artikel

De glazenwasser wankelt

Geen categorie

In de RI&E moet worden gekeken naar de werkhoogte, de verwachte duur van het werk, de benodigde reikwijdte met de arm en afmetingen en gewichten van materiaal en gereedschap dat mee naar boven moet. Voor deze aspecten zijn de vakbonden en verschillende werkgeversvertegenwoordigers in overleg en inmiddels begint de mogelijke invulling zich af te tekenen. Vooralsnog ziet het er naar uit dat de maximale werkhoogte (handhoogte) zal komen te liggen tussen de 6 en 7,5 meter, de maximale tijdsduur op drie uur per klus met een maximum van vier uur per dag op een ladder, maximaal gewicht van mee te nemen materiaal tussen de 2,5 en 10 kg en maximale afmetingen van het materiaal op 1 m2.

 

De Richtlijn moet zoals gezegd voor 19 juli 2004 in de wetgeving zijn opgenomen, met een uitloop van twee jaar voor de daadwerkelijke implementatie.

 

Het wachten is nu op het ministerie van Sociale Zaken dat het geheel in de wetgeving moet opnemen.

 

Een aanpassing van het tweede lid van het Arbobesluit 3.16 ligt voor de hand, want hierin wordt gesteld dat er geen veilige werkvloer of steiger nodig is als de werkzaamheden ook vanaf een ladder of trap kunnen worden uitgevoerd. Ook het tiende lid van Beleidsregel 3.16 is aan herziening toe, omdat hierin staat dat de ladder tot tien meter werkhoogte is toegestaan. Aangezien het ministerie op dit moment nog geen formeel standpunt naar buiten heeft gebracht over de wijze van invulling, lijkt het erop dat men gebruik wil maken van de uitloop-

 

termijn. Het voorschot van de bedrijfstakken kan dus nog invloed hebben op de uitkomst van de wetgeving.

 

Voor glazenwassers betekent de Richtlijn alweer een verandering in de regelgeving. Voor het in 1999 gesloten Convenant Gevelonderhoud, hadden zij al een mislukt convenant en twee verschillende standen der techniek achter de rug. Met iedere wijziging is de maximale werkhoogte voor werken op een ladder verlaagd. Dat zal ook nu weer gebeuren, want het Arbobesluit blijft uiteindelijk de wet en staat in de regelgeving boven een tussen private partijen en de overheid gesloten Convenant. Dit is tegen de zin van de glazenwassers, omdat zij nog steeds voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van de ladder. Lang niet overal kun je zo maar een hoogwerker of rolsteiger plaatsen. Op deze manier wordt bijvoorbeeld glazenwassen bij hoge achtergevels in een stedelijke omgeving onbetaalbaar.

 

Aan de andere kant hebben de glazenwassers een voorsprong op andere bedrijfstakken. In de Beoordelingsrichtlijn bij het Convenant Gevelonderhoud staan al uitgebreide risico-inventarisaties voor de inzet van ladders, hoogwerkers en andere werkmethoden.

 

De invoering van de Richtlijn biedt het ministerie dan ook een ideale mogelijkheid om de Beoordelingsrichtlijn op te nemen als referentie in een apart lid bij Beleidsregel 3.16.

 

Op het gebied van werkmethoden zijn ontwikkelingen gaande. Zo wordt er tegenwoordig gebruik gemaakt van verlengstokken met externe watertoevoer als alternatief voor een staande ladder en is er zogenaamd ‘zelfreinigend glas’ in de handel.

 

Hoewel deze werkmethoden niet in de Beoordelingsrichtlijn zijn opgenomen, valt niet te ontkennen dat ze mogelijkheden bieden die door het Arbobesluit worden gedekt.

 

Voor de opdrachtgevers (zie kader) verandert er niet veel. Wel zullen de kosten van het glazenwassen toenemen voor panden die nu met een staande ladder en straks met een hoogwerker gewassen moeten worden. Dat opdrachtgevers tegenwoordig zo bezig zijn met de veiligheid op daken heeft in feite niets te maken met de nieuwe richtlijn, maar met een inhaalslag voor veilig werken in de beheersfase.

 

Uiteindelijk zal het ministerie bepalen hoe de Europese Richtlijn in de Nederlandse wetgeving zal worden opgenomen. Dat de ladder als werkplek hierdoor minder toegepast zal worden is een feit, maar er is voor de ladder nog best een mooie toekomst weggelegd als tussenstap tussen het trapje en de rolsteiger of hoogwerker. De RI&E voor de inzet van de ladder als werkplek biedt daarvoor voldoende kansen.

