artikel

Dakdekker valt over rand

Wetgeving

De dakdekker wordt later door het UWV voor 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt verklaard. Hij eist vergoeding van zijn schade en stelt alle bij de bouw betrokken partijen aansprakelijk (hoofdaannemer, onderaannemer en de eigen werkgever, alsmede de verzekeraar). Hij is op ongeveer een meter voor de rand gestruikeld over een draadeind. Doordat het draadeind niet tijdig is verwijderd, was er sprake van een onnodig gevaarlijke situatie en daarmee hebben allen hun zorgplicht geschonden, zeker nu de randbeveiliging van de verdiepingsvloer voortijdig was weggehaald.

 

Onderaanneming
Volgens de rechter is er geen sprake van inlening en zijn de hoofdaannemer, onderaannemer en verzekeraar geen werkgever in de zin van art. 7:658 lid 4 BW. De werkgever van de dakdekker werkte in onderaanneming voor de bouwcombinatie.

 

Zorgverplichting
Vast staat dat de werknemer schade heeft opgelopen bij de uitoefening van zijn werkzaamheden. Daarbij is niet zozeer de juiste toedracht van belang, maar vooral het antwoord op de vraag of de werkgever aan zijn zorgverplichting heeft voldaan. Of dat zo is, wordt mede bepaald door de eisen van de arbowetgeving. Als daaraan is voldaan, betekent dat overigens nog niet dat de situatie op de plek van het arbeidsongeval niet als gevaarlijk kan worden aangemerkt. Of anders gezegd: een werkgever kan nog steeds in strijd met zijn zorgplicht hebben gehandeld, ook al heeft hij voldaan aan alle eisen uit de arbowetgeving.

 

Onderzoek
Bij dit ongeval heeft de Arbeidsinspectie geen overtreding van de Arbowet geconstateerd. Uit het onderzoek van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige blijkt dat er sprake was van een vermijdbare gevaarlijke situatie. Bij het weghalen van de dakrandbeveiliging om een muurplaat te plaatsen waren namelijk geen vervangende veiligheidsmaatregelen genomen. Ook heeft de deskundige geconstateerd dat de ongevalsregistratie en -onderzoek bij de werkgever gebrekkig was. Dat kan betekenen dat vergelijkbare gevallen, waarbij geen sprake was van een noodlottig gevolg, niet nader werden onderzocht om erger te voorkomen.
 
De werkgever is het niet eens met de conclusie, maar dit bezwaar wordt niet feitelijk onderbouwd en wordt daarom door de rechter gepasseerd. Daarmee staat in rechte vast dat door het alleen plaatsen van een steiger op 2,25 meter onder de verdiepingsvloer, de werkgever niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Dat het letsel wellicht (veel) ernstiger was geweest zonder deze steiger, leidt niet tot een ander oordeel. De vordering tegen de werkgever wordt toegewezen.

 

Uitspraak: Kantonrechter Nijmegen, 14 september 2012, LJN: BX7857

 

Reageer op dit artikel