artikel

Dodelijk ongeval in gangpad magazijn

Wetgeving

Een van de werknemers overlijdt en de ander loopt ernstig letsel op. De werknemers waren bezig met werkzaamheden aan de regenwaterafvoer. Onderzoek wijst uit dat het gangpad waar de schaarhoogwerker was opgesteld niet was afgezet. De hoogbouwtruck reed achteruit dit gangpad in. De truck was niet voorzien van spiegels en de bestuurder wist niet dat in dit gangpad een schaarhoogwerker stond. 

 

Het openbaar ministerie vervolgt de werkgever van het distributiebedrijf omdat het gevaar voor derden onvoldoende is tegengegaan (art. 10 Arbowet en art. 1, 2 en 6 Wet economische delicten).

De rechtbank vindt dat het ongeval is te wijten aan ernstige onzorgvuldigheid van het distributiebedrijf. Die heeft immers als werkgever in de zin van de Arbowet een grote verantwoordelijkheid voor de veiligheid van zijn werknemers, waaronder ook werknemers van derden die door hem worden ingeschakeld.

 

Dat houdt in dat werknemers en derden moeten worden voorgelicht over de werkzaamheden, over de risico’s die deze met zich meebrengen en over de maatregelen die zijn genomen om de risico’s te beperken. In dit geval heeft het bedrijf verzuimd de ingang van de gang waar de schaarhoogwerker stond opgesteld, door paaltjes, linten of op een andere manier af te zetten en de bestuurder van de hoogbouwtruck te informeren over de aanwezigheid van de schaarhoogwerker.

 

Volgens de stafmedewerker facilitaire zaken, die toezicht houdt op onder meer het werkgedrag en het veilig werken, was er geen protocol over wie er op de hoogte moest worden gesteld van de aanwezigheid van derden. Ook was niet overwogen het gangpad fysiek af te zetten.

 

De rechtbank acht overtreding van artikel 10 Arbowet, begaan door een rechtspersoon, bewezen. Daarbij wordt ’t het bedrijf in het bijzonder aangerekend dat het op ernstige wijze heeft verzuimd zorg te dragen voor een zo optimaal mogelijke veiligheid van derden die werkzaam zijn binnen de onderneming. Het risico dat is genomen, de mate van nalatigheid en de ernstige gevolgen zouden volgens de rechtbank een hogere boete vergen dan de officier van justitie heeft geeist. Maar omdat het bedrijf nooit eerder is veroordeeld en er inmiddels maatregelen zijn genomen om de situatie te verbeteren wordt, conform de eis van de officier van justitie, een boete opgelegd van 6.000 euro.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel