artikel

Zwanger? De Handreiking helpt

Wetgeving

Op het terrein van voorlichting valt al het nodige te verbeteren. Driekwart van de zwangere werkneemsters krijgt geen voorlichting van de werkgever. En dit terwijl onderzoek heeft laten zien dat voorlichting verzuim in de zwangerschap en na de bevalling kan halveren. De helft van de vrouwen verzuimt door aan de zwangerschap ofbevalling gerelateerde klachten. Deze werkneemsters verzuimen niet zozeer vaker maar wel langer. Niet-zwangeren verzuimen gemiddeld 17 dagen, zwangeren 48 dagen. Na de bevalling loopt dit op tot gemiddeld 86 dagen.

 

Eind mei is de nieuwe handreiking verschenen. Deze is opgesteld in opdracht van de Commissie Begeleiding Arbocatalogi (CBA) van de Stichting van de Arbeid (STAR). De CBA wil hiermee de opstellers van arbocatalogi ondersteunen bij het maken van afspraken over zwangerschap in de arbocatalogus. In iedere branche komen werkgeversorganisaties en vakbonden namelijk voor de vraag te staan welke arbomaatregelen in hun branche nodig zijn voor zwangere medewerksters en medewerksters die borstvoeding geven.

 

Vrouwen werken overal: de handreiking is dan ook relevant voor alle branches. Bij grotere bedrijven is het thema zwangerschap permanent zichtbaar. Zo heeft een instelling in de gezondheidszorg met 7S0 medewerkers waarvan 70% vrouw, op ieder moment ongeveer 3S medewerksters die zwanger zijn, met zwangerschaps- en bevallingsverlof zijn of borstvoeding geven. In het midden- en kleinbedrijf – bijvoorbeeld in een winkel met drie medewerkers speelt het onderwerp om de paar jaar. Maar als een van de collega’s zwanger wordt, is de impact veelal groot.

 

De arbocatalogi die tot nu toe zijn vastgesteld, besteden nauwelijks aandacht aan zwangerschap. De Commissie Begeleiding Arbocatalogi heeft eind 2007 de opdracht gegeven voor het ontwikkelen van de handreiking. De commissie heeft daarmee blijk gegeven van een vooruitziende blik De handreiking helpt de branches deze alsnog ‘zwangerschapsproof te maken.

 

Zie ook www.projectzwangerschapenarbeid.nl

 

De handreiking gaat over twee fasen:

 

1 de werkneemster is zwanger en heeft dit gemeld aan haar werkgever;

 

2 de werkneemster geeft borstvoeding/kolft en heeft dit gemeld aan haar werkgever.

 

Hiermee volgt de handreiking de definitie van zwangerschap en borstvoeding in de wet- en regelgeving (Arbobesluit, artikel 1.1). De handreiking is namelijk vooral bedoeld om de doelvoorschriften uit de Arbowet en het Arbobesluit te concretiseren met arbomaatregelen in de arbocatalogus. Naast de twee fasen uit de handreiking zijn bij het combineren van zwangerschap en arbeid ook de volgende fasen van belang:

 

 

de vruchtbaarheid van vrouw en man;

 

– de vrouw is zwanger, maar weet dat nog niet (zeker);

 

– de vrouw weet dat zij zwanger is, maar meldt het nog niet aan haar werkgever;

 

– het zwangerschaps- en bevallingsverlof;

 

Het Arbo-Informatieblad 12 – Zwangerschap en Arbeid – besteedt in de herziene uitgave die binnenkort verschijnt, aandacht aan deze laatste fasen.

 

Een goede bescherming in de zwangerschap en periode van borstvoeding start met een veilige en gezonde werkomgeving voor alle medewerkers. Toch kunnen aanvullende maatregelen nodig zijn. Een formule vat het krachtig samen: Arbomaatregelen zwangere werkneemster = reguliere arbomaatregelen iedere werknemer + aanvullende maatregelen zwangere werkneemster

 

Een vergelijkbare formule geldt voor de periode van borstvoeding. De handreiking beschrijft hoe de aanvullende maatregelen vastgesteld kunnen worden. Dit is extra uitgewerkt in risicospecifieke modules voor vijf gevaren: lichamelijk zwaar werk, gevaarlijke stoffen, biologische agentia, werkstress en ploegendienst en nachtarbeid. Zo mag een zwangere geen werk verrichten waarbij zij kan worden blootgesteld aan de parasiet Toxoplasma Gondii. Besmetting met deze parasiet in de zwangerschap kan leiden tot ernstige afwijkingen bij het ongeboren kind of zelfs een spontane abortus veroorzaken.

 

Het Arbobesluit beschrijft in artikel 1.42 de spelregels voor het nemen van de aanvullende maatregelen. In de handreiking is dit samengevat als het RAAK-principe. Het RAAK-principe kent vier stappen:

 

1 Risico’s wegnemen binnen de eigen functie en de eigen werkplek

 

2 Aanpassen van het werk en/of aanpassen van de werk- en rusttijden

 

3 Ander werk

 

4 Keerpunt in de aanpak, namelijk het vrijstellen van werk

 

Belangrijk is dat een volgende stap alleen genomen mag worden als een eerdere stap redelijkerwijs niet mogelijk is. Dus als binnen de eigen functie het risico niet weggenomen kan worden (stap 1), moet het werk worden aangepast (stap 2).

 

Een vrouw heeft recht op toepassing van het RAAK-principe vanaf het moment dat zij haar zwangerschap of borstvoeding gemeld heeft. In de ideale situatie is het onmiddellijk duidelijk welke aanvullende maatregelen nodig zijn en worden deze ook direct getroffen. In de praktijk is vaak een korte periode nodig om zaken te organiseren. Het is van belang dat bedrijven de informatie over risico’s en aanvullende maatregelen ‘op de plank hebben liggen’.

 

Het toepassen van de handreiking maakt helder welke arbomaatregelen getroffen moeten worden in de zwangerschap en periode van borstvoeding. Deze maatregelen maken een gezonde combinatie van werk en kinderen krijgen mogelijk. En als de arbomaatregelen bekend zijn, weten de werkgevers, leidinggevenden, P&O’ers, collega’s en medewerksters zelf wat ze kunnen doen.

 

Reageer op dit artikel