artikel

Ankers, kabels en stoplichten

Geen categorie

Na het nodige ‘brainstormen’ bedacht het bedrijf een systeem van met lijnen gefixeerde bevestigingspunten waaraan de monteurs zich kunnen vastlijnen. Dit systeem wordt in twee fases aangebracht, omdat de monteurs aan de ene kant van de nok beginnen en aan de andere kant eindigen. Eerst leggen de monteurs met behulp van een ladder, of eventueel een panladder, drie touwen over het dak, die ze op de nok vastzetten via een ankervermenigvuldiger. Op de grond bevestigen ze de lijnen via een lijnopkorter aan 1 meter lange grondankers met een diskdiameter van 20 centimeter die 85 centimeter in de grond zijn gedraaid. Vervolgens lijnen de monteurs zich met een veiligheidslijn of valstopapparaat vast aan de ankervermenigvuldiger (zie figuur 1). Zodra de monteurs aan de andere kant van de nok moeten zijn, spannen zij opnieuw twee touwen tussen een bevestigingspunt op de nok en twee grondankers. Vervolgens maken ze een van de eerder gespannen touwen los en verbinden ze dat via een lijnopkorter aan de tweede ankervermenigvuldiger (zie figuur 2). Als het hele systeem is opgetuigd, kunnen de monteurs zich aanlijnen aan de twee bevestigingspunten en aan het noktouw. Dat laatste is noodzakelijk omdat de monteurs van de ene kant van de nok naar de andere kant moeten kunnen. Als de twee bevestigingspunten verder dan vijftien meter uit elkaar liggen, worden daartussenin twee extra verticale touwen geplaatst. Die voorkomen dat het noktouw bij een eventuele valpartij te ver gaat doorhangen. De verankeringsvoorzieningen voldoen aan de norm NEN-EN 795 Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Verankeringsvoorzieningen – Eisen en beproeving.

 

Figuur 1. Aanbrengen touwen fase 1

 

 

Figuur 2. Aanbrengen touwen fase 2

 

 

Voor de invoering testte Van der Heide het systeem eerst in de praktijk bij vijf verschillende projecten, varierend van een recht-toe-recht-aan-woning tot een conferentieoord met een torentje en een schuin en een plat dak. Hieruit kwam naar voren dat de monteurs:

 

• het veiligheidssysteem gemakkelijk konden opbouwen;

 

• zich stoorden aan het trekken van het valstop-apparaat aan het harnas;

 

• soms moeite hadden om de lijnopkorter ergens aan te bevestigen (slings van verschillende lengten bleken hierop het antwoord);

 

• ongeveer vijf procent van hun totale werktijd nodig hadden om het systeem aan te brengen (voorzover te bepalen).

 

Verder bleek dat beschermhoezen de levensduur van de touwen verlengen en dat werpzakjes met een dunne lijn het eenvoudiger maken om de touwen op het dak te krijgen.

 

Bij de monteurs bestond duidelijk behoefte aan meer informatie over veilig aangelijnd werken. Dus liet Van der Heide alle 72 monteurs een op maat gemaakte opleiding volgen, waarin niet alleen aandacht werd besteed aan het bevestigen van het systeem en aan aangelijnd werken, maar ook aan het in veiligheid brengen van eventuele slachtoffers. De monteurs leerden tijdens de cursus om zelfstandig een gevallen en eventueel ook bewusteloze collega naar beneden te halen. Het moeten wachten op hulpdiensten kan immers tot ernstige belemmeringen van de bloeddoorstroming leiden, met alle gevolgen van dien voor het slachtoffer.

 

Samen met het veiligheidssysteem introduceerde Van der Heide het zogenoemde stoplichtmodel. Dit is een methode voor het bepalen van de benodigde veiligheidsmaatregelen bij een klus, ontwikkeld door branchevereniging UNETO-VNI. Het bestaat uit een stroomschema (zie figuur 3), aan de hand waarvan vestigingsleiders een afweging maken tussen:

 

• operationele beperkingen, zoals de bereikbaarheid van de werkplek en bevestigingsmogelijkheden voor collectieve beveiligingsmiddelen;

 

• veiligheidstechnische beperkingen, zoals de uitvoering van risicovolle werkzaamheden en de tijdsduur van de werkzaamheden langs de dakrand ten opzichte van de tijdsduur voor het bevestigen van collectieve beveiliging; en

 

• economische beperkingen, zoals bijvoorbeeld de tijdsduur van het project en de opstelkosten van de beschermingsmiddelen.

 

Vestigingsleiders kiezen een beschermingsmiddel in eerste instantie op veiligheidskundige gronden. Economische argumenten komen pas in een later stadium aan de orde. Zij leggen hun beargumentering schriftelijk vast op het formulier ‘Project RI&E valgevaar bij montage/inspectie bliksemafleiderinstallaties’. De uitvoerende monteurs dragen dit formulier tijdens de uitvoering bij zich, zodat ze het kunnen tonen aan de Arbeidsinspectie of aan interne auditors.

