artikel

Als geintje of uit woede

Geen categorie

Jansen werkt tijdelijk als lasser bij de havendienst van een gemeente.

 

Eind mei 2000 pauzeert hij in een ruimte die ook in gebruik is bij personeel van de technische dienst.

 

Als Jansen met een kopje koffie in zijn handen onderuitgezakt op een stoel zit, komt een man van de TD achter hem staan en pakt hem in een soort houdgreep.

 

De stoel kantelt en Jansen hangt enige tijd – zonder dat hij zijn armen kan gebruiken – met het hele gewicht van zijn lichaam aan zijn nek in de armen van de TDman.

 

Pas als Jansen uit ademnood vreemde bewegingen begint te maken, laat de TD-man los.

 

Hij gaat later die dag naar een ziekenhuis en meldt zich daarna ziek. Hij vordert schadevergoeding.

 

De rechtbank ziet de gebeurtenis niet als collegiaal stoeien, maar vindt dat er sprake is van een onrechtmatige daad. Volgens de rechtbank is er een functionele relatie tussen de houdgreep van de TD-man en diens dienstverband bij de gemeente. Die wordt mede aansprakelijk gesteld voor de schade.

 

In hoger beroep van de gemeente oordeelt het gerechtshof dat de gemeente voldoende juridische zeggenschap had over de werknemer in kwestie. Maar dat rechtvaardigt nog niet de conclusie dat er sprake was van een door de gemeente gegeven opdracht die objectief gezien de kans vergroot dat hij Jansen in de houdgreep zou nemen. De gemeente was daarom op grond van haar werkgeversschap (art. 6:170 BW) niet aansprakelijk voor de fout van de werknemer.

 

Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de vordering van Jansen wordt afgewezen.

 

(Hof Amsterdam, 22 november 2007, LJN BC2969)

 

Van Twist werkt als krattenspoeler bij een supermarkt. Hij krijgt eind november 2007 op het werk onenigheid met een collega. Hij pakt hem van achteren vast en gooit hem tegen een broodkar. De collega valt op de grond en loopt lichte verwondingen op. Van Twist maakt direct zijn excuses die worden aanvaard met een handdruk en de uitspraak ‘zand erover’. De werkgever stuurt een brief waarin staat dat zijn gedrag onacceptabel is en dat bij de rechter ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt gevraagd.

 

Hangende die periode wordt hij niet geschorst, maar op een andere afdeling tewerkgesteld.

 

Tijdens de rechtszitting voert Van Twist aan dat hij al maandenlang werd getreiterd. De werkgever vraagt zich af waarom hij dat nooit aan zijn chef heeft verteld.

 

De rechter stelt vast dat uit de videobeelden blijkt dat Van Twist naar zijn collega is gelopen en hem, nadat hij zich had omgedraaid, een duw gaf waarna hij tegen de broodkar aan kwam. Met het oog op de vereiste veiligheid van het personeel op de werkvloer, spreekt het voor zich dat het bedrijf dergelijk gedrag niet hoeft te tolereren. Gezien zijn reactie is Van Twist daar ook van doordrongen.

 

Hij heeft bovendien spijt betuigd.

 

De rechter vindt echter niet dat dit incident zo ernstig is dat het dienstverband moet worden beeindigd. Van Twist is tot nu toe nooit agressief geweest en het is niet uitgesloten dat hij inderdaad werd geprovoceerd. Zoals vaak het geval is, zal het hier ook wel zo zijn dat waar twee kijven er twee schuld hebben. Het is dan niet redelijk om alleen tegen Van Twist maatregelen te nemen. Het ligt daarom veel meer voor de hand om beide medewerkers uit elkaar te halen en op verschillende afdelingen te laten werken. Dat kan, want het bedrijf heeft verteld dat beiden niet meer samen op de krattenwasserij werken.

 

Gezien de grote gevolgen voor Van Twist, die een gezin met vier kinderen heeft, gaat het op dit moment dan ook te ver om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

 

Hij moet zich wel realiseren dat hij thans een gewaarschuwd man is. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.

 

(Kantonrechter Haarlem, 11 januari 2008, LJN BC1854)

 

Reageer op dit artikel