artikel

Stap voor stap

Wetgeving

De richtlijn ondersteunt de bedrijfsarts bij het adviseren van werkgevers om arbobeleid op te zetten voor werknemers in de zwangerschap en in de postpartumperiode. Een werkgever is wettelijk verplicht beleid te voeren dat is gericht op arbeidsomstandigheden en zwangerschap zodanig dat een zwangere vrouwen haar (ongeboren) kind geen risico lopen, ook niet in de periode na de bevalling bij het geven van borstvoeding. Dit arbobeleid bestaat uit drie stappen, zie figuur 1.

 

Figuur 1: Opzetten arbobeleid volgens de NVAB-Richtlijn ‘Zwangerschap, postpartumperiode en werk’

 

 

De werkgebonden risico’s voor werkneemsters tijdens hun zwangerschap of in de postpartumperiode moeten eerst in kaart worden gebracht. Hiervoor kan een recente RI&E (risico-inventarisatie en evaluatie) gebruikt worden, met specifieke aandacht voor de risico’s tijdens de zwangerschap en in de postpartumperiode. In de praktijk zijn deze specifieke risico’s vaak nog niet bekend. Bij het onderzoeken van deze risico’s gebruikt de bedrijfsarts een checklist uit de richtlijn waarin deze werkgebonden risicofactoren en de gehanteerde limieten worden beschreven.

 

Zie tabel 1 voor een gedeelte uit deze checklist. Deze limieten (zie kolom 2 van tabel 1) zijn gebaseerd op resultaten uit wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast is uitgegaan van de belangrijkste wetgeving rondom zwangerschap en postpartumperiode.

 

Bij het onderzoeken van de arbeidsomstandigheden raadpleegt de bedrijfsarts zonodig een arbeidshygienist, veiligheidskundige of andere deskundige op het gebied van arbeidsomstandigheden.

 

Tabel 1. Werkgebonden risicofactoren en limieten. Uit: bijlage 1 van de NVAB-Richtlijn ‘Zwangerschap, postpartumperiode en werk’

 

 

De werkgever moet voorlichting geven over de mogelijke risico’s en maatregelen (Arbowet, art 8). Om dit op de juiste manier te doen adviseert de bedrijfsarts (de ontwikkeling en) de uitvoering inclusief adequate implementatie van een ‘protocol informatievoorziening door de werkgever voor vrouwen in de vruchtbare leeftijd en zwangere vrouwen’ (zie figuur 2).

 

Figuur 2. Protocol informatievoorziening

 

 

Het laatste onderdeel van het arbobeleid is het (vrijwillige) preventieve consult bij de bedrijfsarts. Deze richtlijn gaat ervan uit dat de werkgever zijn/haar werknemer bij melding van zwangerschap wijst op deze mogelijkheid. Tijdens het preventieve consult maakt de bedrijfsarts een risicoprofiel, op basis van de belasting in het werk en de belastbaarheid van de individuele zwangere (zie figuur 3). Bij een verhoogd risicoprofiel bespreekt de bedrijfsarts preventieve maatregelen en werkaanpassing. Hieruit volgt een plan van aanpak voor de werkgever. De bedrijfsarts geeft daarnaast voorlichting over regelingen voor bijvoorbeeld extra rusttijden en het combineren van borstvoeding en werk. Zonodig worden afspraken gemaakt voor verdere begeleiding tijdens de zwangerschap of in de postpartumperiode.

 

Bij het maken van het risicoprofiel onderscheidt de bedrijfsarts twee soorten risicofactoren (zie figuur 3). Enerzijds de werkgebonden risicofactoren als gevolg van de belasting in het werk, bijvoorbeeld ten gevolge van lichamelijke belasting of contact met biologische agentia. Anderzijds bekijkt hij de persoonsgebonden risicofactoren: tijdens de zwangerschap en in de postpartumperiode kunnen complicaties optreden die invloed hebben op de belastbaarheid van de vrouw, ook in het werk.

 

Als een vrouw zich ziek meldt tijdens de zwangerschap, roept de bedrijfsarts haar bij voorkeur een week na ziekmelding op, na het bevallingsverlof is dit bij twee weken. Net zoals bij het preventief consult maakt de bedrijfsarts een risicoprofiel.

 

Is er iets veranderd in de belasting in het werk, heeft ze klachten of zijn er problemen met de zwangerschap? Dan stelt de arts het risicoprofiel bij (zie figuur 3). Daarbij hoort ook weer een nieuw plan van aanpak en advies aan de werkgever en werknemer om bijvoorbeeld het werk aan te passen of soms een tijdje helemaal rust te houden.

 

Figuur 3. Bepaling risicoprofiel en opstellen plan van aanpak

 

 

‘Gezond aan het werk tijdens de zwangerschap’: dat kan alleen door goede samenwerking tussen werknemer, leidinggevende en arbodeskundigen. Het werken volgens deze richtlijn geeft de handvatten: de bedrijfsarts kan dan in samenwerking met de andere arboadviseurs aan de werknemer en leidinggevende gerichte adviezen geven om het werk aan te passen of preventieve maatregelen te treffen. Resultaat is een zwangere werknemer die langer aan het werk blijft. Bovendien lopen zij en haar baby geen risico van gezondheidsklachten of afwijkingen.

 

Reageer op dit artikel