artikel

Blootstelling aan cytostatica buiten ziekenhuizen

Geen categorie

Het IRAS kreeg van het ministerie van SZW de opdracht om in kaart te brengen welke beroepsgroepen behalve ziekenhuispersoneel nog meer in aanraking kunnen komen met cytostatica en om hoeveel mensen het gaat. In een aantal sectoren zijn daartoe orienterende metingen verricht.

 

Bij prive-klinieken, afvalverwerkers, apotheken, farmaceutische industrie en dierproefcentra blijkt blootstelling aan cytostatica niet of sporadisch voor te komen.

 

Er wordt of niet met cytostatica gewerkt (prive-klinieken, dierproefcentra) of men neemt voldoende voorzorgsmaatregelen.

 

Maar in de thuiszorg en verzorgings- en verpleeghuizen is de blootstelling aan cytostatica gelijk aan die in een ziekenhuis of hoger, al komt men er wel minder frequent mee in aanraking. In dierenartspraktijken, dierenklinieken en wasserijen is zowel het niveau van de blootstelling als de frequentie hoger dan in het ziekenhuis.

 

Het aantal werknemers dat het risico loopt van blootstelling, varieert. In de diergeneeskunde gaat het om minder dan honderd, in wasserijen om honderd tot tweehonderd en in de thuiszorg om vijfduizend tot tienduizend mensen. Hoeveel werknemers er in verpleeg- en verzorgingshuizen zouden kunnen worden blootgesteld aan cytostatica kon niet worden bepaald.

 

Kromhout: ‘Over gezondheidsrisico’s bij deze blootstellingen kunnen we niets zeggen. We hebben de blootstelling aan cytostatica in de onderzochte branches vergeleken met die in het ziekenhuis, dat is alles. Dat het ministerie nu besluit om beleidsmaatregelen te gaan nemen, komt doordat er volgens Europese wetgeving bij kankerverwekkende stoffen helemaal geen blootstelling mag zijn. Hoe groot de gezondheidsrisico’s werkelijk zijn, speelt daarbij geen rol.’

 

Kromhout: ‘Nee. Al kun je wel allerlei maatregelen nemen om de blootstelling te minimaliseren.

 

Maar er is een grens. Je ziet bij de ziekenhuizen dat de wal het schip begint te keren. Die hebben de afgelopen tien jaar heel veel maatregelen genomen.

 

Voor ze daarin nog meer investeren, willen ze eerst eens hard gemaakt zien welke gezondheidsrisico’s mensen nu nog lopen.

 

Uit onderzoek uit 1999 onder vijfduizend verpleegkundigen blijkt weliswaar dat zij een verhoogde kans hebben op miskramen, een laag geboortegewicht en aangeboren afwijkingen bij hun kinderen, maar dat is gebaseerd op gegevens van vrouwen die in de jaren tachtig en negentig zwanger waren. De blootstelling was toen veel hoger. De vraag is of die risico’s er nu nog zijn.’

 

Kromhout: ‘Het ministerie heeft de wet aan zijn kant, maar je zou eigenlijk moeten bepalen wat een aanvaardbaar risico is.

 

En wat de gezondheidsrisico’s zijn bij de blootstellingen die nu worden gemeten. Er is veel behoefte aan zo’n risicoanalyse.’

 

Meijster: ‘Ze gebruiken geen beschermingsmiddelen bij bijvoorbeeld het schoonmaken van het toilet of het opruimen van braaksel. Vaak weten ze niet dat ze op die manier in aanraking kunnen komen met cytostatica.

 

Soms weten ze zelfs niet dat ze met kankerpatienten werken. Als iemand met cytostatica wordt behandeld, maar thuiszorg krijgt vanwege een gebroken heup, komt de informatie over de cytostatica vaak niet bij de thuiszorgmedewerkers terecht. De communicatie tussen ziekenhuizen en thuiszorginstellingen moet dan ook worden verbeterd.’

 

Meijster: ‘Bij de humane geneeskunde zijn handelingen met cytostatica vaak in handen van verschillende mensen: apothekers, artsen en verpleegkundigen. Een dierenarts doet vaak alles zelf.

 

Als hij met cytostatica werkt, wordt hij er dus vaker aan blootgesteld.

 

De blootstelling is hoger omdat in veel dierenklinieken de cytostatica bij wijze van spreken aan de keukentafel worden klaargemaakt en er vaak ook geen aparte behandelruimte is.

 

Een uitzondering is overigens de afdeling Gezelschapsdieren van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. Daar voldoen de bereiding en de toediening aan de beleidsregels die voor ziekenhuizen gelden.

 

In de diergeneeskunde wordt behandeling met cytostatica enorm aangeprezen. Steeds meer klinieken passen haar toe en ook steeds meer reguliere dierenartspraktijken willen ermee werken.

 

Alleen zijn ze nog niet ver met het toepassen van beheersmaatregelen.

 

Maar weinig dierenartsen gebruiken speciale kasten voor de bereiding of hebben aparte toedieningsruimten.’

 

Kromhout: ‘Het vreemde is dat de humane geneeskunde de behandeling met cytostatica steeds meer concentreert bij gespecialiseerde afdelingen, terwijl die behandeling zich bij diergeneeskunde over steeds meer mensen verspreidt. Een gewone huisarts mag mensen geen cytostatica toedienen, maar een niet-gespecialiseerde dierenarts mag dat wel doen bij dieren. Als je dan toch wilt reguleren, begin dan eens bij diergeneeskunde.’

 

Meijster: ‘Ziekenhuizen moeten linnengoed gescheiden inzamelen, maar in de praktijk gebeurt dat vaak niet. En als het al gebeurt, komt het in de wasserijen weer op de grote hoop.

 

Ziekenhuizen moeten hun wasgoed dus scheiden en de mensen in wasserijen moeten persoonlijke beschermingsmiddelen dragen.

 

Al kun je in dit geval ook de bron van de vervuiling aanpakken: je kunt bijvoorbeeld oplosbare waszakken gebruiken die direct het proces ingaan zodat niet meer gesorteerd hoeft te worden of wegwerplinnengoed gebruiken.

 

Kromhout: ‘Maar of het nodig is?

 

Er is blootstelling, maar het wordt verdund en een op de honderd lakens is misschien besmet.’

 

MEER INFO

 

Inventariserend onderzoek naar gebruik van en blootstelling aan cytostatica buiten het ziekenhuis. Ir. T. Meijster, ir. R. Veldhof, dr.ir. H. Kromhout. ISBN 90 5901 315 B

 

 

Reageer op dit artikel