artikel

Beweging is bittere noodzaak

Geen categorie

Ook op de vraag ‘Dokter, hoe kom ik toch van die rugpijn af?’ moest de medische wetenschap het antwoord lange tijd schuldig blijven. In de meeste gevallen schreef de arts bedrust voor als behandeling. Van Deursen: ‘Vroeger was er men er heilig van overtuigd dat dit de beste remedie was. Overigens kwam die overtuiging niet uit de lucht vallen; ze was gebaseerd op een invloedrijk rugonderzoek uit 1964 van de Zweed Nachemson. Deze arts was als eerste op het idee gekomen om de druk die in de tussenwervels bestaat bij bepaalde houdingen – waaronder zitten, liggen, voorover gebogen staan – te meten. Hij kwam tot de slotsom dat de druk in de tussenwervelschijf het laagst was als de proefpersonen op bed lagen en het hoogst als ze moesten zitten. En ofschoon Nachemson dat nergens met zoveel woorden zei, concludeerde de geneeskunde vervolgens dat bedrust dus de beste behandeling was voor rugklachten. Toch vond ik dat vreemd. Patienten vertelden mij namelijk vaak dat de pijn meestal het minst voelbaar was als zij in beweging bleven.

 

Lopen, fietsen, voetballen en tennissen bleken meestal verbazend goed te gaan, terwijl zitten en zelfs liggen veelal als pijnlijk werden ervaren. Hoe was dit mogelijk? Het strookte immers totaal niet met de adviezen die wij als artsen aan onze patienten gaven.’ Dat beseften patienten zelf overigens ook vaak maar al te goed.

 

Van Deursen illustreert dit met een voorbeeld. ‘Patient Jan, metselaar, was in het weekeinde actief op het voetbalveld. Op maandagmorgen een muurtje metselen ging echter niet vanwege zijn rug. Dan moest hij zich ziek melden. Tot grote woede van zijn baas. Die had hem immers twee dagen daarvoor nog over het voetbalveld zien draven. En ook Jan zelf begreep er niets van. Hij wist alleen wat zijn lichaam hem vertelde: voetballen gaat prima, maar langere tijd licht voorover gebogen staan om een muurtje te metselen kan niet. En ook zitten en liggen gaven problemen.

 

Dat durfde hij me echter nauwelijks te vertellen. Rust moest immers goed zijn?’

 

Van Deursen begon zich echter af te vragen of rust inderdaad wel zo goed was. In 1993 vroeg hij honderd patienten of zij wel of geen pijn kregen bij negen dagelijkse handelingen: fietsen, lopen, liggen, vooroverbuigen naar de tenen, slenteren, opstaan vanuit een zittende houding, staan, een licht gebogen houding aannemen en stilzitten. En wat bleek? Inderdaad, hoe actiever de proefpersonen waren, hoe minder last zij van hun rug hadden. Vervolgens vroeg Van Deursen zich af of deze bevindingen parallel liepen met de mate van rugbelasting. ‘De mate van rugbelasting heb ik gemeten door te kijken naar de krimp van de proefpersonen. Mensen krimpen namelijk allemaal gedurende de dag, gemiddeld zo’n een procent van hun lengte.

 

Tijdens het liggen winnen zij die weer terug. De mate en de snelheid van dit krimpen hangen onder meer af van de graad van rugbelasting. Hoe groter de belasting, hoe groter de krimp.

 

Door nu die krimp te meten, kwam ik erachter dat de meeste krimp optreedt bij lopen, gevolgd door staan, zitten en fietsen.

 

Ondanks het feit dat de meeste krimp en dus de hoogste rugbelasting optreedt bij lopen, ervaren de rugpatienten deze activiteit als het minst pijnlijk.

 

Krimp en dus ook belasting bleken derhalve geen goede graadmeters voor pijn, terwijl artsen daar wel altijd vanuit waren gegaan!’

 

De vraag die vervolgens rees bij Van Deursen, was de volgende: als het uitlokken van pijn niet samenhangt met de mate van rugbelasting, waarmee dan wel?

