artikel

Bedrijfsartsen verruimen horizon

Geen categorie

Waarom stellen de bedrijfsartsen zo nadrukkelijk dat zij behandelen? De laatste decennia is de rol van de bedrijfsarts een paar keer veranderd. Begin jaren negentig schokte toenmalig minister-president Lubbers het Nederlandse polderland door te zeggen dat Nederland ziek was. Deze uitspraak vormde het startschot voor grootscheepse hervormingen. Bij ziekte betaalde niet langer de bedrijfsvereniging maar de werkgever het loon van de zieke werknemer door. Tegelijkertijd werden de entreecriteria voor de WAO aangescherpt. Door deze, op zich nuttige en noodzakelijke maatregelen, werd de bedrijfsarts steeds meer in een verzuimbeheersingsrol gedrukt en kwamen zijn klassieke taken in de verdrukking. Hij hield steeds minder tijd over voor het arbeidsgeneeskundig spreekuur, waarop de werknemer terecht kon met vragen over arbeid & gezondheid, en voor de preventie gericht op de risico’s van het beroep (het PAGO). Ook het adviseren van bedrijven op het gebied van gezondheidsbeleid kwam in de verdrukking.

 

De Wet verbetering poortwachter bracht de ommekeer. Zij leidde tot een duidelijkere verantwoordelijkheidsverdeling. De wet verplicht werkgevers en werknemers om actief te reintegreren. Daarnaast legt zij werknemers de plicht op om arbeid te verrichten die past bij hun medische mogelijkheden, terwijl werkgevers dergelijk passend werk wettelijk moeten aanbieden.

 

Als gevolg van deze wet kreeg de bedrijfsarts veel meer de rol van coach voor de werknemer en adviseur voor de werkgever. Deze niet-conflictueuze rol biedt de bedrijfsarts de mogelijkheid om beiden op basis van een professionele probleemanalyse te adviseren over re-integratiemogelijkheden.

 

Enkele jaren later kreeg de bedrijfsarts de mogelijkheid om patienten door te verwijzen binnen de klinische sector, en niet langer alleen binnen de arbosector. Hierdoor ging hij deel uitmaken van de behandelende sector. Overigens beperkten de bedrijfsartsen zich daarbij vrijwillig veelal tot het enkel verwijzen op het gebied van arbeidsgerelateerde aandoeningen. De overige aandoeningen en de daarmee samenhangende verwijzingen waren en zijn immers in goede handen bij de huisartsen.

 

Door al deze ontwikkelingen veranderde de positie van de bedrijfsarts.

 

De oude verdeling ‘de bedrijfsarts begeleidt, de huisarts behandelt’ is verlaten.

 

Het werken aan functieherstel door de bedrijfsarts is een vorm van behandelen. Voorts is de bedrijfsarts de specialist bij arbeidsgerelateerde aandoeningen. Voorbeeld: vrijwel alle bedrijfsartsen in Nederland hebben zich bekwaamd in de behandeling/begeleiding van psychosociale klachten, zeker als daar een werkcomponent aan kleeft. In de bedrijfsgeneeskundige setting is daar voldoende tijd voor. Bovendien leidt deze vorm van begeleiding tot een patient/ werknemer die beter met het eigen probleem kan omgaan, en tot een probleemanalyse conform de Wet verbetering poortwachter.

 

Indien nodig kan een bedrijfsarts verwijzen naar bijvoorbeeld een psycholoog of fysiotherapeut. Dat vloeit voort uit het principe van de ketenzorg. Voor wie de bedrijfsarts het eerste contactpunt met de zorg is – dat is de definitie van een eerstelijnsfunctie – wordt ook door die bedrijfsarts verder geholpen. Daarbij moeten de tweedelijnshulpverleners ervoor zorgen dat ze voldoen aan de eisen die de Zorgverzekeringswet stelt. Veel bedrijven hebben immers een collectieve aanvullende zorgverzekering afgesloten voor hun werknemers, waarin ze zo veel mogelijk kosten willen onderbrengen, ook voor wat voorheen arbozorg was.

 

Samengevat heeft de bedrijfsarts een deel van zijn taken aangemerkt als behandeling. Dit sluit beter aan bij de behoeften in de samenleving van dit moment en accentueert de medische taken van de bedrijfsarts op het gebied van arbeid & gezondheid.

