artikel

CE-markering bij wijziging machines

Geen categorie

De algemene stelregel is dat de fabrikant altijd verantwoordelijk is voor het aanbrengen van de CE-markering of hij nu binnen of buiten de EER (Europese Economische Ruimte)

 

is gevestigd. In bepaalde gevallen gaat deze verantwoordelijkheid over op een derde partij.

 

Bij de Richtlijnen voor machines en liften gaat deze over op degene die het product binnen de grenzen van de EER in de handel brengt, voor zover de fabrikant of zijn in de Gemeenschap Gevestigde Gevolmachtigde heeft verzuimd om aan de verplichtingen te voldoen. Bij deze twee Richtlijnen heeft de importeur dus aanzienlijk meer verantwoordelijkheden.

 

Let op, in het kader van productaansprakelijkheid ligt de aansprakelijkheid voor een CE-markeerd product altijd bij een

 

rechtspersoon of natuurlijk persoon die in de Gemeenschap is gevestigd.

 

De verantwoordelijke voor de CE-markering kan zijn:

 

1 De fabrikant. In principe is de fabrikant altijd verantwoordelijk voor de CE-markering. Is deze buiten de EER gevestigd, dan zal de verantwoordelijkheid overgaan op de ‘In de Gemeenschap Gevestigde Gevolmachtigde’ of op de importeur.

 

2 De ‘In de Gemeenschap Gevestigde Gevolmachtigde’. Deze wordt aangesteld door de fabrikant van wie het bepaalde taken overneemt (bijvoorbeeld ondertekenen van de Verklaring van Overeenstemming, aanbrengen van naam en adres op het typeplaatje). In genoemde gevallen is de importeur ‘Gevolmachtigd’ alsof deze de fabrikant is. De overgenomen taken mogen alleen van administratieve aard zijn.

 

3 De importeur van producten van buiten de EER (dit geldt ook voor gebruikte producten). In dit geval is de importerende partij niet formeel door de fabrikant ‘Gemachtigd’. De importeur is in deze situatie echter toch volledig verantwoordelijk voor de CE-markering (deze laatste situatie geldt alleen voor machines en liften).

 

De ‘In de Gemeenschap Gevestigde Gevolmachtigde’ of de ‘importeur’ moet in staat zijn de autoriteiten (bijvoorbeeld de Arbeidsinspectie) op verzoek de technische documentatie en de EGVerklaring van Overeenstemming te tonen. Het niet voldoen aan de wettelijke ‘CE-verplichtingen’ is een publiekrechtelijk misdrijf. Een dergelijk vergrijp wordt aangemerkt als een ‘economisch delict’. Het strafrecht is hierop van toepassing. In het licht van de Wet productenaansprakelijkheid is diegene verantwoordelijk die een product binnen de grenzen van de EER in de handel brengt of in gebruik neemt. Deze aansprakelijkheid is civielrechtelijk geregeld (Burgerlijk Wetboek).

 

De CE-markering moet zijn aangebracht op het moment dat een product in de handel wordt gebracht of in bedrijf wordt gesteld. CE-markering bij productie voor eigen gebruik is niet verplicht voor speelgoed, explosieven voor civiel gebruik, koelapparatuur en laagspanning. Bij deze Richtlijnen geldt alleen het moment van ‘in de handel brengen’. Machines die voor eigen gebruik worden gebouwd, dienen dus wel CEgemarkeerd te worden. Dit geldt ook voor samengestelde machines.

 

Op het moment van in de handel brengen of in bedrijf stellen moet het product voldoen aan alle relevante productrichtlijnen.

 

U bent verantwoordelijk voor de CE-markering in de volgende gevallen:

 

1. Zelfbouw. U fabriceert of assembleert een machine zelf voor verkoop of voor eigen gebruik.

 

2. Modificatie/wijziging. U modifi ceert een machine of breidt deze uit waardoor het:

 

a. veiligheidsniveau verandert of b. het door de fabrikant omschreven ‘bedoelde gebruik’ wijzigt.

 

3. Doorverkoop. U verkoopt een machine onder eigen naam (private label). Als de machine onder eigen naam wordt verkocht, moet de ‘nieuwe’ verkoper uiteraard zelf de benodigde gegevens op de machine aanbrengen, de eigen EG-Verklaring van Overeenstemming opstellen en de NAW-gegevens in de gebruikershandleiding aanpassen. Uitgangspunt hiervoor zijn de aangeleverde gegevens van de toeleveranciers.

 

4. Import. U importeert een machine van buiten de EER (geldt ook voor een gebruikte machine).

 

5. Samenbouw. U koppelt diverse machines tot een samenstel (bijvoorbeeld een productielijn).

 

De Richtlijn Drukapparatuur is hierop een uitzondering. Drukapparaten en samenstellen waarvan de overeenstemming is beoordeeld door een keuringsdienst van gebruikers mogen de CE-markering niet dragen.

 

In dit eerste deel hebben we gezien dat bij wijziging en samenbouw de wetgeving en de toelichtingen hierop de verplichting tot CE-markering duidelijk aangeven. In het tweede deel (in Pb Veiligheid 9) zal ik trachten op te helderen waar de grenzen van het grijze gebied liggen. Van belang hierbij is te defi nieren wat wordt bedoeld met ‘het veiligheidsniveau verandert’, ‘belangrijke wijzigingen’

 

en ‘het bedoelde gebruik verandert’. Aan het eind van het tweede deel presenteer ik een bruikbaar stappenplan om te bepalen of CE-markering van toepassing is of niet.

 

Reageer op dit artikel