artikel

Recente jurisprudentie

Wetgeving

Een vrachtwagenchauffeur heeft lange tijd fysiek zwaar werk verricht met structureel overwerk Maakt hij aanspraak op een vergoeding voor zijn gezondheidsklachten?

 

Een inmiddels 60-jarige man werkt meer dan dertig jaar als vrachtwagenchauffeur bij een transportbedrijf Hij wordt vooral ingeschakeld bij het transport van betonnen heipalen naar bouwplaatsen. Daar moet hij de palen met behulp van een kraan lossen. Jarenlang maakt hij per week tien tot vijftien overuren. Sinds 1998 heeft hij rugklachten doordat de nieuwe vrachtwagen die hij ter beschikking kreeg, te veel trilde. Door de vering van de stoel aan te passen heeft de werkgever geprobeerd dit probleem te verhelpen. Dat heeft niets geholpen, integendeel: de problemen zijn erger geworden. De werkgever laat het hierbij.

 

In die tijd ontstaan er ook conflicten tussen de twee. In juni 2004 scheurt de man bij een ongeval op het werk een pees in zijn schouder. Daardoor is hij een half jaar ziek. In december 200S valt hij volledig uit wegens fysieke en psychische klachten. Met toestemming van het CWI zegt de werkgever het dienstverband eind juli 2006 op zonder vergoeding. De werknemer vindt het ontslag onredelijk en eist met tussenkomst van de rechter een vergoeding.

 

De werkgever voert aan dat de vordering is verjaard: na de stuiting van de verjaring had de werkgever immers binnen zes maanden gedagvaard moeten worden. Maar de kantonrechter verwerpt dat verweer. Een vordering op grond van kennelijk onredelijke opzegging (art. 7:681 BW) kan worden gezien als een vordering tot nakoming van een verbintenis. En die kan door een eenvoudige brief worden gestuit.

 

De kantonrechter is van oordeel dat het ontslag kennelijk onredelijk is wegens het ontbreken van enige vergoeding. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat de werkgever zich te weinig heeft ingespannen om het trillingsprobleem in de vrachtwagen weg te nemen. Het probleem was eind 2004 al bekend, maar in december 200S was er nog geen oplossing. Verder valt de werkgever te verwijten dat hij de man, toen deze in 200S zijn werk gedeeltelijk had hervat, direct al weer overwerk heeft opgedragen. Over het geheel kan gesteld worden dat de werknemer langdurig fysiek zwaar werk heeft verricht, waarbij hij structureel overwerkte. Het is logisch dat dit werk op den duur tot gezondheidsklachten leidde. Gelet hierop en op de leeftijd van de werknemer, op de duur van het dienstverband en zijn eenzijdige werkervaring, was toekenning van een vergoeding passend geweest. Om de hoogte vast te stellen, zoekt de rechter aansluiting bij de kantonrechtersformule, waarbij hij de factor C op 1 stelt. De vergoeding komt daarmee neer op ruim 77.000 euro.

 

(Kantonrechter Utrecht, 7 mei 2008, JAR 2008,159)

 

Een ingehuurde zzp’er valt in een trapgat. De werkgever acht zich niet verantwoordelijk

 

In december 2006 is een arbeidskracht (een zzp’er) op de zolder van een woning in aanbouw bezig met het afschuimen van dakplaten. In deze tweede verdieping zit een trapgat naar de 4,S meter lager gelegen vloer. Om het gat is geen enkele beveiliging aangebracht en de zzp’er draagt ook geen veiligheidsgordel. Hij valt door het gat en komt terecht op de houten trap tussen de begane grond en de eerste verdieping. Hij loopt ernstig letsel op en wordt opgenomen in een ziekenhuis.

 

De werkgever vindt dat hij niet verantwoordelijk is voor de arbeidsomstandigheden van de zzp’er en dat hij bovendien voldoende instructies heeft gegeven. Ook voert de werkgever aan dat de zzp’ er de veiligheidsvoorschriften kende en dus nooit het werk had mogen uitvoeren zonder de juiste veiligheidsmaatregelen te nemen.

