artikel

AANKLEDEN BEURSSTAND IS OOK WERK

Geen categorie

Een productmanager werkt bij een leverancier voor softwareoplossingen. In november 1998 wordt er een workshop gehouden in een sportcomplex in Belgie. Elk van de negen bedrijven die meedoen, heeft een ruimte van 6 bij 4 meter om in te richten. De werknemer bekijkt de situatie en gaat naar het hoofdkantoor om decoratiemateriaal op te halen. Hij krijgt zes ingelijste en een aantal uitrolbare posters mee. De achterwand van de stand is ruim 2 meter hoog. Maar een huishoudtrapje, waar hij om vraagt, krijgt hij niet. Om de posters toch op te kunnen hangen, leent hij een ladder bij de organisatie. Tijdens het ophangen glijdt de ladder op de gladde vloer weg en komt de man ten val. De productmanager stelt zijn werkgever aansprakelijk voor de gevolgen. De kantonrechter en het hof wijzen de vordering toe, maar de werkgever gaat in cassatie.

 

De werkgever vindt dat het ongeval niets te maken heeft met de norma Ie taakuitoefening van de werknemer. Maar het gerechtshof ziet dat anders. De werknemer moest een softwarepakket demonstreren aan potentiele klanten op een workshop. De andere bedrijven die daar aanwezig waren, hadden hun stand zodanig aangekleed dat die een aandachttrekkend en wervend uiterlijk had. De werkgever had voor promotiedoeleinden ingelijste en opgerolde posters ter beschikking gesteld. Het was dus niet meer dan 10gisch dat de werknemer het als zijn taak zag die posters ook op te hangen. Dat het hier ging om een workshop voor vakspecialisten en niet voor het brede publiek, is volgens het hof niet van belang. Maar als een werkgever posters en plakband ter beschikking stelt, moet hij er wel van uitgaan dat die posters o hoog worden opgehangen dat zij de aandacht van het passerende publiek trekken. Dat houdt in dat voor het ophangen wellicht een hulpmiddel zoals een huishoudtrap nodig is. Dat is niet zo onwaarschijnlijk dat de werkgever daar in redelijkheid geen rekening mee had moeten houden. Aan het gebruik van een huishoudtrapje zijn in het algemeen weinig gevaren verbonden. Aan het gebruik van een ladder daarentegen we!. Gezien de geringe kosten van een huishoudtrap in samenhang met de ernstige gevolgen van het gebruik van de ladder is de werkgever tekortgeschoten in zijn zorgplicht.

 

De Hoge Raad ziet geen gronden om in te gaan op de bezwaren tegen de uitspraak van het hof en verwerpt zonder nadere motivering het hoger beroep.

 

Een werknemer wordt geacht de nodige veiligheid en voorzichtigheid bij zijn werk in acht te nemen. Terecht! Maar dat moet de werkgever dan wel mogelijk maken: die zal op zijn minst de juiste middelen ter beschikking moeten stellen. In dit geval had de werknemer ook nog eens om die middelen gevraagd, maar niet van zijn werkgever gekregen. Ais er dan een ongeval gebeurt, zal een schadeclaim van de werknemer een grote kans van slagen hebben.

 

Hoge Raad 16 maart 2001, JAR 2001, 92;LJNAZ6718

 

Reageer op dit artikel