artikel

David versus Goliath

Geen categorie

Terwijl de grote vier in mineur waren, wonnen kleine en middelgrote arbodiensten marktaandeel. Eind 2005 waren er 59 externe diensten. In februari 2007 stond de teller op 68 externe arbodiensten. Flinke stijger is arbodienst VerzuimVitaal. De regionale arbodienst groeide de afgelopen twee jaar uit tot een landelijke arbodienst met inmiddels 45.000 werknemers ‘onder zorg’. In de Arbodienstenmonitor 2007 van MarketConcern scoort VerzuimVitaal ook de hoogste waardering voor de kwaliteit van arbodienstverlening: een 7,4. Directeur Ad Smit over het succes: ‘Wij zijn altijd telefonisch bereikbaar en denken direct en effectief mee. Vaste verzuimcoaches onderhouden het contact met bedrijven. Zonodig organiseren onze kleine zelfstandige teams gelijk actie. Zij kunnen daarbij gebruikmaken van centrale ondersteuning.’

 

Een arbodienst moet ondersteunen bij de verzuimaanpak, vindt Smit. ‘De regie hoort bij het bedrijf zelf’, zegt hij. Bij VerzuimVitaal staat de bedrijfsarts bewust niet vooraan. Smit: ‘Bedrijfsartsen gaan met de medische uiting dokteren. Wij zoeken juist naar het probleem achter het verzuim. Pas als je het verzuim op orde hebt, is er een vertrouwensbasis om preventief aan de slag te gaan met gezondheidsmanagement en vitaliteit. Dat wordt de trend.’

 

Ook MarketConcern en Heliview signaleren de verschuiving van traditionele verzuimbegeleiding door arbodiensten naar preventie, vitaliteit en leeftijdsbewust personeelsbeleid. Bedrijven hebben daar meer aandacht voor en zij geven arbodiensten de voorkeur boven andere aanbieders.

 

De grote arbodiensten zijn nu druk doende om hun klanten daarbij met maatwerk tegemoet te komen. ‘De mate van regie binnen bedrijven zal in de toekomst verschillen’, voorspelt Maetis-eigenaar Marius Touwen. ‘Bedrijven kunnen bij ons kiezen voor een totaalpakket of afzonderlijke producten. Een grote variatie aan producten en hoge mate van flexibiliteit is de enige manier om te overleven.’ Met Preventiekompas heeft Maetis een healthcheck in huis. En via ‘MijnMaetismonitor’ hebben Maetis-klanten nu online inzicht in de planning van de arbodienst. Maetis richt zich met maatwerk in preventie en een proactieve verzuimaanpak op een plek in de top drie.

 

Ook volgens ArboUnie-directeur Van der Laan gaan arbodiensten onderdelen van gezondheidsbeleid doen. De professionals van ArboUnie adviseren bedrijven bij het inrichten van een goed gezondheidsbeleid, zegt hij. ‘Het doel is ziekte te voorkomen en gezondheid, motivatie en inzetbaarheid te bevorderen. We verankeren beleid zodanig dat de kans op een schadeclaim voor een werkgever minimaal is.’ De zelfsturende teams van Arbo-Unie krijgen veel vrijheid. Van der Laan: ‘We hebben resultaatgerichte beloning; wij creeren ondernemerschap binnen bedrijven.’ ArboUnie zet onder andere Performer in als concreet product. Van der Laan: ‘De vitaliteitsthermometer is onze uitvinding om de vitaliteit van een organisatie en de mensen daarbinnen permanent te meten in een kwaliteitsmodel.’

 

Toch verzandt gezondheidsmanagement vaak nog in bedrijven, meent directeur Smit van VerzuimVitaal. Zolang het geen ondernemersdoelstelling is, blijft het volgens hem veelal bij goede bedoelingen.

 

Peter van Kleij van Achmea Arbo is dat met hem eens. De filosofie van Achmea Arbo is daarom om vitaliteit te verbeteren binnen de cultuur van een klant. Van Kleij: ‘Zonder vitaliteitsbeleid in een bedrijf is het resultaat van een programma niet groot. We gaan daarom altijd uit van de klant. Als een werkgever een gezonde levensstijl stimuleert, borduren we daarop voort. We zeggen niet tegen een klant: ‘U mag geen kroketten meer eten in de kantine’. Als dat de cultuur is, is dat de verantwoordelijkheid van de werkgever. Het bedrijf heeft de regie.’

 

Achmea Arbo richt haar aanpak op alle medewerkers. Van Kleij: ‘Vitaliteit is niet hetzelfde als gezondheid. Iemand kan fit en gezond zijn, maar erg ongelukkig. Daarom richten wij ons op de hele populatie binnen een bedrijf. We kijken op fysiek, mentaal en spiritueel (wat wil je met je leven) niveau. Onze insteek is de medewerkertevredenheid en productiviteit binnen een bedrijf structureel te beinvloeden en te verhogen.’

 

Volgens Achmea Arbo is die koerswij ziging ‘zeker niet alleen’ ingegeven door de omzetdaling. De arbodienst wil de komende j aren marktleider worden en toonaangevend in vernieuwing. Maar vooralsnog scoren kleine, niet-gecertificeerde arbodienstverleners in het onderzoek van Heliview beter op klanttevredenheid. Achmea-directeur Peter van Kleij begrijpt dat: ‘De kleine ondernemers zoeken op dit moment nog beter de aansluiting bij de werkelijke wensen van de klant.’

 

Ook VerzuimVitaal wil een belangrijke ‘grote’ speler worden. Directeur Smit verwacht niet dat er meer kleinere arbodiensten bijkomen. Volgens hem vallen nu al kleintjes om. ‘De meeste kleintjes werken regionaal. Veel bedrijven hebben behoefte aan landelijke aanbieders.’ Hij verwacht dat enkele grotere diensten het nog moeilijk krijgen. ‘De markt reageert vertraagd. Dat kan nog wel eens flink aantikken’, aldus Smit.

 

ArboUnie-directeur Dick van der Laan denkt juist dat grote arbodiensten de beste papieren hebben. Hij beschouwt de komst van professionele een-pitters en de toename van kleinere diensten als een hype. Werkgevers zijn in de toekomst niet gediend met individuele oplossingen, stelt Van der Laan. ‘Bij ziekte van een bedrijfsarts moet er een vervanger zijn. En een werkgever moet de garantie hebben dat zijn gezondheidsbeleid op orde is. Een-pitters en kleinere bedrijven houden dat niet vol. Die zijn niet in staat om systeemoplossingen te bieden om op grotere schaal te adviseren over risico’s en aan innovatie te doen. Wij combineren ondernemerschap binnen bedrijven met een netwerkorganisatie waarin basisfuncties, zoals opleiding, innovatie en kennisontwikkeling geborgd zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de explosie van een-pitters en kleinere bedrijven weer wegebt. Dit is een hype.’

 

Van Kleij (Achmea Arbo) ziet dat anders. De grote arbodiensten hebben zeker nog een aantal jaren nodig om de vernieuwingsslag te maken, stelt hij. Van Kleij: ‘Daarom geloof ik niet dat de een-pitters een hype zijn. We hebben nog geen volwassen bedrijfstak. We moeten geprikkeld blijven. De afgelopen jaren heerste een regentenmentaliteit in arboland. Het is goed dat we het nu lastig hebben. Dat komt de kwaliteit van de branche en het vak alleen maar ten goede.’

 

Reageer op dit artikel