artikel

‘Bedrijfsartsen zijn bang voor claims’

Geen categorie

Het NCvB registreert in het Signaleringsrapport 2006 – met de cijfers over 2005 – in totaal 5740 nieuwe beroepsziekten, ongeveer net zoveel als in 2004 (5788). Klachten aan het bewegingsapparaat (RSI), gehoorklachten en psychische klachten vormen de top drie en zijn samen veruit de grootste groep meldingen.

 

De meldingen in het Nationale Registratiesysteem Beroepsziekten zijn volgens het NCvB nog maar het topje van een ijsberg. In werkelijkheid zou het gaan om zo’n 25.000 tot 30.000 nieuwe beroepsziekten per jaar, aldus Spreeuwers. Het NCvB baseert deze schatting op haar Peilstation Intensieve Melding. Veertig bedrijfsartsen meldden ruim twee jaar alle (vermoedens van) beroepsziekten aan dit peilstation.

 

De absolute aantallen uit het Nationale Registratiesysteem zeggen daarom niet zoveel, erkent de NCvB-directeur. De cijfers laten volgens hem vooral trends en sectorprofielen zien. Spreeuwers noemt als trends de stijging in infectieziekten, SARS en vogelgriep, en de toenemende bewustwording van de risico’s van te zware psychische of fysieke belasting voor zwangerschap. Maar Spreeuwers maakt zich vooral zorgen over ‘de moderne beroepsziekten’. ‘Er vindt een verschuiving plaats van klassieke aandoeningen naar meer moderne beroepsziekten. Bij klassieke beroepsziekten, als astma of lawaaidoofheid, kun je een direct verband leggen tussen werk en ziekte. Bij moderne beroepsziekten, zoals psychische aandoeningen, aandoeningen aan het houdings- en bewegingsapparaat of hart- en vaatziekten, is er geen een-op-een relatie tussen werk en ziekte. Het is een hele kluif om daar in de toekomst goed mee om te gaan.’

 

Arbodiensten zijn sinds 2002 verplicht om beroepsziekten te melden. Inmiddels geldt die wettelijke plicht ook voor individuele bedrijfsartsen die niet bij een arbodienst zijn aangesloten. De arbodiensten presteren verschillend. Spreeuwers: ‘Interne arbodiensten registreren redelijk goed. De bedrijven willen ook dat hun arbodienst goed registreert, zodat zij door preventie ziekten kunnen voorkomen. Ook een groep externe arbodiensten heeft er aandacht voor. Maar helaas melden de grote landelijke arbodiensten matig.’

 

Dat bedrijfsartsen heel vaak niet melden, heeft volgens de NCvB-directeur meerdere oorzaken. Spreeuwers: ‘Er staat geen enkele sanctie op als een arbodienst een beroepsziekte niet meldt. Bovendien vinden bedrijfsartsen meldingen vaak een extra administratieve last, ook al kost het versturen van een melding maar een paar minuten.’ De onderrapportage heeft ook te maken met verschillen in beoordeling van werkgebonden aandoeningen, stelt hij. Dat gebeurt vooral bij psychische klachten en klachten aan het bewegingsapparaat.

 

Zelf noemen bedrijfsartsen onzekerheid over criteria als reden. Onnodig, vindt Spreeuwers: ‘We hebben als NCvB uitgebreide criteria en richtlijnen geformuleerd over beroepsziekten. Als je die toepast komt een bedrijfsarts een heel eind.’ Volgens hem zijn bedrijfsartsen bij moderne beroepsziekten geneigd om de nadruk te leggen op persoonlijke factoren, en werkgebonden factoren minder zwaar te wegen. ‘Bedrijfsartsen zijn erg terughoudend om ziekten als werkgebonden te benoemen. Er heerst angst voor juridische claims. Op het moment dat een bedrijfsarts de aandoening benoemt als een beroepsziekte, vraagt de werknemer dit zwart op wit. De werknemer kan dan met dat papiertje zijn werkgever aanklagen. Daar zijn ze niet blij mee.’ Spreeuwers verwijt deze onhandige situatie niet zozeer de bedrijfsartsen. ‘Wij kennen als enige land in Europa geen compensatieregeling voor beroepsziekten. Als je ziek wordt door je werk, heeft dat grote financiele consequenties. Dat leidt tot een claim van werknemer richting werkgever. Daar zit de bedrijfsarts tussenin.’

 

Toch is de definitie van een beroepsziekte helder: ‘Een beroepsziekte is een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden’. Spreeuwers: ‘De definitie is goed bruikbaar voor klassieke beroepsziekten. Die kun je gewoon tellen. Maar bij moderne beroepsziekten kun je met de huidige definitie moeilijk door de bocht. Dan is die te beperkt.’