 

Op basis van het stoplichtmodel werkt Van der Heide op dit moment bij tien procent van de opdrachten met een vorm van collectieve beveiliging. Bij tachtig procent maken de monteurs gebruik van persoonlijke valbeveiliging. De resterende tien procent van de projecten is zo riskant dat vestigingsleiders het werk niet zo maar kunnen accepteren en eerst een risicoinventarisatie en -evaluatie moeten laten uitvoeren (zie figuur 4).

 

Figuur 3. Beoordeling keuze beschermingsmiddel

 

 

Figuur 4. Gebruik van valbeveiliging en mogelijke beveiligingsopties stoplichtmodel

 

 

Momenteel voert Van der Heide het veiligheidssysteem gefaseerd in. De eerste fase begon afgelopen juli en liep tot eind december; de tweede fase is deze maand van start gegaan. Van der Heide heeft het stoplichtmodel in een keer ingevoerd.

 

In de eerste fase werkten de monteurs in principe aangelijnd, maar mochten ze zelfstandig besluiten om ‘los’ te werken. Bij voorkomende problemen zochten monteurs en vestigingsleiders naar een oplossing, eventueel samen met de KAM-manager en de instructeur van de opleiding. Van der Heide legde moeilijke situaties op video vast en toonde die als instructiefilm. Het bedrijf voerde verbeteringen in het systeem door en nam ze op in het veiligheidshandboek.

 

In de tweede fase werken de monteurs verplicht aangelijnd. Alleen in het uiterste geval en met toestemming van de vestigingsleider mogen ze ‘los’ het dak op. Dat laatste kan voorkomen bij opdrachten die voor de invoering van het stoplichtmodel zijn geaccepteerd. Aan het eind van deze fase zal elke monteur een persoonlijke brief van de general manager ontvangen waarin staat dat hij voortaan aangelijnd moet werken. Ook zal het Van der Heide journaal aandacht aan de nieuwe regel besteden.

 

Vanaf 1 juli 2006 mogen de monteurs alleen nog aangelijnd werken. Onveilig werken is niet meer toegestaan. Vestigingsleiders mogen geen opdrachten meer accepteren die de monteurs niet op een veilige manier kunnen uitvoeren.

 

Over een eventueel sanctiebeleid zal Van der Heide eerst het gesprek aangaan met de ondernemingsraad.

 

Van der Heide is niet heel erg veel geld kwijt aan het veiligheidssysteem. Voor vijftien sets betaalde het bedrijf € 11.835,– (prijs per set: € 798,–). Deze sets gaan drie tot vijf jaar mee en moeten jaarlijks voor € 1.500,– worden gekeurd. De opleidingskosten voor de monteurs bedragen € 10.084,50, waarvan het opleidings- en ontwikkelingsfonds € 8640,– voor zijn rekening neemt (€ 120,- subsidie pp/pd). De opleiding kost Van der Heide dus € 1444,50. Het volgen van de opleiding leidt niet tot (extra) omzetderving, omdat de medewerkers volgens de CAO toch al recht hebben op een studieverlofdag per jaar.

 

Het systeem verdient zichzelf in het eerste jaar al terug. Tegenover de € 13.500,- voor materiaal, opleiding en keuring staat een groot bedrag dat Van der Heide bespaart op verzuim en andere kosten. Van 1999 tot en met 2004 betaalde het bedrijf hiervoor circa € 181.685,- aan verzuim door vallen van daken. Omgerekend kostte valgevaar het bedrijf dus € 30.281,- per jaar.

 

Het veiligheidssysteem maakt Van der Heide niet veel duurder voor de klant. Naar schatting besteden de monteurs vijf procent van hun tijd aan het opbouwen en afbreken van het systeem. Dit leidt tot een verhoging van de offerteprijs met 3,25 procent.

 

Al met al boekt Van der Heide drievoudige winst met het veiligheidssysteem: de monteurs werken veilig, het bedrijf bespaart geld en de klant is nauwelijks duurder uit.

 

» Nederlands Normalisatie-instituut, NEN 1014: 1992/C2: 2000 nl, Bliksembeveiliging, Delft 2000.

 

» AI-15, Veilig werken op daken, derde druk, Sdu, Den Haag.

 

» Cd-rom Arboprof, versie 2004/2, Alphen aan den Rijn 2004.

 

» Nederlands Normalisatie-instituut, NEN-EN 795:1996 nl, Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Verankeringsvoorzieningen – Eisen en beproeving, Delft 1996.

 

» Nederlands Normalisatie-instituut, NEN-EN 355 (en), Persoonlijke beschermingsmiddelen tegen vallen – Schokdem pers, Delft, 2002.

 

» UN ETO-VNI Vakgroep Bliksembeveiliging, Stoplichtmethode: Veilig werken op hoogte?, Zoetermeer, z.j.

 

» Van der Heide Bliksembeveiliging, Cursusboek monteur uitwendige bliksembeveiliging, Kollum 2002.

 

» Ziere, A., ‘Grondankers creeren veilige werkplek op hoogte’, HVK-scriptie, Goutum 2005 (niet gepubliceerd).

 

Reageer op dit artikel