artikel

Ontslag door onjuist advies bedrijfsarts?

Wetgeving

Een werknemer vordert ruim 360.000 euro schadevergoeding van de bedrijfsarts. Die heeft naar zijn zeggen een onjuist advies gegeven, waardoor de werknemer uiteindelijk zijn baan is kwijtgeraakt. Ziet het hof dit causaal verband ook?

Ontslag door onjuist advies bedrijfsarts?

Een man werkt sinds juni 2001 bij de Stichting Welzijn Rijswijk, inmiddels als beheerder van een wijkcentrum. In een evaluatiegesprek op 28 december 2009 met zijn directeur en de manager wijkcentra blijkt dat zijn functioneren te wensen overlaat. De slotsom is overplaatsing op korte termijn naar een andere locatie , zodat er meer toezicht is op zijn werkzaamheden.

Oordeel bedrijfsarts: werknemer niet ziek

Twee dagen later meldt hij zich ziek. De ingeschakelde zelfstandige bedrijfsarts meldt dat geen sprake is van ziekte of gebrek. Maar wel van een aanpassingsreactie als gevolg van het functioneringsgesprek. Volgens de verzekeringsarts van het UWV is een psychische stoornis de reden dat de werknemer op 30 december 2009 niet in staat was te werken. De arbeidsdeskundige oordeelt dat de werknemer op die datum niet geschikt was voor eigen werk. De bedrijfsarts meldt op 5 maart opnieuw dat er geen sprake is van ziekte. Hij acht het voorstel van de werkgever om aan de slag te gaan als assistent beheerder reëel. Op 9 maart 2010 volgt ontslag op staande voet wegens weigeren van passende arbeid.

> LEES OOK: Beoordeling ziekmeldingen is aan bedrijfsarts

Werknemer vordert 360.000 euro schadevergoeding

De kantonrechter vindt het ontslag onterecht in zijn vonnis van 5 april 2010. Maar toch volgt na mediation ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2011. De werknemer vordert ruim 360.000 euro schadevergoeding van de bedrijfsarts. Want die heeft door zijn onterechte melding een keten van gebeurtenissen in werking gezet, waardoor de werknemer uiteindelijk zijn werk is kwijtgeraakt. De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs.

Hof: al eerder redenen voor ontslag op staande voet

Het hof oordeelt dat uit het verslag van 28 december 2009 niet blijkt dat de werknemer naar volle tevredenheid zijn werkzaamheden heeft verricht. Integendeel, er waren al eerder redenen voor ontslag op staande voet door problemen met zijn verantwoordelijkheden. Het gesprek was (kort) voor de ziekmelding en houdt dus geen verband met de uit die ziekmelding voortvloeiende gebeurtenissen. Op 20 oktober 2010 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst ondertekend.

De werknemer heeft geen enkele informatie gegeven over de gebeurtenissen tussen het ontslag op staande voet, het vonnis van de kantonrechter en de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst ruim zes maanden later. Hij heeft slechts aangegeven dat er mediation heeft plaatsgevonden. Wel stelt Welzijn Rijswijk in een brief van 6 mei 2010 aan de advocaat van de werknemer bij herhaling te hebben aangegeven de werknemer weer graag terug aan het werk te willen zien. Daaruit kan niet worden afgeleid dat de werkgever vond dat de arbeidsverhouding onherstelbaar was verstoord en een vruchtbare samenwerking niet langer mogelijk was.

> LEES OOK: Mediation maakt conflicten menselijk

Hof: geen causaal verband advies bedrijfsarts en ontslag

Dat de werknemer in oktober 2010 geen andere keuze had dan instemmen met het einde van zijn dienstverband, is volgens het hof niet te rijmen met zijn standpunt dat hij vanaf 2001 steeds naar volle tevredenheid heeft gefunctioneerd. Hij kan dit echter niet onderbouwen, maar dat blijft voor zijn eigen risico. Het hof ziet geen causaal verband tussen de beëindiging van de arbeidsovereenkomst (en de daardoor geleden inkomensschade) en de onterechte hersteldmelding door de bedrijfsarts. Want niet gebleken is dat het onjuiste advies van de bedrijfsarts heeft geleid tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Het beroep wordt verworpen.

 

Bron: Gerechtshof Den Haag, 27 februari 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:472
Auteur: Rob Poort | Bureaupoort.nl

Reageer op dit artikel