 

Omdat hij inmiddels wist dat dynamische houdingen minder pijnlijk zijn dan statische, besloot hij na te gaan of draaibewegingen van de rug (of het ontbreken daarvan) wellicht verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van pijnklachten. Van Deursen vroeg vervolgens vijf proefpersonen voornoemde handelingen nogmaals uit te voeren. Met behulp van diodes (apparaatjes die infrarode signalen uitzenden) en met camera’s die de positie van deze diodes in de ruimte konden bepalen, werden de bewegingen in de rug geregistreerd en berekend. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat niet drukbelasting, maar het aantal rotatiebewegingen de beste correlatie met het uitlokken van pijn liet zien. Met andere woorden: hoe meer beweging, hoe minder last van de rug.

 

Om nogmaals te toetsen of draaibewegingen van de rug inderdaad verantwoordelijk zijn voor het (niet) ontstaan van rugklachten, besloot Van Deursen daarna wederom de proef op de som te nemen. Hij ontwikkelde een stoel met een klein motortje eronder, waardoor de zitting een graad naar links en een graad naar rechts kan draaien. De stoel werd getest op 120 rugpatienten.

 

Sommigen van hen mochten op de draaistoel met beweging plaatsnemen en anderen moesten op dezelfde stoel zitten, maar nu zonder beweging. Omdat de draaibeweging zo gering is dat je deze amper bemerkt, hadden de proefpersonen zelf niet door of hun stoel al dan niet bewoog.

 

Wat bleek: de groep die op de bewegende stoel zat, had evident minder pijn. Bovendien gold:

 

hoe langzamer de stoel bewoog, hoe minder pijn. Waarom de langzame draaiing het grootste effect sorteerde was echter niet duidelijk. ‘Ik had geen idee hoe ik dit effect kon verklaren’, zegt Van Deursen eerlijk.

 

Gelukkig kwam op dat moment zijn zoon Dirk om de hoek kijken.

 

Van Deursen: “Dirk studeerde in Delft voor werktuigbouwkundig ingenieur en wilde in zijn afstudeeropdracht wel een verklaring proberen te vinden voor het gunstige effect van de bewegende stoel. Later is hij ook nog op dit onderwerp gepromoveerd.

 

Dirk kwam er achter dat de van links naar rechts draaiende stoel – vreemd genoeg – een verticale beweging in de rug wist op te wekken. Deze beweging kon worden verklaard door de tussenwervelschijf aan een nader onderzoek te onderwerpen. Deze tussenwervelschijf heeft geen eigen bloedvoorziening en moet dus vocht aan zijn omgeving onttrekken. Hij bleek te werken als een pompje of zuigertje: door de draaiende stoelbeweging komt de schijf omhoog, terwijl de druk in de schijf lager wordt.

 

Op het moment dat de druk afneemt, zuigt de schijf vocht aan uit de omliggende weefsels. En hoe langzamer de stoel roteert, des te beter de tussenwervelschijf vocht kan aanzuigen. Dat vocht zorgt er blijkbaar voor dat er minder pijn in de rug wordt ervaren.’

 

Het moge duidelijk zijn: bewegen is goed voor de rug. Van Deursen: ‘Bewegen moet echt, maar ik weet ook wel dat veel mensen er te weinig aan toekomen. Bijvoorbeeld, omdat ze toevallig een kantoorbaan hebben waar ze acht uur per dag achter een beeldscherm moeten zitten. In zo’n geval zou ik echter willen zeggen: schaf een roterende stoel aan. Desnoods preventief, want het laten bewegen van de rug is bittere noodzaak! Helaas zit dit nog niet bij alle artsen tussen de oren. Wij hopen dat ons onderzoek ertoe bijdraagt dat dit gaat veranderen. Het levert immers een begin van een bewijs dat bewegen echt helpt bij rugklachten. Hopelijk neemt dat de laatste twijfels weg bij artsen. Trouwens: eigenlijk zou de roterende bureaustoel, of het losse roterende kussentje dat binnenkort op de markt komt (Torzio®), ook gewoon in het ziekenfonds moeten, zoals nu in Duitsland al gebeurt. Zo’n stoel is immers altijd nog heel wat goedkoper dan de kosten die het gevolg zijn van verzuim wegens lage rugpijn!’

 

MEUBILAIR

 

Leo en Dirk van Deursen helpen bij het ontwikkelen van meubilair dat op hun onderzoeksprincipes is gebaseerd. Meer informatie over dit meubilair en over de onderzoeken van beiden kunt u vinden op www.ergodynamics.com.

 

 

Reageer op dit artikel