artikel

Eis bij stillegging terecht

Wetgeving

Gemeentelijk Bouwtoezicht informeert de arbeidsinspectie begin mei 2009, dat uit de asbestinventarisatie die bij de vergunningaanvraag is meegestuurd, blijkt dat er sprake is van open en beschadigd niet-hechtgebonden asbest. Kort daarop bezoeken twee inspecteurs van de Arbeidsinspectie (thans inspectie SZW) het warenhuis. Zij laten het pand ontruimen wegens ernstig gevaar voor personen door mogelijke blootstelling aan asbeststof. Betreden mag alleen nog met adembescherming en speciale kleding. Dit mondelinge bevel tot stillegging wordt enkele dagen later schriftelijk bevestigd. Bezwaar wordt in april 2011 ongegrond verklaard en de werkgever stapt naar de rechter. De werkgever vindt dat de Arbeidsinspectie op grond van artikel 28, eerste lid Arbowet niet bevoegd is te bevelen dat een pand alleen nog met persoonlijke beschermingsmiddelen mocht worden betreden. Volgens de rechtbank was het bevel gebaseerd op de asbestinventarisatie van het onderzoeksbureau en de bevindingen van de inspecteurs. Uit het inventarisatierapport bleek, dat de leidingisolatie op veel plaatsen licht tot ernstig beschadigd was waardoor op diverse plaatsen asbestbesmetting aanwezig is. Ook zijn niet-hechtgebonden restanten aangetroffen. Verder was het systeemplafond van de personeelskantine niet hechtgebonden en beschadigd, met grote kans op vezel-emissie: urgente sanering was noodzakelijk. De inhoud van het rapport was aanleiding voor de actie van de inspecteurs. Die rapporteerden dat alle ruimten, met uitzondering van de dienstruimtes, vrij toegankelijk waren en dat winkelend publiek en werknemers aanwezig waren. In het bovenste winkelgedeelte was de leidingisolatie zodanig beschadigd, dat asbesthoudend materiaal bloot lag. In het ventilatiesysteem zijn ernstige beschadigingen van zachte amosietplaat aangetroffen waardoor asbesthoudend materiaal door het hele gebouw verspreid kon worden. Bij de ontruiming bleek dat enkele monteurs werkten boven het plafond, waarop asbesthoudende stof was aangetroffen (zie Arbo Actueel, 2011, nr 22). Volgens de werkgever was er op grond van de beschikbare gegevens onvoldoende aanleiding voor het oordeel dat ernstig gevaar bestond. Daarvan zou pas sprake zijn, als de maatregel ‘direct saneren noodzakelijk’ aan de orde was geweest. De rechtbank gaat daar niet in mee. Het is aan de Arbeidsinspectie om vast te stellen of er sprake is van ‘ernstig gevaar’ en dat is ruimer dan een situatie waarin ‘direct saneren noodzakelijk’ valt. Ook het betoog dat het percentage asbest gering was en het aangetroffen type asbest minder risicovol is, zodat er geen sprake was van ernstig gevaar, wordt niet gevolgd. Ook vezels van chryosotiel leveren ernstig gevaar op. Dat de inspecteurs de risicobeoordelingsrapportage niet bij hun beoordeling hebben betrokken, is niet onzorgvuldig. Het betrof immers geen actuele beoordeling en er was twijfel over de werking van het ventilatiesysteem. Op basis van de beschikbare informatie en de aangetroffen situatie kon in redelijkheid worden geconcludeerd dat sprake was van ernstig gevaar voor personen. De Inspectie hoefde geen rekening te houden met het financiele belang van de werkgever gezien het te beschermen algemene belang, namelijk bescherming van de gezondheid van personen. Daarom was de stillegging volgens de rechtbank terecht en mocht de inspectie bevelen dat het pand alleen mocht worden betreden met persoonlijke beschermingsmiddelen. Het beroep wordt verworpen.

Rechtbank Amsterdam, 14 december 2012, LJN: BZ0353

Reageer op dit artikel