artikel

De drinker ontmaskerd

Geen categorie

Dit probleem is actueel sinds de NS er deze zomer een radicale oplossing voor bedacht:

 

de blaastest. Alle 25.000 medewerkers hebben te horen gekregen dat ze op ieder moment kunnen worden gecontroleerd. Nee, als ze positief scoren, zullen ze daar geen last mee krijgen, want de privacy van alle blazers is gewaarborgd.

 

Het gaat de directie niet om straffen, maar om inventariseren. In de woorden van de woordvoerder: ‘Als we geen probleem hebben, hoeven we er ook niets aan te doen.’

 

Een goed idee? Ja, zegt Weingart, maar het is een aarzelend ja. ‘Bij machinisten is het natuurlijk erg belangrijk dat ze altijd nuchter zijn. Met een borrel op reageer je minder snel, en zie je moeilijker het verschil tussen groen en rood.

 

Bovendien ontwikkel je een tunnelvisie: alles aan de randen van je gezichtveld wordt waziger.

 

En ten slotte kun je er agressiever van worden – dus ook voor conducteurs is het niet verstandig.’

 

Maar dat de NS alle medewerkers aan een test onderwerpt – zelfs die op kantoor – daar is ze minder uitgesproken over. ‘Aan de ene kant kan ik het wel begrijpen: je neemt dit initiatief, je spreekt het door met de OR, je laat het weten aan je medewerkers – ja, dan moet je ook het hele personeelsbestand testen. Bovendien: ook het personeel onder invloed achter de computer kan fouten maken en daardoor kunnen treinen vertraging oplopen.’

 

Maar toch… in sommige beroepen ligt dat blazen meer voor de hand dan in andere.

 

Weingart: ‘Als ik zo’n blaaspijp onder mijn neus gedrukt zou krijgen, dan had ik zoiets van: wat is dat nou weer? Daarom moet je bij kantoorpersoneel altijd een duidelijke reden geven waarom je gaat testen.’

 

Gelukkig vormt de blaaspijp geen noodzakelijk instrument om het alcoholprobleem zichtbaar te maken. Want misschien kan Weingart een medepassagier in de trein niet ontmaskeren, probleemdrinkers onder haar collega’s zouden snel door de mand vallen. ‘Zulke mensen maak je van dichterbij mee. Als die zich over je heen buigen, kun je de alcohol ruiken, en daar kun je handig op inspelen. Confronteer mensen met die geur – hetzij serieus, hetzij met een grap.

 

Mensen die structureel te veel drinken, hebben vaak de neiging om dat te ontkennen. Dat zou kunnen duiden op een probleem.

 

Ook als deze zware drinkers het handiger spelen, als ze toegeven dat ze de avond tevoren gezellig hebben gefeest, ook dan laten ze sporen achter. Weingart: ‘Die mensen feesten vaak iedere dag, ook in hun lunchpauze bijvoorbeeld.

 

Meestal doen ze dat alleen, in het cafe om de hoek, soms plannen ze ook een vergadering met mensen van buiten. Je ziet de kwaliteit van hun werk dan ook erg schommelen.

 

Zware drinkers zakken vaak in na zo’n lunch, terwijl echte alcoholisten juist opleven: die hebben hun drank nodig tegen eventuele ontwenningsverschijnselen. Maar over een langere periode zie je de resultaten van beide groepen natuurlijk naar beneden gaan.’

 

Hoe langer die periode duurt, hoe hoger de aanwijzingen zich zullen opstapelen. Na enige tijd zijn ze eenvoudig te turven. Weingart: ‘Je ziet dat ze vaker betrokken raken bij kleine ongelukjes, dat ze vaker ongewassen en in oude kleren naar het werk komen en dat ze zich vaker ziekmelden.

 

De bekende maandagmorgengriepjes komen bij probleemdrinkers zes keer meer voor.’

 

Dat bovengenoemde turven is belangrijk.

 

Want wie probleemdrinkers weer in het gareel wil krijgen, zal met hen in gesprek moeten gaan en tijdens zo’n gesprek is het heel belangrijk om de nadruk te leggen op de feiten.

 

De Stichting Alcohol en Werk heeft de agenda voor zo’n gesprek op haar site gezet. Die ziet er als volgt uit:

 

– De gedaalde arbeidsprestaties (aan te tonen door de geturfde feiten).

 

– Het gevaar van alcoholgebruik op het werk.

 

– De termijn waarop verbetering wordt verwacht.

 

– De consequenties als arbeidsprestaties ondermaats blijven.

 

– De hulpverleningsmogelijkheden.

 

– De datum voor het evaluatiegesprek.

 

Kort samengevat: niet gaan beschuldigen, maar een stappenplan opstellen.

 

Maar nog beter is het volgens Weingart om een alcoholbeleid te starten. ‘Dat is altijd eff ec tiever dan een ad-hocaanpak. Zolang de directie daar niet offi cieel een uitspraak over heeft gedaan, zal iemand met een zware alcoholkegel niet snel door collega’s worden aangesproken. Met als gevolg dat hij denkt: ‘Dit kan ik vaker doen’.

 

Zo’n beleid is wel iets voor de lange termijn, waarschuwt Weingart. ‘Het management moet eerst een plan opstellen; dan moet het draagvlak creeren en uiteindelijk heeft de OR ook nog wat te zeggen. Je bent al snel een jaar verder.’

 

Tot slot: hoe liep het af bij de NS? Hebben er mensen positief gescoord op de alcoholtest?

 

Helaas: de woordvoerder wil hier niets over zeggen. ‘Destijds heeft een van onze medewerkers het nieuws over de testen naar de krant gestuurd. Dat was niet de bedoeling. Dit is een interne maatregel en bovendien ging het alleen om een inventarisatie. Daarom doen we geen uitspraken over de uitslag; die zullen we alleen intern communiceren.’

 

We wachten dus af tot een van de 25.000 medewerkers zijn mond voorbijpraat.

 

Voor meer gesprekstechnieken en stappenplannen, zie: www.alcoholenwerk.nl Voor onderzoeken en boeken, zie: www.nigz.nl Voor een voorbeeld van een gedragscode op internet, zie: http://w3.tue.nl/nl/diensten/dpo/bedrijfsgezondheid/alcohol_en_werk.

 

Reageer op dit artikel