artikel

Elektriciteit

Geen categorie

Elektrische installaties zijn beveiligd tegen aanrakingsgevaar van onder elektrische spanning staande delen. Hoe hoger de spanning, des de groter het gevaar voor letsel bij aanraking. Het aanleggen van een installatie moet volgens de voorschriften van NEN 1010 ‘Veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties’ plaatsvinden. Laagspanning is een spanning lager dan 1.000 Volt (wisselstroom). Een spanning van hoogstens 50 Volt wisselspanning of 120 Volt gelijkspanning is ongevaarlijk voor mensen. Tengevolge van een spanning (U in Volt) ontstaat er een stroom (I in Ampere) door een weerstand (R in Ohm). Dit betekent: hoe groter de weerstand van de persoon, hoe kleiner de stroom die door het lichaam gaat. Deze weerstand is afhankelijk van de toestand waarin men zich bevindt, de huidweerstand (droog of vochtig) en de grootte van het aanrakingsoppervlak.

 

Om het aanrakingsgevaar te verminderen bestaan er verschillende beschermingsmaatregelen.

 

Een veiligheidstransformator zet 220 Volt om in ten hoogste 50 Volt en is ongevaarlijk bij aanraking. De primaire en secundaire wikkeling moeten gescheiden zijn. Veiligheidstransformatoren met een secundaire spanning van 50 Volt lenen zich onder andere voor gebruik bij elektrisch handgereedschap en looplampen in besloten ruimtes, zoals kruipruimtes of leidingsleuven. De trafo moet buiten de besloten ruimte staan.

 

Een scheidingstransformator (beschermingstransformator) zorgt voor een elektrische scheiding tussen twee stroomketens en is uitgevoerd met twee gescheiden wikkelingen, elk met een gelijk aantal windingen. Is de aangelegde of primaire spanning bij een scheidingstransformator 220 Volt, dan is ook de secundaire spanning 220 Volt. Als regel is de netspanning een spanning tussen fase en nul, waarbij de nul van het voedende net is geaard. Aanraking van een van de secundaire aansluitpunten heeft geen gevolgen, omdat deze spanning gescheiden is van de voedende spanning. Bij aanraking vormt men dus geen gesloten keten via de aarde naar het aardpunt van het voedend net. Er bestaan ook scheidingstransformatoren van 380 Volt. Een scheidingstransformator leent zich ook voor het werken in besloten ruimtes.

 

Het aanbrengen van een veiligheidsaarding is de meest gebruikte toepassing om aanrakingsgevaar te verminderen. Het doel van aarden is te voorkomen dat bij een isolatiedefect uitwendige metalen delen onder spanning komen te staan. Dit is te bereiken door een geleidende verbinding aan te brengen tussen de metalen delen en de aarde. Ontstaat er door een isolatiedefect een verbinding tussen de fase en het metalen omhulsel, dan vloeit er een grote kortsluitstroom via de aardleiding en de smeltveiligheid naar de aarde. De aarde dient dan zelf als retourleiding naar het aardpunt van het voedend net. Deze stroom zorgt dat de smeltveiligheid direct doorsmelt, waardoor de spanning wegvalt. De aardleiding wordt meestal aangesloten op een aardelektrode: een aardbuis, aardstaf, aardplaat, aardscherm of gewapende betonfundering. Aardleidingen en aardelektroden mogen een lage weerstand hebben.

 

Er zijn beschermende maatregelen te nemen tegen het aanraken van apparaten of delen die elektrische stroom voeren. Omdat stroom kan overslaan, moet bij bovengrondse leidingen een veilige afstand aangehouden worden. Als regel geldt dat de afstand afhankelijk is van de spanning: hoe hoger de spanning, des te groter de afstand. Bij bovengrondse leidingen met een spanning van 220/380 Volt is de veilige afstand minimaal 1 meter. Bij een spanning tot 380.000 Volt (380 kV) is de veilige afstand minimaal 5 meter. Die minimumafstand geldt ook voor bovengrondse leidingen met een onbekende spanning. Is het niet mogelijk deze afstanden aan te houden, dan is het gevaar voor aanraking nog op andere manieren te verminderen. Bijvoorbeeld door uitschakeling van de stroomtoevoer door personeel van het energiebedrijf of door afdekken of afschermen van de leiding door een bevoegde deskundige (alleen bij 220 of 380 Volt). Bij apparaten die onder spanning staan gelden andere beschermende maatregelen. Controleer elektrisch aangedreven apparaten en hun leidingen steeds nauwkeurig op defecten en beschadigingen, voordat u ermee aan het werk gaat. Er kunnen bijvoorbeeld isolatiebeschadigingen, geknikte snoeren, defecte stekkers of stopcontacten zijn. Doet dit zich voor, dan is het onverstandig de machine te gebruiken voordat een bevoegde deskundige (elektromonteur) hem heeft gerepareerd. Ter bescherming zijn apparaten onder spanning te voorzien van een beschermende isolatie of een aardlekschakelaar. Elektrisch handgereedschap moet dubbel geisoleerd zijn (klasse II), herkenbaar aan het ‘dubbele vierkantje’ op het machineplaatje. Ook verlichtingsarmaturen zijn in dubbel geisoleerde uitvoering leverbaar. Dubbel geisoleerd gereedschap is niet geschikt voor gebruik bij betonboren en zagen; hier zijn extra veiligheidsmaatregelen nodig.

 

Bij een ongeval kan snelle en goede eerste hulp levens redden. Gaat het niet om hoogspanning, schakel dan eerst de spanning uit door:

 

– de hoofdschakelaar van de installatie op ‘uit’ te zetten;

 

– de stekker uit te trekken;

 

– de zekering uit te draaien.

 

Biedt daarna direct eerste hulp en alarmeer de professionele hulpverlening. Let erop dat de hulp verlener het slachtoffer alleen verplaatst na uitschakeling van de spanning, anders komt hij zelf in levensgevaar. Is het niet mogelijk de stroom uit te schakelen?

 

– Trek dikke wollen of rubberen handschoenen aan.

 

– Isoleer je van de grond door op een voorwerp van drooghout of elk ander isolerend materiaal te gaan staan.

 

– Verwijder het slachtoffer van de stroomgeleider waarmee het in aanraking is met behulp van een stuk droog hout of een isolerend voorwerp.

 

– Pas zo nodig kunstmatige ademhaling toe en dek brandwonden af.

 

Bij ongevallen met hoogspanningsleidingen is het niet mogelijk zelf te helpen. Waarschuw direct het energiebedrijf, want alleen een monteur van het energiebedrijf kan de stroom onderbreken. Laat van het slachtoffer na een ongeval met elektrische spanning altijd zo spoedig mogelijk een elektrocardiogram maken. Contact met hoogspanning kan, zelfs bij afwezigheid van uitwendige brandwonden, als gevolg van een volledige nierblokkage dodelijk zijn. Heeft iemand een elektrische schok zonder enig uitwendig letsel overleefd, plaats hem dan toch onder medisch toezicht. Zo dient men bij verkleuring van de urine direct in te grijpen.

 

Reageer op dit artikel