artikel

Het onderzoek van de Arbeidsinspectie richt zich op de opslagloods. Hoe kon het dat de chauffeur daar tegen een staander botste? In de loods worden goederen tijdelijk opgeslagen totdat zij naar een definitieve eindbestemming gaan. Vorkheftrucks tillen de goederen uit opleggers en leggen ze in magazijnstellingen. De opslagbordessen in deze stellingen hebben verschillende hoogten, varierend van twee meter voor het eerste bordes, tot acht meter hoogte voor het laatste. Op de tussenliggende paden rijden heftrucks met goederen af en aan.

 

Een eerste blik op de rijroutes van de heftrucks leert dat er een hoofdpad is met links en rechts daarvan tussenliggende paden die toegang geven tot de stellingen en de bordessen. Uit het onderzoek van de Arbeidsinspectie blijkt dat alleen bij de kruisingen met de tussenliggende paden en het hoofdpad de staanders voorzien zijn van aanrijbeveiligingen. Op de staanders in de tussenpaden ontbreken deze veiligheidsvoorzieningen. Het slachtoffer verklaart bij het horen in een latere fase van het onderzoek, uitzendkracht te zijn. De man was ingehuurd voor het verrichten van magazijnwerkzaamheden. Hij had wel enige ervaring met het rijden op een heftruck, maar van een specifieke deskundigheid was geen sprake.

 

Volgens de Arbeidsinspectie heeft het ongeval meerdere oorzaken. Het heeft in de eerste plaats kunnen plaatsvinden doordat op de staanders in de tussenliggende paden geen aanrijbeveiliging was aangebracht. Hierdoor kon de staander ernstig vervormen, waardoor de stelling bezweek. Een tweede oorzaak van het ongeval was de onvoldoende deskundigheid van de heftruckbestuurder.

 

De uitzendkracht was niet opgeleid om het arbeidsmiddel te bedienen. Overigens had de werkgever ervoor moeten zorgdragen dat de man niet met de heftruck zou werken. Daarnaast was er nog een derde oorzaak: de wijze van opslag van de goederen in de stellingen. Zoals gezegd vielen er door de aanrijding spullen uit de stelling naar beneden op de vorkheftruck. Het bedrijf had verzuimd maatregelen te nemen om dit te voorkomen. Ten slotte speelde de sterkte van de veiligheidskooi van de heftruck een rol bij het ongeluk. Die was onvoldoende sterk om de vallende goederen op te vangen. Het arbeidsmiddel was dus niet geschikt voor de werkzaamheden waarvoor het werd gebruikt.

 

De Arbeidsinspectie legt de werkgever een boete op voor de inzet van een vorkheftruckchauffeur met ontoereikende deskundigheid (Arbeidsomstandighedenbesluit art. 7.17c 1e lid), vanwege het nemen van onvoldoende maatregelen om het vallen van voorwerpen te voorkomen (Arbobesluit art. 3.17) en vanwege de inzet van een ongeschikt – want van een onvoldoende stevige veiligheidskooi voorzien – arbeidsmiddel (Arbobesluit art. 7.3 3 e lid). Aansluitend legt het boetebureau de werkgever een boete op van 5100 euro.

 

Reageer op dit artikel