artikel

Ergocoaches bereiken cultuuromslag

Geen categorie

Om een nauwkeurig beeld te krijgen van alle handelingen, werkte Kremer zelf ruim een week in de vezelproductie mee.

 

Vervolgens legde hij iedere handeling vast in een schema (matrix) met drie verschillende niveaus aan fysieke belasting:

 

van licht tot zwaar. ‘Dat biedt een handvat om medewerkers beter in te zetten bij werkzaamheden die minder belastend zijn.

 

Daarom praten we ook steeds minder over de ‘beperkingen’ die iemand met klachten nog heeft, maar juist over de ‘mogelijkheden’.’

 

Om de ingeschatte belastbaarheid van een operator op de werkvloer tot zijn recht te laten komen, werd de ergocoach geintroduceerd: een collega uit het productieproces die op de werkvloer fungeert als vraagbaak en operators adviseert in het verantwoord uitvoeren van zware werkzaamheden. ‘Het idee voor de ergocoach,’ zegt Kremer, ‘ontstond naar aanleiding van soortgelijke functies die er al waren voor het inwerken van nieuw personeel in een kantooromgeving.

 

Die heb ik vertaald naar volcontinu productielijnen.

 

De ergocoach maakt mijn instructies en conclusies over tillen en belastbaarheid voor de werkvloer inzichtelijk. De coach bevordert gedragverandering in werkhouding.

 

Voor mij zijn ze de voelsprieten, de ogen en oren op de werkvloer.’

 

De vijf kandidaten voor de functie van ergocoach – een coach per ploeg – waren snel gevonden.

 

Onder hen Hans Ringers en Marie-Louise Dols, een van de twee vrouwelijke operators bij Dyneema (circa 140 werknemers).

 

‘Omdat ik zelf al langer last had van rugklachten door een verkeerde houding’, vertelt Ringers, ‘gold ik als een ervaringsdeskundige.

 

Dat is wel een voordeel.

 

Ik weet precies wat er omgaat in een vent die aan zijn schouder is geopereerd als gevolg van het afnemen van spoelen.’ Ook Marie-Louise Dols heeft de zwaarte van het werk aan den lijve ondervonden. Zij heeft last van een hernia. ‘Of er een verband is met het werken aan machines, weet ik niet zeker.

 

Maar het valt niet uit te sluiten.

 

Belangrijk is echter dat ik, nu ik ergocoach ben, veel bewuster ben van mijn werkhouding en mijn beperkingen.’

 

Na een training van zes uur door Jos Kremer in een aantal basisprincipes van ergonomie en lichaamshouding, zijn de ergocoaches bij Dyneema in 2002 aan de slag gegaan. Per week besteden ze minimaal een uur aan voorlichting en het signaleren van klachten bij operators. ‘Opvallende zaken, zowel wat de fysieke gesteldheid van bepaalde operators betreft als ideetjes voor verbeteringen in de bediening van de techniek, leggen we vast in een logboek. Dat geven we periodiek door aan de fysiotherapeut.

 

Hij kan ons dan weer adviseren waarin we een werknemer kunnen trainen. Bij onze rondjes door de fabriek krijg je van alles te horen over wat niet lukt en beter moet. Zien we een collega die veel klaagt over pijn in zijn nek omdat hij te lang aan dezelfde productielijnen staat, dan nemen we contact op met de therapeut.

 

Samen met de chef van dienst en onze ‘fysio’ zoeken we dan uit welk soort taken voor zo’n jongen, gezien zijn beperkingen, wel aanvaardbaar zijn. Het vinden van tijdelijk lichter werk lukt steeds beter, omdat het nu vast onderdeel is van het arbobeleid. Vroeger was het alternatief dat iemand in de ziektewet verdween.’

 

De ergocoaches vermijden koste wat kost een rol als controleur.

 

‘Dat werkt niet. We willen vertrouwenspersoon zijn, kennis overdagen. We nemen mensen bij de hand door bijvoorbeeld te zeggen: ‘je tilt die spoel steeds vanuit je pols, maar als je het zo doet, gaat ’t een stuk makkelijker.’

 

De stap naar de fysiotherapeut is voor veel operators groot, ontdekten Ringers en Dols in het begin van hun coachingstraject.

 

‘In een fabriek als deze was het voor sommigen toch macho om te doen alsof je nergens last van had. Bij tillen hoort nu eenmaal spierkracht. En dus hoort daar ook een beetje pijn aan het eind van de dag bij. ‘Daar ga je niet over zeuren. Het is hier geen beschuitfabriek.’ Totdat het van kwaad naar erger gaat.’

 

Opvallend is vooral dat operators het gewicht van de spoelen onderschatten. ‘Een lege spoel van vier kilo lijkt niet veel. Die pakken ze dan met een hand.

 

Wij zeggen: ‘Doe het met twee handen.’ Per dienst van acht uur gaan ruim driehonderd lege en volle spoelen door je handen, meer dan twaalfhonderd kilo.’