 

Opdrachtgeversverplichtingen

 

Er zijn vier verschillende soorten opdrachtgevers aan te geven, die elk (mogelijke) verplichtingen hebben om veilig werken op hoogte mogelijk te maken.

 

Opdrachtgever is geen werkgever

 

Is de opdrachtgever geen werkgever en is hij niet gebonden aan een convenantpartij, dan heeft hij geen wettelijke verplichtingen voor veilig werken op hoogte. Men mag er van uitgaan dat de aannemer van het werk deskundig is op zijn specifieke vakgebied en zal zorgen voor de juiste beheersmaatregelen.

 

Opdrachtgever is werkgever

 

Als de opdrachtgever tegelijkertijd werkgever is, bijvoorbeeld bij ondernemingen met eigen gebouwen en eigen bouwkundig opzichters, moeten de eigen medewerkers veilig kunnen werken op hoogte. Om dit mogelijk te maken zijn voorzieningen noodzakelijk. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van permanente voorzieningen aan een gebouw. Deze categorie opdrachtgevers is op dit moment bezig met een inhaalslag voor veiligheid op daken en aan gevels in de beheersfase.

 

Opdrachtgever is lid van ondertekenaar Convenant Gevelonderhoud

 

Opdrachtgevers die lid zijn van een van de ondertekenaars van het Convenant Gevelonderhoud (ROZ, Aedes en Vereniging Eigen Huis) zijn verplicht om het Convenant uit te voeren. De opdrachtgever zorgt dan voor de veiligheid op het dak en de bereikbaarheid van de glazenwasvoorzieningen. Dit is namelijk een van de afspraken uit het Convenant.

 

Opdrachtgever volgens Arbobesluit Bouwplaatsen

 

Hieronder vallen bijvoorbeeld projectontwikkelaars. Deze moeten er volgens artikel 2.29 van het Arbobesluit op toezien dat in het ontwerp van het gebouw voorzieningen zijn opgenomen voor veilig klein onderhoud, reiniging en inspectie. Veiligheidsvoorzieningen voor bijvoorbeeld het veilig werken aan gevels en daken springen hierbij in het oog. Eind 2001 heeft het ministerie van Sociale Zaken expliciet gesteld dat glazenwassen niet valt onder de term reiniging en dat het slechts een wens is van de gebruiker. Aan de andere kant kan worden geconstateerd dat opdrachtgevers/projectontwikkelaars in civiele zaken worden veroordeeld tot het achteraf aanbrengen van glazenwasvoorzieningen aan een gebouw. Dit brengt hoge kosten met zich mee. Het gevolg hiervan is dat steeds meer ontwikkelaars zich in het ontwerpstadium laten adviseren door deskundigen op het gebied van veilig gebouwbeheer, waarbij de veiligheid bij het glazenwassen en het werken op daken een bijzonder aandachtspunt is.

 

SAMENVATTING

 

De Europese Richtlijn 2001/45/EG moet uiterlijk 19 juli 2004 in onze wetgeving zijn opgenomen. Ze heeft als uitgangspunt dat de ladder als werkplek alleen is toegestaan, als een RI&E uitwijst dat redelijke alternatieven, zoals een rolsteiger of hoogwerker, ontbreken. Glazenwassers hebben in het verleden te maken gehad met diverse wijzigingen in regelgeving. Wijzigingen die steeds leidden tot een verlaging van de maximale werkhoogte voor werken op een ladder. Ook nu zal dat weer gebeuren. Glazenwassers hebben overigens een voorsprong op andere bedrijfstakken. De Beoordelingsrichtlijn bij het Convenant Gevelonderhoud bevat al uitgebreide risico-inventarisaties voor de inzet van ladders, hoogwerkers en andere werkmethoden. Het ministerie zal uiteindelijk vaststellen hoe de Europese Richtlijn in de Nederlandse wetgeving wordt opgenomen. Daarbij zal de ladder een kleinere rol spelen als werkplek, maar hij zal nog wel functioneren als tussenstap tussen het trapje en de rolsteiger of hoogwerker. De RI&E voor de inzet van de ladder als werkplek biedt daarvoor voldoende kansen.

 

 

Reageer op dit artikel