artikel

Bedrijfsartsen gaan hun eigen weg

Geen categorie

Sorgdrager nam in april het roer van de NVAB over van Marielle A Tjak die de NVAB vier jaar leidde.

 

‘Marielle heeft de NVAB op de kaart gezet. De NVAB doet weer mee. Eigenlijk wilden we ook een vrouw als opvolger. Een vrouw doet het beter in de relationele sfeer. Dat heeft Marielle in ieder geval bewezen. Helaas konden we geen vrouw binnen onze gelederen vinden die aan de rest van de profielschets voldeed.’

 

Ondanks de naar eigen zeggen vergrote naamsbekendheid werd de NVAB niet geconsulteerd toen de kaarten voor de ophanden zijnde stelselwijziging in de arbodienstverlening werden geschut.

 

‘We zitten nu in de commissie wet- en regelgeving en willen wat meer pro-actief worden.

 

Maar het is waar dat we als bedrijfsartsen achter de feiten aan hebben gelopen.’

 

Met de nodige zelfspot: ‘We zijn vreselijk eigenwijs en weten allemaal wel wat goed is. Toch worden we bij belangrijke zaken slechts zijdelings geraadpleegd.

 

We zijn er toch? En ze komen ons wel bevragen, dat idee hadden we. Maar zo werkt dat blijkbaar niet. Het is de bedoeling dat we ons meer met de politiek bemoeien.

 

En dat lukt. We doen weer mee en ik draag de boodschap verder uit.’

 

Voordat je een boodschap kunt uitdragen, moet je wel weten wat die boodschap moet zijn.

 

De NVAB voerde een stevige discussie. ‘Die discussie was vrij lang en intensief. We kwamen uiteindelijk uit op de kernwaarden beschermen, bewaken en bevorderen van de gezondheid van werkenden. Daar hebben we verstand van. We dienen te zorgen voor een goede belastbaarheid in relatie tot werk. De bedrijfsarts kan dat niet alleen.

 

Hij dient uitmuntende contacten te onderhouden met het bedrijf, de curatieve sector en andere arboprofessionals.’

 

Vandaar dat Sorgdrager ook erg hecht aan de arbodienst als werkomgeving voor de bedrijfsarts.

 

Een omgeving die hij ziet verarmen door een trend onder collega’s. De trend van verzelfstandiging.

 

‘De NVAB heeft 2200 leden. We kennen een dekkingsgraad van negentig procent. Van die 2200 leden werkt 90 procent in een arbodienst. We zien echter dat steeds meer collega’s zich op de vrije markt begeven als vrijgevestigde. Dat zijn meestal niet de minsten. Daar maken we ons zorgen over. De borging met andere disciplines loopt gevaar.

 

De bedrijfsarts is een teamspeler.

 

We zijn goed in het onderscheid maken tussen medisch en nietmedisch verzuim. Wij weten hoe we uit mensen moeten krij gen waar het probleem zit. Een rugpijn kan duiden op spanning, maar ook gewoon een verrekte spier zijn. We moeten niet, zoals ons vroeger werd geleerd, met decibelmeter en centimeter de werkvloer op. Voor uitvoerende taken zijn er mensen als ergonomen en arbeidshygienisten.

 

Ieder zijn vak.’

 

Volgens de NVAB-voorzitter is de emigratie van bedrijfsartsen uit arbodiensten voor een groot deel te wijten aan de werkprocessen binnen arbodiensten. ‘Natuurlijk, ook ik snap dat omzet gehaald moet worden. Maar de werkprocessen zijn wel erg strak binnen arbodiensten. Sommige collega’s zitten echt in een keurslijf. Daar word ik boos van.

 

De bedrijfsarts moet rustig de tijd hebben om op zijn fietsje of met de auto een bedrijf te bezoeken.

 

Of, zoals een collega van mij, met de boot naar Terschelling te varen. Dat levert zoveel op. Ook omzet. Betrokkenheid bij het bedrijf levert minder verzuim op, meer preventie en ook meer klandizie voor de arbodienst.

 

Zo loop ik regelmatig op de werkvloer bij een van mijn klanten. Oke, de parel uit ons bestand, maar toch. De drempel is laag en de werknemers komen makkelijk naar je toe. Dat voorkomt heel veel ziekteverzuim. En levert hogere productiviteit op.

 

Daar mogen goede arbeidsomstandigheden best aan bijdragen.

 

Het levert namelijk voor bedrijven meer geld op. En dat geld besteden ze onder meer weer aan het verbeteren van de werkomstandigheden.

 

Dat beknotten van bedrijfsartsen zie je in alle arbodiensten. Ook binnen Arbo Unie. Nou valt het bij ons in Meppel wel mee, maar bij grotere vestigingen kan het zomaar anders zijn.’

 

De voorzitter van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) stak de bedrijfsartsen volgens Sorgdrager onlangs nog een hart onder de riem. ‘Weet je wat die man zei? Bedrijfsartsen praten in tegenstelling tot bijvoorbeeld gynaecologen nooit over geld of over ‘het bootje’.

 

Maar altijd over het vak en de professionele autonomie. In die woorden van de voorzitter ligt ook een deel van de verklaring waarom collega’s zich vrij vestigen.

 

Ze denken zo meer speelruimte te hebben. Helaas vergeten ze dat ze alleen komen te staan. Ik moet er niet aan denken.

 

Naast mij zit het bedrijfsmaatschappelijk werk en even verderop de ergonoom. Die contacten heb ik echt nodig.’

 

Als die professionele onafhankelijkheid zo hoog in het vaandel staat, waarom waarschuwt Sorgdrager dan toch voor het dreigende verlies van autonomie?

