nieuws

Arbowet gewijzigd, doel bereikt?

Wetgeving

In de voorgenomen wijzigingen van de Arbowet zijn duidelijk maatregelen genomen om de arbodienst-
verlening te versterken. Maar is dit de oplossing voor blijvende hoge incidentie van beroepsziekten in ons land?

Arbowet gewijzigd, doel bereikt?

De aanpassing van de Arbowet komt voort uit de kabinetsreactie op het advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg. De ministerraad heeft er eind juni 2015 mee ingestemd om het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden.

Met deze wijziging van de Arbowet heeft het kabinet een stap in de goede richting gezet. Met name de aandacht voor preventie, de toegankelijkheid tot de bedrijfsarts en de minimumeisen aan het basiscontract zijn duidelijke verbeteringen ten opzichte van de huidige situatie. De wetswijziging is onderdeel van een bredere aanpak met als doel de bedrijfsgezondheidszorg en de duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking te verbeteren met stimulerende maatregelen.

Beroepsziekten

Maar in de gewijzigde Arbowet ontbreken concrete drijfveren voor preventie van beroepsziekten en de consequenties van een beroepsziekte krijgen onvoldoende aandacht. Er wordt relatief veel accent gelegd op de mogelijkheid van een second opinion, waarvan je je oprecht moet afvragen wat dit toevoegt aan de preventie van beroepsgebonden aandoeningen.
Met deze wetswijziging is met name de positie van de bedrijfsarts versterkt. Maar met de bedrijfsarts alleen komen we er niet. Natuurlijk staat de noodzaak hiervan buiten kijf, maar de positie en de rol van de overige kerndeskundigen is nu onderbelicht. Diagnostiek en preventie van beroepsziekten vereisen immers een multidisciplinaire aanpak. Door de marktwerking is de bedrijfsgezondheidszorg gefragmenteerd en een multidisciplinaire aanpak niet langer vanzelfsprekend. Een en ander is wel opgenomen in de certificeringseisen voor arbodiensten, maar deze gelden niet voor zelfstandig werkende bedrijfsartsen en/of verzuimbegeleiders.

PMO

Bij de preventie-aanpak worden nut en noodzaak voor het Preventief Medisch Onderzoek (PMO) slechts marginaal benoemd, het voorstel beperkt zich tot de verplichting een PMO aan te bieden. Maar dit PMO is nu juist het instrument bij uitstek ter preventie van uitval en beroepsziekten en ter verbetering van de duurzame inzetbaarheid. Het PMO is in Nederland, zowel kwalitatief als kwantitatief, momenteel ver onder de maat. De uitvoering van een PMO staat vaak om bedrijfseconomische redenen onder druk. Ook goede sectorale initiatieven worden bedreigd in hun voortbestaan. Bovendien lijkt het erop dat de Inspectie SZW niet systematisch controleert en handhaaft op de uitvoering van het PMO. Bij ongewijzigd beleid en regelgeving op het onderwerp PMO biedt de huidige wetswijzing voor de Arbowet dan ook weinig vertrouwen voor de toekomst.

Melden zonder consequenties

Ten aanzien van beroepsziekten blijft het wettelijk kader feitelijk beperkt tot de meldingsplicht
door de bedrijfsarts. Er is noch voor de werknemer, noch voor de werkgever een prikkel of noodzaak om gevolg te geven aan deze melding. Een (vermoede) beroepsziekte zou moeten leiden tot een verplicht vervolgonderzoek naar de onderliggende oorzaken, zoals aard en omvang van de risico’s en de getroffen beheersmaatregelen. Uitgevoerd door een competente, onafhankelijk deskundige.
Dit onderzoek zou in eerste instantie een lerend doel moeten hebben. De opzet en uitvoering van het onderzoek en de gevonden informatie moeten de mogelijkheid bieden om nieuwe gevallen van beroepsziekten te voorkomen. Indien een beroepsziekte is gediagnosticeerd en de relatie met de werkomstandigheden is vastgesteld, zou dit voor werknemers ook moeten kunnen leiden tot een vorm van financiële compensatie.

Risque employee

De minister wil vasthouden aan het huidige sociale stelsel wat betreft de regelingen rondom loondoorbetaling bij ziekte (het risque social). In het geval van beroepsziekten blijkt in de praktijk dat dit ‘risque social’ is verworden tot ‘risque employee’. De gevolgen van een beroepsziekte worden eenzijdig bij werknemers neergelegd. Dit geldt helemaal voor de werknemers die pas een beroepsziekte ontwikkelen na hun pensionering als gevolg van een langdurige blootstelling aan bijvoorbeeld chemische stoffen zoals asbest en kwarts.
Ook in de gewijzigde Arbowet is er geen aandacht voor deze groep ex-werknemers. Het lijkt wel alsof alle stakeholders hen als minder relevant beschouwen, omdat zij niet meer economisch actief zijn.

Handhaving

Ten slotte vragen wij ons af of handhaving van deze wetgeving wel adequaat is uit te voeren. Handhaving blijft momenteel beperkt tot een controle op de wettelijke verplichting voor de bedrijfsarts of deze wel of niet (voldoende) meldt. Het risico hiervan is dat dit werknemers drijft naar medicalisering van problematiek, met vaak jarenlange juridische procedures in plaats van het gestelde effect. De belangstelling voor beroepsziekten en preventief beleid met betrekking tot het voorkomen van beroepsziekten, zal toenemen.
Opmerkelijk is dat bij arbeidsongevallen wel actief onderzoek door de overheid plaatsvindt,
maar dat dit niet gebeurt bij een melding door een bedrijfsarts van beroepsziekten. Het moet
niet uitmaken of gezondheidsschade direct zichtbaar is of zich pas jaren later manifesteert.

Auteurs: Rik Menting en Jolanda Willems | Coöperatie PreventPartner

Reageer op dit artikel