artikel

Op de tandem

Wetgeving

De arbeidsdeskundige werkt tegenwoordig in het hele speelveld van preventie tot en met sociale voorzieningen. ‘Overal waar ziekte, ongeval of gebrek disbalans veroorzaakt binnen de driehoek mens, werk en inkomen’, zegt Klompe. ‘Meer dan andere disciplines hanteert de arbeidsdeskundige daarbij een integrale visie. De focus ligt op het individu. We kijken naar het individu binnen zijn werk, zijn sociale omgeving en naar kwaliteiten en mogelijkheden van mensen. Als iemand zich ziek meldt op het werk vanwege een conflict, kijkt een arbeidsdeskundige ook naar de thuissituatie. Als er zorg is voor een gehandicapt kind, weegt dat misschien mee in de disbalans die ontstaat.’

 

Die insteek slaat aan, merkt Pieter Mathijssen van Arbeidskundig Adviesbureau Mathijssen. Hij werkt sinds 2004 als zelfstandig arbeidsdeskundige voor werkgevers, arbodiensten en UWV. ‘Werkgevers ontdekken dat onze inzet tot sneller en beter resultaat leidt dan de traditionele benadering door arbodiensten. Wij zijn creatiever en pragmatischer bij het oplossen van problemen’, aldus de voorzitter van het Platform Zelfstandigen. Hij concretiseert: ‘Als een bedrijfsarts zegt dat iemand zijn werk niet kan doen, zoeken wij naar andere opties. Wij zijn goed om te analyseren wat iemand nog wel kan en wat passend werk is binnen het bedrijf. Op die manier kan een werkgever een werknemer snel herplaatsen.’

 

‘De afweging maken in belasting en belastbaarheid van mensen en daar een re-integratieprogramma op zetten is de kernactiviteit van de arbeidsdeskundige,’ zegt Bas Hagoort van het Udense bureau Van Brunschot, Van Summeren, Hagoort. Dat bedrijven daarvoor vaker aankloppen bij arbeidsdeskundigen, vindt hij verklaarbaar. ‘Arbeidsdeskundigen houden zich van oudsher bezig met belasting en belastbaarheid. Zij zijn specialist daarop programma’s te maken of het werk aan te passen. Dat gebeurt veelal in samenwerking met de andere arbodisciplines.’

 

In zijn huidige opdrachten voor een vrachtwagenfabrikant en trammaatschappij werkt Hagoort samen met wisselende arbodisciplines. Zo onderhoudt hij veel contacten met arbeids- en organisatiedeskundigen (A&O’ers). Veiligheidskundigen en arbeidshygienisten worden ingeschakeld als er op basis van verzuimanalyses technische oplossingen nodig zijn. ‘Ziekmakend gedrag van trampassagiers vraagt om ander ingrijpen dan technische aanpassingen aan een lopende band in de vrachtwagen-fabriek. Al naar gelang de situatie bepaal je welke arbodiscipline zinvol is om mee samen te werken.’

 

Zelfstandig arbeidsdeskundige Pieter Mathijssen heeft het meest van doen met de bedrijfsarts. ‘Wij vragen aan de bedrijfsarts wat iemands functionele mogelijkheden zijn en met dat overzicht kunnen wij oplossingen aandragen.’ Met de A&O’er is Mathijssen weinig bekend. ‘Die kom ik niet veel tegen.’

 

Volgens Klompe kruipen arbeidsdeskundigen niet op de stoel van arboprofessionals. ‘Een arbeidsdeskundige kijkt wat er aan de hand is en wat iemand nodig heeft. Zo vormt de arbeidsdeskundige verschillende tandems met bedrijfsarts, psycholoog of ergonoom. De samenwerking wordt bepaald vanuit de vraag van het individu.’

 

Mathijssen ziet wel overlap. ‘We zitten allemaal een beetje op elkaars terrein. Soms is een bedrijfsarts een halve arbeidsdeskundige en andersom. Hetzelfde heb je met de veiligheidskundige en arbeidshygienist. Het belemmert als iemand uitspraken doet, die je later als arbeidsdeskundige moet terugdraaien. Aan de andere kant blijf je scherp als collega’s kritische vragen stellen over een onderwerp. Die intercollegiale toetsing is goed.’

