nieuws

Nieuw beleid SZW arboboetes

Wetgeving

Op 18 december 2015 is de wijziging van de Beleidsregel boeteoplegging Arbeidsomstandighedenwetgeving (nieuwe Arboboetebeleid) in werking getreden. Waar draaide het ook alweer om?

Nieuw beleid SZW arboboetes

In het nieuwe Arboboetebeleid heeft de minister van SZW vier afzonderlijke matigingsgronden geïntroduceerd. Die spelen mee bij het bepalen van de hoogte van boetes voor overtredingen op grond van de Arbeidsomstandighedenwetgeving.

Onredelijk

De Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State zette met een belangrijke uitspraak op 6 mei 2015 een streep door het geldende boetebeleid. Het cumulatief toepassen van de matigingsgronden in het oude beleid leidde volgens de Afdeling tot onredelijk en onevenredige boetes. Want dit boetebeleid stelde werkgevers die geen enkele inspanning hadden geleverd om een veilige werkomgeving te bevorderen op gelijke voet met werkgevers die daartoe wel maatregelen hadden ontwikkeld.

Boetematiging

Met het nieuwe Arboboetebeleid is een systeem geïntroduceerd waarbij afzonderlijke factoren een rol spelen bij het bepalen van de hoogte van de boete. Uitgangspunt in artikel 1 lid 11 van het Arboboetebeleid is dat een werkgever moet aantonen dat hij inspanningen heeft verricht, gericht op het voorkomen van de overtreding in dat concrete geval. Daarbij kunnen vier factoren elk op zichzelf leiden tot een boetematiging met 25 procent:

  1. De risico’s van de concrete werkzaamheden zijn voldoende geïnventariseerd en er is een veilige werkwijze ontwikkeld die voldoet aan de vereisten van de Arbowetgeving.
  2. Er zijn noodzakelijke randvoorwaarden voor toepassing van een veilige werkwijze gecreëerd.
  3. Er zijn adequate instructies gegeven.
  4. Er is adequaat toezicht gehouden.

Verschil

Belangrijk verschil met het oude Arboboetebeleid: de vroegere eerste, veelomvattende matigingsgrond is in het nieuwe Arboboetebeleid opgesplitst in twee aparte matigingsgronden. De minister heeft hiermee een duidelijk onderscheid willen maken tussen inschatting van de risico’s en ontwikkeling van een veilige werkwijze (matigingsgrond 1) en de feitelijk geleverde inspanningen gericht op voorkoming van de concrete overtreding in het specifieke geval (matigingsgrond 2). Denk bij de in matigingsgrond 2 genoemde randvoorwaarden aan het ter beschikking stellen van geschikte en deugdelijke arbeidsmiddelen en doeltreffende PBM. Maar ook aan opleiding en voorlichting (toolboxen of LMRA-trainingen).

Andere relevante gronden

De minister van SZW stelt in de toelichting op het boetebeleid dat er ook nog “andere relevante gronden” aan de orde kunnen zijn voor boetematiging. Hij licht niet toe wat hij daaronder precies verstaat. Maar door dit expliciet te vermelden doet de minister van SZW in het nieuwe Arboboetebeleid in elk geval meer recht dan voorheen aan het evenredigheidsbeginsel bij toetsing van de hoogte van boetes. Het is afwachten hoe de minister invulling gaat geven aan die ‘andere relevante gronden‘ voor boetematiging.

Bron: stibbeblog.nl

 

> Wilt u een overzicht van alle nieuwe ontwikkelingen op het gebied van arbowetgeving en beroepsziekten? Arbo>> organiseert binnenkort de Arbo Actualiteitendag.

Reageer op dit artikel