artikel

Arbodienst op zijn Belgisch

Geen categorie

Ondersteuning van de arbozorg van de werkgever en het verzorgen van arbeidsgeneeskundige ondersteuning vormen de belangrijkste taken van de externe diensten. Net als bij ons moeten Belgische werkgevers in principe zelf de arbozorg op zich nemen. In sommige gevallen mogen ze echter externe deskundigen inschakelen; soms zijn ze dat zelfs verplicht. Bepalend zijn de hoogte van de arbeidsrisico’s en de omvang van de organisatie. Daarvoor hanteert Belgie dezelfde onderverdeling in categorieen A, B, C en D als voor de verplichte aanvullende vorming van de preventieadviseur (zie hiervoor ARBO 3-2006, blz. 40-43, in het bijzonder tabel 1). Organisaties uit de eerste twee categorieen mogen vrijwel geen gebruik maken van externe dienstverleners; categorie C-organisaties mogen echter uitgebreid externe deskundigheid inhuren. Voor een categorie D – organisatie is het verplicht om vrijwel de hele arbozorg uit te besteden. Alleen deskundigheid op het gebied van de arbeidsgeneeskunde mogen werkgevers altijd inkopen bij een externe dienst.

 

EDBP’s zijn niet alleen actief op het gebied van ondersteuning van de aangesloten werkgevers, maar ook op het gebied van wetenschappelijk onderzoek. Zij mogen hun geld namelijk enkel besteden aan ondersteuning van de aangesloten werkgevers en aan het uitwerken van specifieke campagnes voor veiligheid en gezondheid. Het overschot moeten zij verplicht aanwenden voor wetenschappelijk onderzoek naar de veiligheid en de gezondheid van de werknemers. Door de schaalgrootte van de EDPB’s gebeurt dit ook werkelijk. Grote EDPB’s als IDEWE, IKMO en ARISTA zijn belangrijke spelers op wetenschappelijk terrein naast overheid en universiteiten. Soms bestaat hierdoor zelfs ten onrechte de indruk dat zij over overheidsgezag beschikken.

 

Externe diensten voor preventie en bescherming bestaan uit een afdeling arbeidsgeneeskunde en een afdeling risicobeheer. De laatste afdeling beschikt over een multidisciplinair team van preventieadviseurs, met deskundigen op het gebied van de arbeidsveiligheid, de arbeidsgeneeskunde, de ergonomie, de bedrijfshygiene en de psychosociale aspecten van de arbeid. Voor elke discipline gelden andere diplomavereisten. In de toekomst moet elke discipline ook nog een eigen programma voor verplichte aanvullende vorming volgen. Deze opleidingseisen zijn fors, omdat EDPB’s de belangrijke rol die zij spelen in de praktijk ook waar moeten kunnen maken.

 

EDPB’s moeten aan vijf voorwaarden voldoen:

 

1. ze moeten hun opdrachten uitoefenen volgens de principes van integrale kwaliteitszorg (dat wil zeggen dat zij volgens een kwaliteitssysteem moeten werken: de reeks ISO 9000, EN 45000 of het EFQM-model);

 

2. bij aanvang van hun activiteiten dienen ze te beschikken over een beleidsverklaring inzake integrale kwaliteitszorg;

 

3. ze moeten aantoonbaar een NBN EN ISO 9001-gecertificeerd kwaliteitssysteem toepassen;

 

4. ze mogen geen gebruik maken van de ruimte die de norm NBN EN ISO 9001 biedt om deels van de norm af te wijken;

 

5. ze moeten beschikken over de nodige materiele, technische, wetenschappelijke en financiele middelen om te allen tijde hun opdrachten volledig en doeltreffend te kunnen vervullen.

 

Werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers hebben het nodige in de melk te brokkelen bij de externe diensten. De drie nationale vakbonden – christelijk, socialistisch en liberaal – hebben zitting in de adviescomites van de EDPB’s. In deze comites zijn ook de werkgevers vertegenwoordigd. Momenteel zijn dat alleen de werkgevers die de EDPB hebben opgericht en niet alle aangesloten werkgevers. In de toekomst zullen waarschijnlijk de nationale werkgeversorganisaties de afgevaardigden gaan aanstellen. Daarmee wordt het probleem ondervangen dat de werkgevers die de EDPB hebben opgericht zelf het functioneren van de EDPB controleren. Uiteraard zijn de EDPB’s ook interessant voor de werknemersafgevaardigden in de aangesloten organisaties. De interne preventie-adviseur onderhoudt contacten met de EDPB, onder toezicht van de werknemersafgevaardigden. De externe diensten werken samen met interne diensten. Op het gebied van risicobeheer is deze samenwerking niet zo ingewikkeld. Voor de arbeidsgeneeskundige aspecten ligt dit echter een stuk ingewikkelder, omdat daarin onder meer het beroepsgeheim en de deontologie van de arbeidsgeneesheer een rol spelen. De communicatie tussen het bedrijf of de instelling en de preventieadviseurarbeidsgeneesheer wordt grotendeels geregeld door modelformulieren en procedures bepaald door het Koninklijk Besluit Toezicht op de Gezondheid.

 

EDPB’s hebben weliswaar geen winstoogmerk, maar in de praktijk beconcurreren ze elkaar op alle mogelijke wijzen. Dat uit zich onder andere in contracten met grote werkgevers tegen dumpingprijzen, terwijl de kleintjes die de grote pot betalen wel eens verstoken blijven van dienstverlening. In het MKB verrichten EDPB’s veelal onvoldoende risicoanalyses en te oppervlakkige arbeidsongevallen-analyses. Vanwege het grote aantal mensen dat zijn brood verdient bij de EDPB’s – zo’n 2600 – treedt de overheid hier uit sociaal-economische overwegingen niet snel tegen op. Zij creeert liever geen chaos in het bedrijfsleven en wil al helemaal geen sociaal bloedbad aanrichten.

 

In het zakboekje voor de Preventieadviseur staan verder de taken van de EDTC opgesomd. Naast dit handboekje is er ook de overheidsuitgave De Reglementering van het Welzijn op het Werk. De Reglementering is gratis te verkrijgen via www.meta.fgov.be > publicaties. Deze uitgave is een van de instrumenten van de overheid om de gekozenen van de sociale verkiezingen te informeren en te vormen. Deze steun aan de werknemersafgevaardigden is een uiting van de overtuiging van de regelgever dat het nodig is om te beschikken over geinformeerde en gevormde werknemersafgevaardigden om te komen tot een degelijk beleid in organisaties in het belang van de werknemers.

 

TECHNISCHE CONTROLE

 

Naast de EDPB’s kent Belgie ook externe diensten voor technische controle (EDTC’s). Deze werken eveneens zonder winstoogmerken. Zij staan in voor de voorgeschreven keuringen en controles van vooral elektrische installaties, nucleaire installaties, liften en hefwerktuigen. Niet alle keuringen hoeven echter door een EDTC te worden uitgevoerd. Werkgevers mogen sommige periodieke controles zelf uitvoeren, zoals deze van de blusmiddelen.

 

DESKUNDIGHEID IN ONDERWIJS

 

Arbeidsveiligheid en gezondheid moeten volgens alle waarnemers en volgens de conventie 155 van de IAO geintegreerd zijn in het onderwijs en in de opleidingen. Het is dan ook verwonderlijk dat de regelgever niet bepaald heeft dat onderwijsinstellingen voor secundair onderwijs met professionele opleidingen en opleidingscentra noodzakelijk de deskundigheid in huis moeten hebben.

 

 

Reageer op dit artikel