artikel

Recht op de RIE

Wetgeving

De FNV vroeg bij minister Donner om opheldering. In de oude Arbowet stond immers dat elke werknemer recht had op inzage: ‘De werkgever zorgt ervoor dat iedere werknemer kennis kan nemen van de risico-inventarisatie en -evaluatie’. Volgens Donner betekende dit echter niet dat de werkgever verplicht is alle werknemers een exemplaar van de RI&E te geven. De werknemer kan ook op andere manieren kennis nemen van de risico’s. De werkgever is immers op grond van artikel 8 van de Arbowet verplicht om werknemers voor te lichten over de aan de werkzaamheden verbonden risico’s. Bovendien hebben ondernemingsraden volgens de minister recht op een exemplaar van de RI&E. Werknemers die echt willen weten wat de risico’s zijn, kunnen wel via de or inzicht krijgen in de RI&E en het plan van aanpak.

 

In de praktijk werkt dit echter anders dan de minister waarschijnlijk vermoedt. De aanname is dat ondernemingsraden daadwerkelijk kunnen beschikken over een exemplaar van de RI&E. Uit meerdere onderzoeken blijkt echter dat dit in werkelijkheid nogal tegenvalt. Uit het onderzoek Het arbo-effect van medezeggenschap, naar de positie van de or op arbogebied, blijkt dat ondernemingsraden vaak helemaal geen exemplaar van de RI&E krijgen.

 

Ook de wettelijke bepaling dat de werkgever zijn werknemers voorlicht over de risico’s blijkt in veel bedrijven niet meer dan een papieren regel te zijn. Uit gegevens van de ArboUnie blijkt dat slechts een kwart van de werknemers ooit een exemplaar van de RI&E heeft gezien. Minder dan een derde van de werknemers is adequaat voorgelicht over risico’s. De ArboUnie, toch geen organisatie van grote woorden, noemt de bevindingen uit het eigen onderzoek ‘tamelijk schokkend’. De gegevens bevestigen eerdere cijfers uit de evaluatie van de Arbowet, een bron die ook minister Donner paraat zal hebben. Vertrouwen in de welwillendheid van de werkgever is mooi, maar getuigt van weinig zicht op de dagelijkse gang van zaken in veel bedrijven.

 

Eenzelfde gedachtegang dringt zich op bij een andere kwestie die de FNV in november aan de orde heeft gesteld. In een ‘brandbrief ’ aan de minister spreekt de FNV haar bezorgdheid uit over het feit dat de Arbeidsinspectie niet langer een kopie stuurt van rapporten die zij aan werkgevers toezendt. Dit was tot voor kort wel gebruikelijk. Wanneer de Arbeidsinspectie een bezoek aan een bedrijf had gebracht, werden werkgever en or schriftelijk op de hoogte gesteld van de bevindingen. Die werkwijze is onder de vorige staatssecretaris van Sociale Zaken gewijzigd. Volgens minister Donner omdat het arbooverleg tussen werkgevers en werknemers in de praktijk voldoende functioneert. ‘Inspectierapporten kunnen ook bij de werkgever worden opgevraagd’, meldde de minister in een overleg met de Kamercommissie van Sociale Zaken. ‘Als blijkt dat ondernemingsraden grote behoefte hebben aan de inspectierapporten, wil de minister gaarne overwegen deze rapporten alsnog aan hen toe te sturen.’

 

Of werkgevers altijd bereid zijn om de gevraagde rapporten te verstrekken, is nooit onderzocht. Er zijn bij FNV Bondgenoten wel ‘signalen’ van het tegendeel – reden voor de brandbrief.

 

Onwilligheid valt zeker onder de bedrijven die in overtreding zijn ook te verwachten. Een werkgever die het niet nauw neemt met de Arbowet, zal de ondernemingsraad hiervan uiteraard niet op de hoogte willen stellen. Zo zal juist in de slechtwillende bedrijven de or op achterstand worden gezet, terwijl dit nu juist de bedrijven zijn waar de raad een oogje in het zeil zal moeten houden. Dat de or inspectierapporten bij de werkgever kan opvragen of, desgewenst, bij de minister, stuit ook op praktische problemen. Ondernemingsraden zijn lang niet altijd op de hoogte van een bezoek van de Arbeidsinspectie. In die gevallen weten ze dus ook niet dat er eventueel rapporten zijn opgemaakt.

 

Nog los van de praktische hobbels, zijn er ook juridische argumenten in te brengen tegen het standpunt van de minister. Die zet de FNV ook uitvoerig uiteen in de diverse brieven over de kwesties. Over de toezending van rapporten aan de or (of personeelsvertegenwoordiging) vermeldt artikel 24, lid 5, van de Arbowet: ‘De toezichthouder stelt ter voldoening aan artikel 5:18, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht een rapport op; dit rapport zendt hij aan de werkgever, aan de ondernemingsraad of aan de personeelsvertegenwoordiging.’ Het bedoelde artikel 5:18 gaat over onderzoek door toezichthouders – in dit geval de Arbeidsinspectie. Juristen kunnen vast nog wel fijnslijpen wat ‘onderzoek’ precies is. Uit de wetsgeschiedenis van de Algemene Wet Bestuursrecht blijkt echter dat ‘onderzoek’ breder is dan alleen acties gericht op het vaststellen van ernstige overtredingen. Ook beperkt het onderzoek zich niet tot arbeidsongevallen.

 

Wat betreft het recht op informatie over de RI&E wijst de FNV onder meer op de wetsgeschiedenis van de Arbowet. Daaruit blijkt dat waar de werkgever een plicht heeft werknemers voor te lichten, de werknemers een spiegelbeeldig recht op informatie hebben. Een merkwaardig punt is voorts dat uitzendkrachten op grond van artikel 11 van de Waadi (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) wel recht hebben op een exemplaar van de RI&E, maar ‘gewone’ werknemers kennelijk niet.

 

Naast de juridische fijnslijperij zijn er ook principiele argumenten denkbaar waarom werknemers recht hebben op inzage in de RI&E. Het gaat immers om hun gezondheid: zij hebben een fundamenteel recht om te weten aan welke risico’s zij blootstaan. Daarnaast is het uiterst merkwaardig dat de minister aangeeft dat werknemers zich maar tot de or moeten wenden als zij willen weten wat er in de RI&E staat. Ten eerste hebben veel bedrijven helemaal geen or, en ten tweede is het niet de verantwoordelijkheid van de raad om collega’s voor te lichten. Dat is toch echt de taak van de werkgever. De or is geen stafdienst om de werkgever werk uit handen te nemen. De Arbowet kent een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor het arbobeleid. Werkgever en werknemers moeten samen die verantwoordelijkheid dragen. De opstelling van de minister ondermijnt dat systeem. Ondernemingsraden worden door de Arbeidsinspectie minder geinformeerd dan de werkgever, en dat zet medezeggenschappers zo willens en wetens op achterstand. Ook worden medezeggenschappers in sommige gevallen in een conflict tussen een werknemer en een onwillige werkgever gezogen. Dat zal de verhoudingen niet ten goede komen, en daarmee afbreuk doen aan het draagvlak voor het arbobeleid.

 

Reageer op dit artikel