artikel

Een paspoort voor ergocoaches

Geen categorie

In het jaar 2003 startte het ministerie van SZW namelijk met het Project Ergocoaches – in samenwerking met de brancheorganisaties en de vakbonden. Twee jaar later werd Klaassen projectleider Ergocoaches bij de Stichting RegioPlus, die vanaf 2005 de uitvoering van het project overnam.

 

Let wel: het project wil alleen ondersteunen en adviseren. Klaassen kan organisaties niet dwingen om ergocoaches aan te stellen, en die ergocaoches kunnen hun collega’s niet dwingen om hun instructies op te volgen. Daar zit ook hun kracht, vindt Klaassen. ‘Ze zoeken samen met hun collega’s naar oplossingen voor problemen in de clientenzorg. Door die samenwerking ontstaat draagkracht.’

 

Om ergocoaches te ondersteunen bij hun taak, ligt er nu een Ergocoach Paspoort Zorg. Het is een document van krap twintig pagina’s, en het beschrijft welke kennis en vaardigheden nodig zijn om veilig zorg te kunnen verlenen.

 

Op het eerste gezicht lijkt de naam Ergocoach Paspoort een tikje misleidend. Allereerst zijn die twintig pagina’s niet alleen bedoeld voor ergocoaches. De meeste vaardigheden die op een rijtje worden gezet, zijn onmisbaar voor alle zorgverleners. Ergocoaches moeten er alleen nog meer van weten.

 

Daarbij lijkt het document niet echt op een paspoort. Het doet eerder denken aan een rapport van zo’n oude lagere school waarin ieder vak was uitgesplitst in talrijke vaardigheden (inclusief ‘beleefdheid’ en ‘respect voor het materiaal’). Zo moet een medewerker onder meer bedreven zijn in verplaatsingen in bed’, ‘transfers van en naar een stoel’ en ‘het aan- en uittrekken van steunkousen’. En die activiteiten zijn weer opgesplitst in ‘zijwaartse verplaatsingen met hulpmiddelen als glijzeilen’, ‘van zit naar zit met behulp van een draaischijf’ en ‘steunkous met gesloten teenstuk aantrekken’.

 

Maar toch is mijn associatie met een rapport niet terecht, vindt Klaassen. ‘Dit is geen beoordeling. Het is niet de bedoeling dat het paspoort als een rapport wordt ingevuld door de leidinggevenden. Medewerkers kunnen dit zelf doen, of nog beter: dit kunnen ze overlaten aan de docent van het instituut waar ze ook hun scholing hebben gevolgd. Zo krijgen ze te zien waar hun sterke en zwakke kanten liggen, waar ze bijvoorbeeld een opleiding voor moeten doen. Bovendien helpt het document de medewerker om zich te presenteren: kijk eens, dit ben ik. Toch een paspoort dus.’

 

Maar wat moet de ergocoach meer kunnen dan de gewone zorgverlener? Het paspoort geeft de volgende opsomming (zie kader).

 

Signaleren en analyseren

 

De ergocoach heeft als kerntaak knelpunten op het gebied van fysieke belasting te signaleren. Ook dient gesignaleerd te worden wanneer praktijkrichtlijnen niet of niet volledig nageleefd worden.

 

Adviseren

 

De ergocoach heeft als kerntaak om zowel gevraagd als ongevraagd de organisatie, het team en de individuele medewerker te adviseren hoe op een goede manier veilig gewerkt kan worden, zodat goede arbeidsomstandigheden bereikt kunnen worden.

 

Coaching

 

De ergocoach heeft als kerntaak collega’s te ondersteunen in het veilig werken en het navolgen van de praktijkrichtlijnen.

 

Geven van voorlichting

 

De ergocoach heeft als kerntaak voorlichting te geven over praktijkrichtlijnen en gebruik van hulpmiddelen om fysieke belasting te voorkomen. Via het geven van voorlichting wordt het bewustwordingsproces op het gebied van fysieke belasting van medewerkers gestimuleerd.

 

Borging

 

De ergocoach heeft als kerntaak het beleid op het gebied van fysieke belasting mede te borgen in de dagelijkse uitvoering van het werk. Hij/zij is voortrekker in dat beleid en stimuleert zijn/haar collega’s dit beleid uit te voeren. Hij/zij speelt een rol in het beleids- en kwaliteitsproces (plando-check-act).

 

 

De stap van signaleren naar adviseren is niet altijd gemakkelijk, zoals al bleek in het voorbeeld van het opgeheven vingertje in de thuiszorgsituatie. Accepteren de zorgverleners het als ze worden bekritiseerd door een ergocoach – door een van hun collega’s? Klaassen meent van wel. ‘Sterker nog: ergocoaches hebben een werkvloer rond, dus die zien wat een collega nodig heeft. Ze zijn in het voordeel ten opzichte van de directeur. Want die kan wel een paar extra tilliften bestellen, maar ziet vervolgens niet dat ze in de kast blijven staan.’

 

Wat doet de ergocoach vervolgens om die tilliften uit de kast te krijgen? Daarvoor moet hij een andere vaardigheid uit het rijtje aanspreken: het integreren van het beleid in de dagelijkse praktijk, de borging. Klaassen: ‘Vaak worden tilliften niet gebruikt omdat de medewerker ervan uitgaat dat de patienten ze niet prettig vinden.

 

den dat ik mijn rug wil sparen?’ Nu geef ik toe dat de patienten in het begin huiverig kunnen reageren, want zo’n apparaat confronteert ze met hun fysieke toestand. Maar toch: als je mensen de gelegenheid geeft om eraan te wennen, zie je dat verschuiven. Dan beseffen ze dat ze opeens veel soepeler uit bed worden getild.’

 

En nu de hamvraag: wat levert al die ergocoaching op? Wie het echt wil weten, moet drie jaar wachten, want dan worden de resultaten bekend van een groot onderzoek van de Erasmus Universiteit en LOCOmotion. Wie dat te lang vindt duren, kan ook terecht op de site voor ergocoaches, want daarop staan enkele kleinere onderzoeken vermeld, waaronder een businesscase ergocoaches, waarin de kosten en baten voor een instelling op een rij worden gezet. De conclusie: het ziekteverzuim ten gevolge van rugklachten is gedaald.

 

info: Kijk op www.Ergocoaches.nl voor de genoemde onderzoeksresu ltaten.

 

Reageer op dit artikel