artikel

Branden, roosteren en indelen

Geen categorie

Lasers kunnen ernstig letsel aan het lichaam veroorzaken, zoals verbranding van de huid en beschadiging van de ogen, zowel van de lens en de retina als de cornea. De belangrijkste niet-optische gevaren zijn de hoogspanning, het brandgevaar, het gebruik van gevaarlijke stoffen (oplosmiddelen en kleurstoffen), en het ontstaan van rook en dampen.

 

Het risico van laserlicht wordt vooral bepaald door de energie van de bundel: hoe hoger de energie (lichtsterkte), hoe groter het risico. Verder is de golflengte van belang. Een laserbundel in het zichtbare golflengtegebied kan worden gezien, bundels van andere golflengten niet. Ook de omkasting van de laser is van belang. De laserbundel in een cd-speler kan bij normaal gebruik niet buiten de speler komen en levert voor de consument geen gevaar op, maar als bij bijvoorbeeld onderhoud de omkasting wordt verwijderd, ontstaat er wel een risico. Bij open bundels bestaat het gevaar dat er direct contact van het lichaam is met de bundel, maar ook reflecties van de bundel op vooral gladde, spiegelende oppervlakken kunnen een risico vormen.

 

Voordat wordt begonnen met het werken met een laser moet een laserdeskundige een risico-inventarisatie voor de laseropstelling maken. Hierbij houdt hij in zijn achterhoofd dat werknemers in geen geval mogen worden blootgesteld aan straling boven de grenswaarden die hiervoor zijn opgesteld. Deze grenswaarden voor individuen, de Maximum Permissible Exposure (MPE), zijn afhankelijk van de soort laserbundel, de energie van de bundel en de blootstellingstijd. De MPE moet voor de betreffende laser door de laserdeskundige uit een tabel of grafiek worden afgelezen of berekend.

 

Daarnaast moet een berekening worden gemaakt voor de veilige afstand tot de laser (NOHD = nominal occular hazard distance).

 

Ook bepaalt de laserdeskundige in welke klasse de laser valt. In 1981 heeft de ANSI (American National Standard for the Safe Use of Lasers) hiervoor een indeling gemaakt, die ruim twintig jaar is gebruikt. Deze indeling bestond uit vier klassen en was gebaseerd op de biologische effecten die de lasers bij blootstelling veroorzaken, ingedeeld naar golflengte en vermogen van de laser. In het algemeen was een hoger vermogen mogelijk bij een lagere golflengte. In 2002 is de internationale norm NEN-EN-60825 van kracht geworden. Hierin is een nieuwe klassenindeling voor lasers opgenomen.

 

Ook in de nieuwe indeling zijn lasers ingedeeld in vier hoofdklassen, waarbij het risico voor de gebruiker per klasse toeneemt. De meeste klassen zijn op basis van het vermogen van de laser weer onderverdeeld in twee onderklassen. Hierdoor ontstaan in totaal zeven klassen. Lasers van klasse 1 leveren geen risico op voor de gebruiker, lasers van klasse 4 zijn erg gevaarlijk en mogen alleen worden gebruikt wanneer aan een groot aantal veiligheidseisen wordt voldaan. De klassenindeling staat uitgebreid beschreven in hoofdstuk 8.2 van NEN 60825-1 en is verkort weergegeven in tabel 1.

 

 

De te nemen veiligheidsmaatregelen zijn erg afhankelijk van de risico’s van de laseropstelling. De nieuwe klassenindeling kan bij het bepalen van de maatregelen een belangrijke rol spelen. In tabel 2 is een aantal mogelijke veiligheidsmaatregelen genoemd per laserklasse. Een laser die in een hogere klasse is ingedeeld, vergt meer veiligheidsmaatregelen. Het risico is immers groter. De laserdeskundige zal bij het bepalen van de uiteindelijk te nemen maatregelen de situatie op de werkvloer, de toepassing van de laser en de deskundigheid van de gebruikers moeten meewegen.

 

Met de nieuwe indeling kunnen laserdeskundigen de veiligheidsmaatregelen op de werkplek beter afstemmen op de toegepaste laseropstelling. Een probleem is echter dat op de oudere lasers nog de vorige klassenindeling is aangegeven. Het verdient daarom aanbeveling om in het bedrijf de nieuwe klassenindeling ook aan te brengen op de oudere laseropstellingen. Dat betekent dat de laserdeskundige voor iedere aanwezige laser de berekeningen uit de norm moet uitvoeren om de laser in een nieuwe klasse in te delen.

 

 

TOEPASSINGEN

 

Laser is het acronym voor Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation, lichtversterking door gestimuleerde stralingsemissie. Hij produceert een combinatie van hoog energetische, monochromatische, coherente straling en kan een risico vormen voor de gebruiker.

 

Die gebruikers werken in allerlei branches, want lasers worden op steeds meer plaatsen en voor steeds meer doeleinden toegepast. Lasertoepassingen zijn:

 

– Geneeskundig. Het ‘laseren’ van de ogen om een oogcorrectie te veroorzaken is een bekende, recent ontwikkelde techniek. Maar lasers worden ook toegepast in de dermatologie en de tandheelkunde.

 

– Technisch. Lasers worden onder meer gebruikt om metaal te snijden, als meetinstrument of voor het versturen van data door optische kabels.

 

– Voor consumenten. Cd- en dvd-spelers zijn de meest gebruikte lasertoepassingen in en om het huis. Maar lasers zijn bijvoorbeeld ook te vinden in aanwijslampjes in het onderwijs of barcodelezers in de supermarkt.

 

– Militair. Lasers worden hier gebruikt voor afstandsmeting, communicatie, het bepalen van het doel en als radarsysteem.

 

 

MEER WETEN?

 

www2.vwa.nl/CDL/files/8/1004/ 10776%2026_laserpointers.pdf

 

http://www.nvs-straling.nl/wetens/nis/artikelen/artikel9.asp

 

http://home.hccnet.nl/w.j.van.gaalen/ SH%20HAM/Strhsh7.html

 

http://www.zibb.nl/industrie/dossier/asp/ portal/0/sctr/0/dossier/426/hoofdstuk/6/ sortering/false/bt//index.html

 

 

Reageer op dit artikel