 

Sorgdrager: ‘Veel artsen in opleiding en net afgestudeerde artsen worden aan de lastige en vervelende bedrijven gekoppeld. Daar moet je assertief voor zijn en de rug recht voor kunnen houden.

 

En dat wordt ze onvoldoende geleerd.

 

Deels omdat het in de opleiding ontbreekt, deels omdat de praktijkbegeleider er de tijd niet voor heeft binnen de arbodienst.

 

We zullen dus moeten zorgen dat bedrijfsartsen in de opleiding leren hun rug recht te houden. Binnen arbodiensten moet meer tijd aan begeleiding gegeven worden. Je kunt ook voor een betere verdeling van klanten zorgen. Zo heb ik bewust ook een aantal minder leuke klanten in mijn portefeuille.’

 

Die rug recht houden wordt een thema voor de NVAB. Toevallig spande onlangs een werknemer een proces aan tegen Arbo Unie.

 

De dienst wordt verweten een werknemer te snel aan het werk te hebben gestuurd. De rechtszaak gaat voor de Arbo Unie de goede kant op, volgens Sorgdrager.

 

Toch is het een leerproces.

 

‘Ik ben heel benieuwd naar de uitkomst. Het ziet er naar uit dat de betreffende arts niets te verwijten valt omdat hij conform de richtlijn handelde, maar ik vind het leerzaam om eens te kijken of op het laagste niveau van arbozorg onze middelen toereikend zijn. De arts is onder druk van de werkgever en gesteund door de richtlijn misschien toch iets te snel geweest om de werknemer weer aan het werk te sturen.

 

Daar kun je lering uit trekken.

 

Juridisch valt de arts wellicht niets te verwijten, maar misschien dat we toch aan de richtlijn iets moeten doen.’

 

Sorgdrager werd vanwege zijn opvattingen over de autonomie van de bedrijfsarts op het matje geroepen bij de kersverse staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Van Hoof. De staats was ‘not amused’ door de Kamervragen die hij kreeg over die onafhankelijkheid. ‘Hij dacht dat alles goed geregeld was en doorgepraat en kreeg nu dit op zijn bord. Ik kan me bij die verbazing wel iets voorstellen. Maar wij hopen intern de positie van de bedrijfsarts te verstevigen en zijn ook geen tegenstander van het nieuwe arbodienstverleningsstelsel.

 

Ik heb het nog wel gehad met hem over arbozorg binnen het curatieve stelsel.

 

Peter Buijs is daar bij TNO Arbeid mee bezig. Van Hoof zegde toe dat soort projecten, mits breed gedragen, een kans te geven.’

 

Niet alleen de bedrijfsarts als discipline is een teamspeler in zijn ogen, Sorgdrager zelf lijkt het ‘all together’ persoonlijk ook hoog in het vaandel te hebben. ‘Eigen verantwoordelijkheid is een sleutelwoord in deze tijd.Eigen verantwoordelijkheid van werkgever, werknemer en de bedrijfsarts.

 

Ik doe een gok: tachtig procent van de werknemers kan prima voor zichzelf opkomen.

 

Twintig procent heeft daar moeite mee. Die laatste groep mensen moeten we bereiken. In bedrijven die aan goede arbozorg doen, is dat niet zo’n probleem.

 

Je maakt een lijstje met zwakke broeders en die houd je goed in de gaten. De slechte bedrijven kunnen een probleem zijn. Daarom hebben we ook een imagoen publiciteitscampagne gestart.

 

Alle werkgevers kregen onlangs een mailing van ons en via de site jebedrijfsarts.nl kunnen mensen zien wat wij doen en hoe ze ons vinden. Maar ook van de curatieve sector verwacht ik veel. We hopen dat de huisarts ook de factor arbeid in zijn diagnose betrekt. Werken is gezond tenzij, die gedachte moeten de curatieve collega’s krijgen. En dan hoop ik dat ze doorverwijzen naar ons. Ik besef wel dat ons nog veel te doen staat. Hoe ga je regelen dat bedrijven waar bedrijfsartsen normaal niet komen toch op ons afkomen? Op het laagste niveau van arbozorg ligt een grote uitdaging. Er is nogal wat wantrouwen naar ons toe. Alsof we er alleen voor de werknemer of juist alleen voor de werkgever zouden zijn.’

 

Sorgdrager zit boordevol ideeen.

 

Zo wil hij de verzuimbegeleiding meer aan anderen dan de arts overlaten. De intake bij verzuim dient de bedrijfsarts te doen, maar de behandeling en begeleiding kan best door een andere professional gedaan worden. Als deze maar op tijd rapporteert naar de bedrijfsarts.

 

Bovendien ziet Sorgdrager wel wat in een goede arbeidsgeneeskundige consulent in de reguliere zorg. ‘We kunnen tegenwoordig doorverwijzen, maar het ontbreekt de curatieve sector vaak aan goede arbokennis.’ Risque professionnel zou uitkomst kunnen bieden. De discussie over dit verschijnsel is wat naar de achtergrond gedreven.

 

Maar kan volgens hem binnenkort wel weer naar de oppervlakte komen. Zijn eigen standpunt?

 

‘Ik ben voor een risque professionnel. Het legt de verantwoordelijkheid daar waar ze thuishoort. Probleem is wel dat je een claimcultuur riskeert.

 

Maar die heb je nu ook hoe langer hoe meer. En ja, je hebt natuurlijk ook die voorbeelden uit het buitenland dat mensen met een gebroken been naar het werk gesleept worden om te doen voorkomen dat het been tijdens het werk brak. Laten we het er maar op houden dat ik neig naar risque professionnel.’

 

Reageer op dit artikel