artikel

Minder inspecties, meer effect

Wetgeving

Dit inzetten van nadrukkelijker samenwerken sloot bijzonder goed aan op de ontwikkelingen in de politiek op het gebied van een terugtredende overheid, minder inspectielast met meer effect uit de inspecties. Na een verbeterprogramma in 2003 werd er vanaf 2006 een nieuwe projectorganisatie samengesteld: LAT (Landelijk Team) BRZO. Dit LAT ondersteunt bij samenwerkingsverbanden, biedt gezamenlijk ontwikkelde inspectie-instrumenten aan en zorgt voor landelijke coordinatie en informatievoorziening. Het team is proj ectmatig ingericht met een stuurgroep, een projectteam en projectondersteuning vanuit Senter Novem. De structuur is dus meer gestroomlijnd en geeft een betere invulling aan de uitvoering van het toezicht bij bedrijven. Is of wordt Nederland nu veiliger door toezicht?

 

Regionaal ontwikkelden de inspectiediensten en het LAT diverse producten, die het LAT vervolgens landelijk aanbiedt. Voorbeelden zijn de website, www.brzo99.nl, in beheer bij Senter Novem; de werkwijzer, met uniforme inspectieprocedures; de Nieuwe Inspectie Methodiek (NIM) waarop alle betrokken inspecteurs zijn opgeleid. Alle producten die te vinden zijn op de website, zijn door de gebruikers zelf ontwikkeld. Hierdoor worden de praktijkmethoden door de inspecteurs goed gebruikt.

 

De Europese Seveso ii regelgeving is in Nederland in het BrZO1999 vertaald. Dit Besluit risico’s Zware Ongevallen ’99 bevat naast alle verplichtingen voor bedrijven die werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen, ook de verplichting tot een uitgebreide samen werking van de betrokken toezichthoudende overheidspartijen. Het samenwerkingsverband dat door het BrZO’99 wordt verplicht, betreft het Bevoegd Gezag voor de uitvoering van de Wet milieu beheer (het BG ex Wm), de Arbeidsinspectie directie Major Hazard Control (AiMHC) en de brandweer.

 

 

Vervolgens werden de manieren van samenwerken en andere afspraken vastgelegd tussen de partijen en regio’s in bestuurlijke inspectieprogramma’s (BIP’s). Alle betrokken partijen hebben deze vervolgens ondertekend: een ‘gentlemen’s agreement’ waar de partijen elkaar op kunnen aanspreken. Ze voerden hierbij ook kwaliteitseisen door, zodat er ‘maatlatorganisaties’ ontstonden. Een partij voldoet aan de maatlat als zijn inspecteurs voldoende inspecties kunnen uitvoeren, waardoor er een gedegen ervaring ontstaat. Bovendien moeten alle inspecteurs de opleiding Nieuwe Inspectie Methodiek (NIM) gehaald hebben. De organisatie moet bovendien bij een minimaal aantal bedrijven toezicht uitvoeren. Waar dit toezicht niet mogelijk bleek, is er door de regiovorming en samenwerkingsafspraken geregeld dat inspecties bij de ‘maatlatinspecteur’ binnen een ‘maatlatorganisatie’ worden ondergebracht. De bedrijven zijn er dan zeker van dat kwalitatief goed opgeleide en ervaren inspecteurs de inspecties uitvoeren.

 

Verder is er een toezichtmodel (TM) opgesteld. Dit model helpt de inspecteurs om te bepalen met welke frequentie en hoeveel dagen bij het bedrijf zal worden geinspecteerd. Het is een indicatief model; het is mogelijk dat de inspecteurs op basis van inspectieresultaten en handhaving bepalen dat het aantal inspectiedagen meer of minder moet worden. Hiermee wordt de inspectiejaarplanning bepaald, die dus gemotiveerd kan afwijken van de verplichting tot jaarlijkse inspectie bij de BRZO-bedrijven.

 

Een winst in de samenwerking is de ontwikkeling van de ICT-applicatie gemeenschappelijke inspectieruimte (GIR). Toezichthoudende organisaties kunnen deze applicatie via de BRZO-website bereiken. Hierin zetten de inspecteurs gezamenlijk hun inspectieplanning en bijbehorende agenda. Ook de resultaten van de inspecties worden ingevoerd. Dat leidt tot een gezamenlijk, door het systeem gegenereerd rapport. Een hele verbetering vergeleken bij de eerdere nietjesversie. De samenwerking tussen de diensten is zeker een verbetering voor bedrijven. Zij krijgen te maken met professionelere inspectieteams en uniformere inspectiewijzen in het land. Ook is het duidelijker waarop en wanneer ze geinspecteerd worden. Voor de inspecteurs is er ook veel verbeterd door de samenwerking. Er is meer onderlinge uitwisseling, meer kennisoverdracht, en uniforme inspecties bij verschillende vestigingen van hetzelfde bedrijf.

 

Door de huidige ontwikkelingen wordt een actieve en flexibele opstelling van de samenwerkende diensten verwacht. Politieke commissies doen voorstellen voor veranderingen in het overheidstoezicht. Zo stelt bijvoorbeeld de commissie Mans voor om handhaving in het kader van het BRZO door een landelijke handhavingsorganisatie te laten uitvoeren. Vooralsnog blijft echter de LAT BRZO-structuur gehandhaafd en wordt verdere regionalisering voorbereid. Ook ontplooien de drie diensten zelf initiatieven. Op korte termijn start regio Zuid een pilot, waarbij de drie inspectiediensten vanuit een pool met een centrale aansturing het toezicht zullen uitvoeren op de BRZO-bedrijven.

 

Is het nu zoveel veiliger geworden door al dat toezicht? Die vraag blijft lastig te beantwoorden. Er is natuurlijk geen 0-meting. Er bestaat geen parallelle wereld waar we kunnen uitproberen hoe veilig Nederland is zonder toezicht. Wel worden tijdens inspecties nog steeds verbeterpunten gevonden bij bedrijven, op zowel systeemniveau als technisch uitvoerend niveau. En worden de inspecties risicogestuurd gepland met het Toezichtmodel als hulpmiddel. Dit kan dus bij goede resultaten leiden tot verminderd toezicht. Vanuit het oogpunt van de toezichthouder is het antwoord op deze vraag daarom ja.

 

Op de website www.brzo99.nl staan de werkwijzer, de NiM, nieuws, de agenda voor regiobijeen komsten en contactadressen van het LAT. Diverse bijeenkomsten worden ook voor het bedrijfsleven georganiseerd.

 

 

Bronnen:

 

www.minszw.nl

 

www.arbeids inspectie.n l

 

www.brzo99.nl

 

www.vrom.nl

 

www.bzk.nl

 

http://wetten.overheid.nl

 

Besluit risico’s Zware Ongevallen 1999 regeling risico’s Zware Ongevallen 1999

 

Reageer op dit artikel