artikel

Extern bureau ingeschakeld bij ziekmelding

Wetgeving

Een vrouw werkt sinds 1998 als consultant bij een adviesbureau. Zij meldt zich in januari 2012 ziek met spanningsklachten. De bedrijfsarts wijt de klachten aan een meningsverschil met de leidinggevende en ziet geen medische oorzaak. Hij adviseert een time-out van minimaal een week en mediation. De werkgever meldt de vrouw vervolgens als hersteld.

Eind januari geeft de werkgever aan dat de loonbetaling mogelijk wordt opgeschort, omdat de vrouw de telefoon niet beantwoordt. De werkgever schakelt een extern bureau in voor nader onderzoek naar de arbeids(on)geschiktheid en de mogelijkheden en beperkingen van de werkneemster. De vrouw weigert daaraan mee te werken. De werkgever vraagt nu een deskundigenoordeel bij het UWV en die oordeelt dat de vrouw zich te weinig inspant voor re-integratie. De loonbetaling wordt per 1 mei 2012 gestopt.

Onderzoek door extern bureau

De werkneemster vordert in een kort geding doorbetaling van haar salaris.

De kantonrechter stelt vast dat de stopzetting van het loon het gevolg is van de weigering van de vrouw om mee te werken aan het onderzoek van het externe bureau. Dit onderzoek zou ook betrekking hebben op een medische beoordeling van de arbeids(on)geschiktheid van de vrouw. Het was immers de bedoeling dat het bureau gegevens zou opvragen bij de behandelend artsen van de werkneemster. Medische aspecten bij re-integratie behoren echter tot het domein van de bedrijfs- en verzekeringsarts, die daarbij gebruikmaken van professionele richtlijnen en standaarden. Uit niets blijkt dat dit bureau moet worden aangemerkt als een deskundige als bedoeld in art. 7:629 en 7:660a BW, te weten een gecertificeerde persoon of instelling dan wel een bedrijfsarts (art. 14 en 14a Arbowet, art. 25 lid 5 WIA, art. 2.2. Regeling procesgang eerste en tweede ziektejaar). Het bureau is niet gecertificeerd.

Het stond de werkneemster daarom vrij om niet aan het onderzoek mee te werken. Dat het UWV daarover anders heeft geoordeeld, verandert daar niets aan. Want het UWV heeft zich daarbij gebaseerd op gedeeltelijk foutieve informatie van de werkgever. Die had de vrouw ook meer tijd moeten gunnen, zoals was geadviseerd door de bedrijfsarts, en minimaal het deskundigenoordeel van het UWV moeten afwachten voor hij het externe bureau inschakelde.

De vordering van de werkneemster wordt toegewezen.

 

(Voorzieningenrechter Kantonrechter Utrecht 18 juli 2012, JAR 2012, 219; LJN BX2049)

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel