 25 kilo niet alleen mag tillen en een zzp’er wel, is namelijk te gek voor woorden. Van Vliet: ‘De Arbowet moet veranderd worden. Allereerst omdat het veiliger is, verder vanwege het concurrentievoordeel van zzp’ers. Iemand die niet hoeft te voldoen aan de tilnorm, kan goedkoper werken.’

 

De huidige situatie is slecht voor het imago van de bouw, stelt Van Vliet. Zzp’ers en werknemers in loondienst lopen gemengd op de bouwplaats rond maar moeten aan verschillende regels voldoen. Dat valt niet uit te leggen. Van Vliet: ‘Het is beter voor ons imago als iedereen op een verantwoorde manier kan werken. We willen een lijn trekken in de arbocatalogus, die we nu aan het maken zijn.’

 

Arbouw loopt inmiddels de deur plat bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om fysieke belasting en de Beleidsregel Tillen voor zzp’ers in de Arbowet te krijgen. Het ministerie stemt vooralsnog niet in. Door de huidige wetgeving en het SER-advies is er namelijk geen ruimte om fysieke belasting op zzp’ers van toepassing te krijgen.

 

Malafide opdrachtgevers maken ondertussen dankbaar gebruik van het verschil in wetgeving. Ze misbruiken naieve zzp’ers voor het tillen van (te) zware spullen. Met (een gebrek aan) veiligheid als inzet beconcurreren ze andere aannemers. De zzp’ers lopen onverantwoorde risico’s en blijven met de gebakken peren zitten als het misgaat: aansprakelijkheid is bij onderaanneming nauwelijks aan te tonen.

 

‘Als zzp’ers in hun voortbestaan van dit soort opdrachtgevers afhankelijk zijn, zijn ze niet goed bezig’, zegt Ralph Otten, beleidsmedewerker van FNV ZBo. De vakbond voor zelfstandigen in bouw en hout adviseert zijn leden te focussen op kwaliteit, vakmanschap en een goede klantenkring en geen concessies te doen aan veiligheid. Otten: ‘Plat gezegd: niet te veel kloteklusjes aannemen. En een tarief hanteren waarin ook pensioenopbouw en verzekeringen zijn verwerkt.’

 

FNV ZBo wil net als Arbouw geen uitzonderingspositie voor zzp’ers in de Arbowet. Andere partijen, zoals VNONCW, willen echter niets weten van ‘gelijktrekken’ van de wet. Beleidsmedewerker Bob Koning van VNO-NCW: ‘Allereerst omdat werkgevers zelf daar geen voorstander van zijn. Niet voor niets hebben we ons in het nabij e verleden ingezet voor vermindering van de regeldruk, ook op arbogebied. Sommige partijen willen vergroting van de reikwijdte van de Arbowet om concurrentievervalsing terug te dringen. Maar de Arbowet is niet bedoeld als instrument voor marktregulering.’

 

Op meer regels en administratieve verplichtingen zit VNO-NCW duidelijk niet te wachten. Een risico-inventarisatie en -evaluatie en een plan van aanpak, een contract met een kerndeskundige en misschien ook nog een contract voor verzuimbegeleiding en periodiek medisch onderzoek? Dat wordt te dol. Koning: ‘Dat past niet bij ons streven naar een laagdrempelige toegang tot zelfstandig ondernemerschap.’

 

Als partijen het echt belangrijk vinden om concurrentieverstoring door ongelijkheid tegen te gaan, staat hen niets in de weg om in contracten met onderaannemers en toeleveranciers vast te leggen met welke middelen en methoden dat moet gebeuren. Daar is geen wettelijke verplichting voor nodig, stelt Koning, die wijst op de chemische industrie, waar al jaren op die manier wordt gewerkt.

 

Koning merkt op dat zzp’ers niet de beschermende deken om zich heen voelen van sociale voorzieningen en loondoorbetaling bij ziekte en dus alle belang hebben bij zelf hun werkomstandigheden ‘adequaat’ bewaken. Het punt is echter dat niet iedere zzp’er die verantwoordelijkheid aankan. Dus moet de Arbowet volledig voor zzp’ers gelden. Otten van FNV ZBo: ‘Zolang VNO-NCW dat tegenhoudt, is er werk aan de winkel en moeten we polderen. Dat kan jaren gaan duren.’

 

Wettelijke eisen voor zzp’ers

 

Zzp’ers hebben vooral te maken met de Arbowet. Verder moeten ze zich houden aan de voorschriften van de Belastingdienst, die hun fiscale status beoordeelt en eisen stelt aan de inrichting van de administratie, wettelijke bewaartermijnen en btw-boekhouding. Zzp’ers in de bouw zijn verder verplicht lid van het Bedrijfschap Afbouwen het Hoofdbedrijfschap gelden voor de bouw. Ook lidmaatschap van de KvK is verplicht.

 

Met het oog op het aangaan van contracten hebben zzp’ers te maken met het Privaatrechten het Verbintenissenrecht. Een zelfstandige stukadoor die zijn been breekt en zijn werk niet meer kan uitvoeren,mag -in tegenstelling tot iemand met een vast dienstverband- zijn buurman sturen, op voorwaarde dat die net zogoed is als hij. Als de stukadoor ofwel niemand stuurt of wel een buurman stuurt die er een zooitje van maakt, treedt het Verbintenissenrecht in werking en wordt de zzp’er aansprakelijk gesteld voor de geleden

 

schade.

 

 

Reageer op dit artikel