 

De laatste jaren zagen diverse tweedelijns academische centra op het gebied van arbeid en gezondheid het licht. Binnen diverse universiteiten en instellingen bevinden zich inmiddels gespecialiseerde centra, waar bedrijfsartsen samenwerken met arbeidshygienisten en klinisch specialisten, en waar de expertise op het gebied van bijvoorbeeld arbeid & luchtwegen en arbeid & huid wordt gebundeld. De NVAB en het Nederlandse Centrum voor Beroepsziekten hebben de oprichting van de FACAG (Federatie van Academische Centra op het gebied van Arbeid en Gezondheid) ondersteund. Deze vorm van bedrijfsgezondheidszorg komt steeds vaker in aanmerking voor vergoeding via de Zorgverzekeringswet.

 

Volgens de positioneringsnota werkt de bedrijfsarts gecentreerd rond de (aspirant)werkende. Wat houdt dat in? Zoals gezegd maakt de bedrijfsarts onderdeel uit van de eerste lijn: hij kan voor de werknemer het eerste contactpunt zijn met het zorgsysteem. Maar de bedrijfsartsen vinden dat die zorg, die voor werknemers betaald wordt door het bedrijf/de arbeidsorganisatie, niet alleen beschikbaar moet zijn voor werknemers. Ook diegenen die (passend) werk zoeken of onbetaald werk verrichten en zelfstandigen moeten voor deze zorg in aanmerking komen. We noemen dit de doelgroepverbreding. Immers ook voor die mensen is een advies in het kader van belasting/ belastbaarheid van essentieel belang. Iemand met aanleg voor allergie, kan beter niet in een bakkerij gaan werken, waar forse blootstelling van meel aan de luchtwegen optreedt en er dus – bij aanleg – grote kans op astma is. Een mantelzorger die de rug zwaar belast, heeft toch recht op een stuk zorg hoe hij kan voorkomen dat hij door deze onbetaalde arbeid schade aan zijn rug oploopt. Van een werkzoekende kunnen door CWI ingehuurde professionals, zoals bedrijfsartsen en psychologen, een belastbaarheidsprofiel opstellen, of mooier gezegd een talentenprofiel, om een goede match tussen persoon en werk te bewerkstelligen. En wat te denken van de behoefte aan bedrijfsgeneeskundig advies bij de zelfstandige zonder personeel? De bedrijfsartsen stellen hun expertise ter beschikking aan ieder die een kostendekkend tarief betaalt: werkgever, zorgverzekeraar (bijvoorbeeld voor de bovengenoemde nieuwe doelgroepen) en zelfstandige. Het draait om de inhoud: arbeid & gezondheid & inzetbaarheid vergt een bijzondere expertise, die de bedrijfsarts in huis heeft. En die kennis moet ten goede kunnen komen van alle werkenden, betaalde of onbetaalde.

 

Het derde uitgangspunt voor de positie van de bedrijfsarts houdt in dat hij de werkorganisatie adviseert en een gezonde organisatie bevordert. Naast de eerdergenoemde individugerichte taken, dient hij ook een adviesrol naar de organisatie te vervullen. Werken in een bedrijf met goede arbeidsomstandigheden – zowel in de zin van welzijn als van de meer harde arbeidsomstandigheden – is gezond en leidt tot een langere inzetbaarheid en een langer arbeidzaam leven. Een bedrijf waar het goed werken is, is in het belang van samenleving, bedrijf en werknemer. Hier ligt een missie voor de bedrijfsarts. Hij moet de arbeidsorganisatie stimuleren en adviseren om een gezonde organisatie te zijn. Samenwerking met andere arboprofessionals en human resources management zal hier tot optimale resultaten leiden.

 

De bedrijfsarts wacht een actieve toekomst. Voorlopig zal de nadruk in de samenleving blijven liggen op het verhogen van arbeidsparticipatie en het benadrukken van de individuele verantwoordelijkheid. Gezien de internationale concurrentiestrijd, zijn gezond functionerende bedrijven noodzakelijk. Dat vergt gezonde werkenden en gezonde arbeidsorganisaties. Als medische coach voor het individu en als adviseur voor de arbeidsorganisatie kan de bedrijfsarts hierbij een belangrijke rol spelen.

 

MEER INFO

 

Zie voor de tekst van de nota ‘De bedrijfsarts: dokter & adviseur’: www.nvab-online.nl.

 

 

Reageer op dit artikel