 

De Arbeidsinspectie legt de inlenende werkgever een boete op van 2700 euro, omdat die het valgevaar niet heeft tegengegaan. Het bezwaar wordt ongegrond verklaard en de werkgever stapt naar de rechter.

 

Volgens de rechtbank is de kernvraag of de werkgever ten opzichte van de arbeidskracht die als zzp’er staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, kan worden aangemerkt als werkgever in de zin van de Arbowet. De rechtbank is van oordeel dat het slachtoffer werkzaam was onder gezag van de werkgever. Die laatste had de zzp’ er, die weinig ervaring in de bouw had, gevraagd voor hem te komen werken. Hij gaf hem ook de opdrachten. De werkgever was daarom verantwoordelijk voor de arbeidsomstandigheden. Overtreding van artikel 3.16 Arbobesluit kan hem dan ook worden aangerekend. De werkgever heeft niets gedaan om het ongeval te voorkomen. Van voldoende instructies is niets gebleken en bovendien moest het weinig ervaren slachtoffer zonder begeleiding de werkzaamheden uitvoeren. Het beroep wordt verworpen.

 

(Rechtbank Zutphen, 2 mei 2008, niet gepubliceerd)

 

Rob Poort is jurist en veiligheidskundige, www.bureaupoort.nl

 

Onbeschermd met asbest in aanraking? De werkgever is verantwoordelijk. Maar tot er lichamelijke klachten komen, moet de werknemer aan de slag blijven.

 

Een man wordt in maart 2001 door zijn inmiddels failliete werkgever uitgeleend voor werk op een bouwproject. Bij dat werk wordt een deel van het dakbeschot gesloopt. Later blijkt dat het gaat om platen waarin asbest is verwerkt, en wel 5 tot 10 procent chrylosiet. Dat materiaal kan de longziekte asbestose en/of mesothelioom veroorzaken.

 

De Arbeidsinspectie legt een forse boete op wegens diverse (ernstige) overtredingen van het Arbobesluit. De sloop was niet gemeld en er was ook geen adequaat toezicht. Verder ontbrak er een werkplan en het vrijgekomen materiaal werd niet in gesloten verpakking afgevoerd.

 

De werknemer is sinds september 2001 ziek. Hij heeft psychische klachten, omdat hij bang is dat hij een fatale asbestziekte krijgt. Een jaar later ontvangt hij vanwege die klachten een WAO-uitkering op basis van 80 tot 100 procent arbeidsongeschiktheid. Volgens de behandelende deskundige is er voorlopig geen zicht op herstel.

 

De werknemer vraagt de kantonrechter de werkgever voor alle schade aansprakelijk te stellen, omdat hij tekort is geschoten in zijn verplichting de nodige veiligheidsmaatregelen te nemen. Daardoor was de kans aanmerkelijk groter dat hij asbestkristal zou inademen. De eis wordt afgewezen en de werknemer gaat in beroep.

 

Het hof stelt eerst vast dat de werknemer tijdens zijn werk onbeschermd met asbest in aanraking is gekomen. Dat staat los van de vraag of er nu wel of geen opdracht was gegeven het dakbeschot te slopen en het feit dat er maskers en handschoenen ter beschikking waren gesteld. Hoe lang die blootstelling precies heeft geduurd, acht het hof niet van belang. Het was de verantwoordelijkheid van de werkgever als feitelijke werkgever om erop toe te zien dat de werknemer niet onbeschermd met asbest in aanraking zou komen. De werkgever heeft in het geheel niet onderkend dat er gewerkt kon worden met asbesthoudend materiaal. Door de Arbeidsinspectie zijn drie direct beboetbare – dus ernstige – feiten geconstateerd. Op grond van dit alles is de werkgever tekortgeschoten in zijn zorgplicht ex art. 7:6S8lid 4 BW.

 

Het hof vernietigt de uitspraak van de kantonrechter. De werkgever is volledig aansprakelijk voor de eventueel te lijden schade. De schadeomvang is op dit moment niet bekend. De werknemer heeft nog geen lichamelijke klachten en is volgens een deskundige redelijk in staat zelf zijn loon te verdienen.

 

(Gerechtshof ‘s- Hertogenbosch, 26 mei 2008, LJN BD5666)

 

Reageer op dit artikel