 

Hagoort draait het om: ‘Arbeidsdeskundigen vonden het destijds raar dat zij geen plek kregen in de Arbowet. Toen de verplichte aansluiting bij arbodiensten voor werkgevers verdween, pakten arbeidsdeskundigen hun natuurlijke rol weer op om bezig te zijn met belasting, belastbaarheid en re-ntegratie.’

 

Ook wijst Hagoort op de tendens om verzuim te ontmedicaliseren. ‘Sommige werkgevers schakelen eerst een arbeidsdeskundige in; de medicus komt dan pas op de tweede plaats. Verzuim heeft ook lang niet altijd een medische oorzaak.’ Binnen andere bedrijven schuiven arbeidsdeskundigen op naar preventie, weet hij.

 

Arbeidsdeskundige Karel Bootsman is sinds 2002 in vaste dienst bij staalgigant Corus, met bijna 10.000 werknemers. Aanvankelijk hield hij zich vooral bezig met de Wet verbetering poortwachter en het terugdringen van de WIA-instroom. Inmiddels besteedt Bootsman ook zeer nadrukkelijk aandacht aan preventie. ‘Ik werk goed samen met de bedrijfsarts van onze externe arbodienst. Maar met mijn kennis over de werkvloer kan ik zelf prima voorlichting geven en daadwerkelijk aan preventie doen. Sinds februari werken we samen met Heliomare in een vitaliteitscentrum. Als arbeidsdeskundige kan ik daar preventief naar verwij zen.’

 

Arbeidsdeskundigen dienen in de toekomst vanuit kwaliteit hun marktpositie te verbeteren, meent NVvA-voorzitter Klompe. De beroepsvereniging formuleerde strategische speerpunten. Deskundigheidsbevordering staat hoog op de agenda. Klompe: ‘Om het vak te blijven ontwikkelen, komt er per 1 december een arbeidsdeskundig kenniscentrum. Het centrum gaat vragen in het werkveld onderzoeken. Bijvoorbeeld: Wat is de belastbaarheid van een functie? Wat zijn goede praktijkvoorbeelden van re-integratie? De uitkomsten worden vertaald naar gedragsnormen en ons nieuwe beroepscompetentieprofiel.’ Dit beroepscompetentieprofiel is de laatste twee jaar aangescherpt. Belangrijke competenties zijn: samenwerken met andere professionals rond een klant, klantgerichtheid, ethisch handelen, reflectie en analytisch en communicatief handelen. Klompe: ‘Arbeidsdeskundigen moeten gecertificeerd zijn. Vanaf volgend j aar vindt door de certificeringsinstantie hercertificering plaats en worden alle arbeidsdeskundigen getoetst aan het nieuwe beroepscompetentiedossier.’

 

Klompe noemt arbeidsdeskundigen nadrukkelijk geen regisseurs van reintegratie. Dat is volgens haar de client zelf. ‘De arbeidsdeskundige beschikt over instrumenten om de client een spiegel en keuzes voor te houden waarmee die persoon zijn autonomie kan terugkrijgen’, omschrijft zij de rol van de beroepsgroep in de toekomst. Zo gaat de beroepsvereniging het vak profileren in sectoren waar arbeidsdeskundigen nog minder bekend zijn, zoals gemeenten en het midden- en kleinbedrijf. Hagoort laat in het midden of er sprake is van verdringing, verbetering of uitbreiding. ‘Arbeidsdeskundigen worden steeds vaker heel snel ingeschakeld. Het is natuurlijk ook gewoon een commerciele markt. De arbeidsdeskundigen profileren zich net als veiligheidskundigen, arbeidshygienisten of arbeids- en organisatiedeskundigen bij werkgeversen werknemersorganisaties om te laten zien wat zij in hun mars hebben. De tijdgeest is nu zodanig dat ons verhaal aanslaat bij werkgevers. Terecht of niet, het gebeurt.’

 

Reageer op dit artikel