artikel

Beknellingen

Geen categorie

Een werknemer loopt blijvend letsel op als hij met zijn hand bekneld raakt in een machine. Een slede wordt met een tweehandenbediening in die machine gevoerd. Na diverse bewerkingen schuift de slede automatisch weer naar buiten. De werknemer wil zand van de onderplaat vegen, juist als de slede naar buiten komt. Zijn vingers raken bekneld tussen onderplaat en slede en de toppen van zijn ring- en middelvinger worden geamputeerd.

 

De onderplaat is gedeukt, waardoor de ruimte tussen slede en plaat groot genoeg is om met een vinger tussen te raken. Na het ongeval is de machine aangepast: ook het naar buitenkomen van de slede vergt nu tweehandenbediening. De werkgever krijgt een boete van € 6750, omdat het knelgevaar niet is voorkomen. De werkgever gaat in beroep. Hij vindt dat het ongeval aan de werknemer te wijten was, omdat die de instructies niet heeft opgevolgd. Er was geen knelgevaar: de deuken in de onderplaat zijn het gevolg van het ongeval. Verder voldeed de machine aan de Europese veiligheidsvoorschriften en werd gebruikt conform de gebruiksvoorschriften van de leverancier. De machine voldoet daarmee aan het Arbobesluit.

 

De minister oordeelt dat er wel degelijk sprake was van knelgevaar en dus van een overtreding van artikel 7.7 Arbobesluit. Uit de getuigenverklaringen blijkt dat er al langer deuken in de onderplaat zaten. De werkgever had dit knelgevaar moeten onderkennen en tegengaan. De werkgever mag daarbij niet vertrouwen op de oplettendheid van werknemers. Volgens de minister had de werknemer geen duidelijke instructies ontvangen en was er weinig toezicht op het werk. Ook het beroep op artikel 7.2 Arbobesluit faalt, zeker nu de machine niet was voorzien van een CE-markering en een EG-verklaring van overeenstemming. Gevaren moeten waar mogelijk bij de bron worden aangepakt en dat was niet gebeurd. Het beroep wordt verworpen.

 

(Minister van SZW, 3 mei 2007, niet gepubliceerd)

 

Bij een metaalbedrijf worden in een machine producten verzinkt. De machine bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder een trommelaggregaat. Een werknemer raakt bij het legen van de trommel met zijn hand bekneld tussen de draaiende aandrijfwielen.

 

De Arbeidsinspectie legt een boete op van € 10.800. Bezwaar is vergeefs en de werkgever stapt naar de rechter. De machine was voorzien van een CE-marking en een EG-verklaring van overeenstemming, conform artikel 5, eerste lid, Machinerichtlijn. De daarbij behorende voorschriften zijn opgevolgd. Daarmee wordt dan vermoed dat de machine voldoet aan het voorschrift dat het eventuele gevaar van draaiende delen zo veel mogelijk wordt voorkomen. Maar de rechtbank is van oordeel dat de bevindingen van de Arbeidsinspectie dit vermoeden weerleggen. De tandwielen waren eenvoudig te bereiken, tussen de bedieningsplaats en de trommel was geen beveiligingsinrichting en de schakelaar hoefde niet vastgehouden te worden als de trommel draaide. De aandrijftandwielen waren eenvoudig met de hand te bereiken. Daarmee is artikel 7.7, eerste lid, Arbobesluit overtreden. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever ervoor te zorgen dat de bepalingen van het Arbobesluit worden nageleefd. Hij kan zich daaraan niet onttrekken door erop te wijzen dat de Arbodienst het gevaar niet heeft onderkend in de RI&E. Hij had zelf het duidelijk zichtbare knelgevaar kunnen en moeten constateren. Ook de CE-markering ontslaat de werkgever niet van zijn algemene zorg- en onderzoeksverplichting met betrekking tot de machine. Op nationaal niveau kunnen aanvullende voorschriften worden gesteld voor het veilig gebruik van nieuwe machines, als dat maar niet leidt tot (nieuwe) producteisen. Die voorschriften staan in het Arbobesluit. Een bedieningsinstructie ontbrak en er was er geen instructie gegeven. De boete is daarom terecht en het beroep wordt afgewezen.

 

(Rechtbank Leeuwarden, 2 oktober 2008, LJN BF5065)

 

Reageer op dit artikel