artikel

De cocktail onder vuur

Geen categorie

Het hierboven genoemde loepmechanisme is niet de enige bom onder het model van Karasek. Want ook een andere belangrijke aanname van hem wordt onderuit gehaald. Karasek legt namelijk de nadruk op de combinatie van werkrisico’s, een giftige cocktail van hoge taakeisen, weinig regelmogelijkheden en weinig sociale steun. Pas als al die elementen aanwezig zijn, slaan de psychische klachten toe. Maar dat klopt niet, zo blijkt uit het onderzoek van De Lange. Nergens heeft zij ondersteuning kunnen vinden voor een dergelijke negatieve synergie. ‘Inderdaad komen de meeste klachten van mensen die en onder spanning staan en weinig kans zien hun werk zelf in te delen’, erkent ze. ‘En hoge taakeisen, weinig regelmogelijkheden en weinig sociale steun brengen inderdaad psychische schade toe. Maar dat doen ze ook afzonderlijk. Bovendien bleek dat ieder van deze factoren leidt tot andere klachten. Hoge taakeisen leiden vooral tot depressie, een tekort aan sociale steun tot burnout en weinig regelmogelijkheden tot een verminderd geluksgevoel.’

 

Hoe meer de wetenschap op dit gebied voortschrijdt, hoe minder gemakkelijk lijken de inzichten in een helder kader te passen, benadrukt De Lange. ‘Neem het voorbeeld van een werknemer die van een stressvolle naar een minder stressvolle werkomgeving verhuist. Zijn moeilijkheden zijn dan niet zomaar opgelost, want de spanning neemt slechts langzaam af. Maar omgekeerd komen negatieve veranderingen juist heel vlug aan de oppervlakte. Wie van een ‘goede’ naar een ‘slechte’ baan overstapt, krijgt vaak snel de bijbehorende psychische klachten.

 

Een verdere complicatie: psychische klachten komen niet alleen voor in bepaalde ‘risicobranches’. ‘Natuurlijk’, zegt De Lange, ‘de zorg scoort hoog, en alle sectoren waar lopende banden in voorkomen. Maar werknemers in dezelfde sector hebben lang niet altijd evenveel problemen. Zelfs op een afdeling kan de een uitvallen, terwijl de ander heel gelukkig is. Inderdaad: dat komt onder andere door dat sombere of rooskleurige perceptiemechanisme.’

 

Al met al vallen de klappen vaak waar je ze niet verwacht. De Lange: ‘Een manager kan ook vastlopen. Misschien heeft hij wel veel regelmogelijkheden, maar zijn taakeisen kunnen enorm zwaar zijn. Veel van die jongens hebben hun weken helemaal vol zitten en nemen ook in de vakanties steevast hun mobiel mee.’

 

Al deze nuances helpen de wetenschap misschien vooruit, maar ondernemers zullen er niet altijd blij mee zijn. Die willen gewoon weten wat ze moeten doen om psychische klachten te voorkomen. En De Lange erkent: hoe ingewikkelder de werkelijkheid, hoe moeilijker het is een algemeen antwoord te geven op deze vraag. Vandaar haar advies: ‘Streef naar maatwerk. Iedere werknemer vereist weer een andere benadering.’

 

Zo op het eerste gezicht is dit een verrassende uitspraak uit haar mond. Want in haar proefschrift is er weinig aandacht voor de afzonderlijke medewerker. In statistisch gefundeerd onderzoek wordt het totaalbeeld immers opgebouwd uit grote aantallen, en individuen verworden al snel tot stipjes op de foto. Maar toch past haar aanbeveling goed in haar betoog. Hierboven bleek dat iedere werknemer een eigen kijk heeft op het werk en daarmee het werk op een andere manier beinvloedt. De een kiest voor een zwarte, de ander voor een roze bril. Welnu, weer anderen kiezen voor een derde mogelijkheid: van baan veranderen of de baan veranderen.

 

De Lange: ‘En ook dat doet iedereen weer op zijn eigen manier. De een zal taken proberen af te stoten, de volgende moet meer regelmogelijkheden inbouwen. Een derde zal er helemaal niet uitkomen en daar moet de preventiemedewerker ingrijpen. Die kan eens een gesprek met zijn baas regelen en voorzichtig naar voren brengen dat zijn mensen hem zien als een bullebak. In veel gevallen zal dat de klachten niet verminderen en moet de werknemer op zoek naar een andere baan.’ Maatwerk dus. Een bedrijf dat psychische klachten wil voorkomen, kan volgens De Lange niet volstaan met de analyse van afdelingen. Het zal voor iedere afzonderlijke werknemer moeten uitzoeken hoe ver die in de gevarenzone zit.

 

Bedrijven die deze weg bewandelen, krijgen een steuntje in de rug. Van Robert Karasek. De Lange: ‘Hij is bezig zijn vragenlijsten uit te breiden en meer aan te passen aan de moderne tijd. Ja, bedrijven zouden meer van deze vragenlijsten gebruik moeten maken. Daarmee kun je zien hoe iemand de werkdruk ervaart en zo kun je beginnende klachten op het spoor komen. Op die manier kun je je op de individuele werknemer richten en rekening houden met zijn perceptiemechanismen.’

 

Reageer op dit artikel