 

Het NCvB wil daarom verschillende typen beroepsziekten op verschillende manieren gaan registreren. Spreeuwers: ‘Klassieke beroepsziekten kun je individueel bepalen. Maar als een verpleegkundige een burn-out krijgt, is in zo’n individueel geval moeilijk vast te stellen of dat door het werk komt. Maar verpleegkundigen hebben wel meer dan gemiddeld een burn-out. Daarom willen we psychische aandoeningen binnen beroepsgroepen kunnen vergelijken met andere sectoren. Ook hart- en vaatziekten zijn alleen binnen een grotere groep te relateren aan werk. Op groepsniveau kun je wel kijken wat de extra ziektelast is die door het werk wordt veroorzaakt. Dat is belangrijk om te weten voor preventie.’

 

Het is het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten vooral om de preventie te doen. De huidige cijfers zijn volgens Spreeuwers onvoldoende nauwkeurig om adequaat beleid op te voeren.

 

Hij noemt daarom als de belangrijkste activiteit voor de toekomst het verbeteren van het monitoring- en signaleringssysteem. En de verzamelde kennis moet gerichter op de juiste plekken terechtkomen. ‘Wij willen dat werkgevers en werknemers die primair verantwoordelijk zijn voor preventie van beroepsziekten, voldoende informatie krijgen om daarmee aan de slag te gaan.’

 

Het afschaffen van het arbospreekuur draagt volgens hem niet bij aan die betere monitoring. In 2005 werd 17 procent van de gemelde beroepsziekten ontdekt tijdens het arbospreekuur. ‘We zijn zeker niet blij met het afschaffen van het arbospreekuur. Maar ik verwacht straks niet meteen minder meldingen.’

 

Het NCvB adviseerde het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inmiddels hoe de registratie in de toekomst beter kan. Spreeuwers is summier over het advies: ‘We hebben met werkgevers, werknemers, bedrijfsartsen, overheid en Arbeidsinspectie besproken welke informatie nodig is voor goede preventie. Wij geven in het advies aan welke instrumenten nodig zijn om gerichte informatie te kunnen geven. Hoe je dat optuigt, is afhankelijk van het budget.’

 

Volgens Spreeuwers verschilt de informatiebehoefte per sector. ‘Voor de overheid is algemene informatie voldoende. Maar het onderwijs wil misschien preciezer weten waardoor de psychische klachten veroorzaakt worden en bij welke groep docenten de klachten vooral voorkomen. Dat soort specifieke vragen willen we graag beantwoorden. Daarom willen we finetunen op de werkelijke problemen. Gerichter kijken.’

 

Mogelijk zit niet al die informatie bij de bedrijfsarts, beseft Spreeuwers. ‘Misschien moeten we verder kijken dan arbodiensten en bedrijfsartsen. Voor de registratie van huidaandoeningen zijn we ook naar medisch specialisten gegaan, omdat die werknemers met eczeem niet zoveel bij bedrijfsartsen komen. We willen op een slimme manier gegevens verzamelen.’

 

Preventie van psychosociale arbeidsbelasting is nu in de wet vastgelegd. Een goede zaak, vindt Spreeuwers. Het is volgens hem een onderwerp dat veel aandacht verdient en waar nog geen duidelijk antwoord op is. ‘Mensen mogen best psychosociaal belast worden. Maar als het nog zo vaak ontspoort en tot ziekte leidt, moet er een alarmbel gaan rinkelen. Dan doen we iets verkeerd. Binnen bedrijven moet er een cultuur zijn om zaken tijdig bespreekbaar te maken, laagdrempelig. En bij intimiderend gedrag moet er een heel duidelijk beleid zijn wat wel en niet geaccepteerd is binnen de organisatie. Het is wetenschappelijk bewezen dat een zero tolerance beleid essentieel is voor succesvolle preventie. Daar ontbreekt het nog vaak aan.’

 

Ondanks preventie zullen beroepsziekten blijven voorkomen. Daarom promoot het NCvB nadrukkelijk als tweede spoor een goede infrastructuur voor goede diagnostiek en advisering voor mensen met een beroepsziekte. De diagnostiek en advisering is op dit moment nog onvoldoende, vindt Spreeuwers. ‘Als iemand een beroepsziekte heeft, moet die persoon een goede diagnose krijgen en een deskundig advies over verdere behandeling. Vanuit het NCvB hebben wij nu de polikliniek Mens en Arbeid voor beroepsgebonden aandoeningen. Ook bij andere academische ziekenhuizen komen nu dergelijke poliklinieken van de grond. Wij vinden dat die infrastructuur heel goed in elkaar moet zitten.’

 

En dan is er nog een afgeleid derde spoor. Dick Spreeuwers: ‘Door de huidige wetgeving gaan mensen met een beroepsziekte er financieel sterk op achteruit. Zeker door de eigen bijdrage in de zorg en verlaging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering worden mensen met een beroepsziekte wel op een heel zure manier geconfronteerd met de consequenties. Een beroepsziekteregeling hangt in Nederland nog steeds in de lucht. De enige weg is nu de weg naar de rechter. De discussie is of je in Nederland een regeling moet hebben die dat op een fatsoenlijke manier regelt. Dat is niet onze primaire taak, maar wij zien wel de problemen. Daarom benoem ik ze wel.’

 

Reageer op dit artikel