 

Ook het gebruik door operators van geautomatiseerde hulpmiddelen die handmatig tillen overbodig maken, blijft de aandacht vragen. Ringers: ‘Routine en gewoontes zijn moeilijk af te leren. Neem de mechanische tilhulpen voor het afnemen van zware spoelen, de zogeheten manipulatoren. Die zijn hier twee jaar geleden geintroduceerd.

 

Handige apparaten die het zware werk van jou overnemen.

 

Maar het duurde wel een hele tijd voor ze ook daadwerkelijk volop werden gebruikt. En nog komt het soms voor dat men zware spoelen met de hand van de machine afpakt. Waarom?

 

Met de hand gaat het sneller, de manipulator vergt wat meer tijd.

 

En die tijd gaat weer van het koffiedrinken af. Het gebruik van de manipulator is nu verplicht.

 

Anders spreekt de ergocoach je er op aan. In die zin zijn we wel controlerend.’

 

Het aanreiken van suggesties voor verbetering van de techniek van de vezelproductie waardoor het werk lichter wordt, zien Dols en Ringers als onderdeel van hun missie. Innovaties in de garenindustrie die arbovriendelijker zijn, probeert men op de voet te volgen. ‘Alhoewel het ontzettend moeilijk is’, zegt Ringers, ‘om vergelijkbare machines als bij Dyneema te vinden. De vezel is zo sterk dat hij een te lichte machine kan laten vastlopen, of uiteen trekt.’

 

Dus moeten operators, ergocoaches en technici bij Dyneema het vooral hebben van de zelf bedachte oplossingen. Waarbij andermaal blijkt dat vooral de simpele verbeteringen heel wat lichamelijk ongemak kunnen verhelpen. ‘Bij het wisselen van spoelen gebruik je een soort pistool, in de vorm van een lans, waarmee je het garen als het ware handmatig moet intikken.

 

De eerste versie van dat pistool gaf op het moment van intikken een behoorlijke terugklap op de pols. Pijnlijk. We hebben voorgesteld daar wat aan te doen.

 

Is ook gelukt. Door het pistool te verkorten, is ook de reikbeweging verkort en de belasting op de pols verminderd. En ook de dozen waarin de rollen kant en klare Dyneemavezel worden ingepakt en naar de klant gaan, zijn aangepast.

 

De medewerkers hoeven nu bij het inpakken veel minder diep te bukken.’

 

Onder invloed van de ergocoaches is fysieke belasting bij Dyneema uitgegroeid tot een thema waar niet langer ontwijkend of stoer over gedaan wordt. ‘Nieuwelingen worden door ons ingewijd in een verantwoorde werkhouding, terwijl de ervaren operators nu veel sneller durven zeggen dat ze ergens last van hebben, of bepaalde werkzaamheden te zwaar vinden. Daardoor kunnen de coaches ook preventief reageren.

 

Wat dat betreft heeft er echt een cultuuromslag plaatsgevonden’, constateert Marie-

 

Louise Dols. Hans Ringers: ‘Operators luisteren nu ook vaker naar ons advies om zwaar werk over twee man te verdelen. Waarom zou je in je eentje 48 spoelen afpakken, als je met zijn tweeen ook ieder 24 stuks voor je rekening kunt nemen?’

 

Cijfers over het teruggedrongen ziekteverzuim en een daling van het aantal werkgerelateerde klachten hebben Ringers en Dols niet direct bij de hand, maar zelf spreken ze van een ‘spectaculaire daling’. In die zin leveren de ergocoaches bij Dyneema dus zowel een substantiele bijdrage aan verlaging van de ziektekosten voor het bedrijf, als aan de verbetering van de productiviteit per werknemer. Henk Ringers, nu al enkele jaren zonder een dag ziekteverzuim wegens fysieke klachten: ‘Een minimale bezetting doordat vijf of zes mensen ziek zijn, leidt tot veel werkdruk en herbergt ook het risico op verdere toename van fysieke belasting. Het is in dit werk toch al vaak hollen of stilstaan. Een lage bezetting doet ook een groot beroep op het onderlinge sociaal gevoel.

 

Het kan gebeuren dat iemand zijn verlofdag moet intrekken om voor zijn zieke collega in te springen. Dat kan soms wringen.

 

Een ploeg heeft er belang bij dat iedereen er zoveel mogelijk is.’

 

Bedrijfsfysiotherapeut Kremer: ‘In het beheersen van de kosten voor ziekteverzuim hebben de ergocoaches zeker effect, hoewel ze natuurlijk maar een onderdeel zijn van een kwalitatief goed totaalpakket aan arbozorg. Waarbij ik dan merk dat gezondheid en ergonomie bij DSM intussen net zulke actuele en belangrijke items zijn als veiligheid.’

 

Reageer op dit artikel