artikel

Ergonomie van computermuizen

Geen categorie

Met de standaardmuis, de liggende met twee knoppen, worden de spieren in de onderarmen en de pols permanent belast, blijkt uit informatie van de RSI Patientenvereniging. Om de hand met de handpalm naar beneden te houden en de draaiingen te maken om de muis te bewegen, moeten de onderarmspieren voortdurend worden gebruikt. Verder moet de pols worden opgetild om de hand over de muis te leggen, waardoor de pols een hoek maakt ten opzichte van de onderarm. Gevolg: continue belasting van de spieren in de pols. Ook wordt hierdoor de druk op de carpale tunnel verhoogd, dat deel van de pols waar de aanvoerende bloedvaten en de zenuwen van de hand doorheen lopen Mis dus die muis van mij, maar gelukkig is het aanbod van ergonomische muizen groot. Zo zijn er muizen die je als een pen in je hand houdt, verticale, inlengte verstelbare, tweedelige, links klikken, rechts sturen en andersom, muizen die in een polssteun voor het toetsenbord zijn aangebracht, enzovoort. Verder zijn er de trackball, een balletje dat onder je vinger rolt, en touchpads, aanwijsschermen die je met de vingers kunt bedienen. Er zijn ook spullen die de voordelen van verschillende muizen combineren, of waarbij afgewisseld kan worden: er bestaat software voor spraakherkenning en voetpedalen. Hoe door de bomen het bos te zien? De RSI-vereniging kan helaas geen uitweg bieden. Onderzoek met een objectief oordeel over de effecten van verschillende muizen bestaat volgens de vereniging niet. De gebruiker moet zelf, passend bij zijn situatie, maar bepalen wat het beste voor hem is. Tja. Ik heb geen RSI-klachten, maar wat doet mijn muis met mij als ik hem blijf gebruiken? Moet ik hem vervangen? En voor welke dan? Of zou het niet zoveel uitmaken zolang het maar geen liggende is?

 

Volgens Johan Molenbroek, onderzoeker aan de Faculteit Industrieel Ontwerpen van de Technische Universiteit, is de liggende muis helemaal niet zo’n onding. ‘De muis moet passen bij je hand, bij de vorm en bij de grootte, dat wel en de muis moet niet te bol zijn, anders moet je je vingers te veel krommen.’ Verder moeten extreme bewegingen van de hand ten opzichte van de pols worden voorkomen, aldus Molenbroek. ‘De pols kan in de richting van de duim een hoek van twintig graden maken en naar de pinkkant een iets grotere hoek. Bij het ontwerpen van een muis moet daar dus rekening mee worden gehouden. Als mensen een te grote hoek moeten maken, vinden ze dat vervelend en gaan ze de elleboog naar buiten bewegen om dat te compenseren. Daardoor krijg je makkelijk overbelasting .’

 

Piet van Lingen is een van de auteurs van de Keuzegids Invoermiddelen voor Computerwerk van TNO Arbeid, waarin onder meer ergonomische muizen en toetsenborden worden vergeleken met de standaardmodellen. Ook van hem hoeft de traditionele muis niet per se naar de schroothoop. Hij kan wel aspecten noemen waaraan een goede muis moet voldoen. ‘De knoppen moeten niet te licht gaan, omdat je anders je vingers voortdurend opgetild moet houden om niet per ongeluk te klikken, maar ook niet te zwaar omdat je anders te veel kracht moet zetten. Je moet je pink een beetje naar beneden kunnen houden, want als je je hand helemaal plat moet houden, loopt de spierspanning op. Verder moet de muis je bewegingen accuraat vertalen naar bewegingen op het scherm. En de muis moet niet haperen, een probleem dat nogal eens voorkomt met muizen met vervuilde balletjes. Ook moet een muis met draad voldoende snoerlengte hebben, zodat je niet in je bewegingen wordt belemmerd.’

 

Molenbroek en van Lingen zeggen verder dat de keuze voor een goede muis ook afhankelijk is van het werk dat moet worden gedaan en de werkplek. Wie veel tekent, zoals een ontwerper, vindt een penmuis prettiger en wie een klein bureau heeft met veel spullen, werkt misschien beter met een muis die qua bewegingen minder ruimte inneemt.

 

Van belang is verder dat de muis niet al te dicht bij de tafelrand ligt. De onderarm moet steun hebben om de schouder niet te belasten. Ook moet de muis niet te ver naar links of naar rechts liggen. Daarom is voor rechtshandigen een versmald toetsenbord, zonder een numeriek toetsenblok dat veel mensen zelden of nooit gebruiken, ook beter. Molenbroek merkt verder nog op dat een goede muis geen nut heeft, als de computersoftware niet deugt en niet te bedienen is.

 

De muis bestaat dus niet, zo veel is duidelijk. Maar wat raden de verkopers me eigenlijk aan, rekening houdend met mijn computergebruik: veel tekstverwerken en browsen? De Back Shop verkoopt allerlei verschillende muizen en eigenaar Alex Rody adviseert de Anir, een optisch joystickmodel, dat volgens Noors onderzoek de spierspanning met 76 procent vermindert. De TNO-gids is echter minder enthousiast over de Anir. Deze muis geeft weliswaar minder spierbelasting van de onderarmen, maar meer belasting van de bovenarmen en gebruikers melden pijn aan de pinkzijde van hun hand.

 

Ook Frank Rutten, eigenaar van Ergo Type BV, heeft het niet erg op de Anir. Natuurlijk wil ook hij graag zijn eigen product verkopen, de Quill-muis, maar aangezien de parttime-systeembeheerder zelf RSI-klachten heeft – de directe aanleiding om op zoek te gaan naar ergonomische computerspullen en die te gaan verkopen – luister ik met extra belangstelling. In de Anir moet je te veel knijpen, meldt hij, een probleem dat de Quill niet heeft. Dat is een verticale griplessmuis, waarbij de hand met de pinkzijde in een handbed ligt en de hand en pols helemaal worden ondersteund. Volgens Rutten de beste uitgangspositie voor een ontspannen houding. De Quill is leverbaar in een linkshandige en rechtshandige versie en extra software kan het klikken overnemen. Gebeld met het Belgische Ergocomfort, adviseren die hetzelfde: 2-1 voor de Quill.

 

Maar in hoeverre speelt de muis een rol bij het voorkomen van RSI-klachten of het tegengaan ervan als het leed al is geschied? Belangrijker dan de muis zelf is hoe je ermee omgaat, zeggen zowel onderzoekers als verkopers. Hoe lang je per dag muist, pauzes, stress, al dat soort factoren zijn van veel meer belang bij RSI. Molenbroek: ‘Als je onder hoge spanning twaalf uur per dag de muis gebruikt, krijg je kramp. Bij de ene muis gebeurt dat alleen iets eerder dan bij de andere, dat is alles. Verkoper Rutten: ‘Als je met onze producten van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat zou werken, krijg je ongetwijfeld last van je spieren. Ik zeg alleen dat je het risico van klachten kan verminderen met onze producten omdat je de spierspanning fors reduceert.’

 

Als het om computerapparatuur gaat, zou Paulien Bongers, bijzonder hoogleraar Preventie klachten bewegingsapparaat bij intensivering van arbeid van de Vrije Universiteit/Medisch Centrum in Amsterdam, graag zien dat die wordt onderzocht op het effect op gezondheidsklachten. Want dat is tot nu toe nog onbekend, stelde ze in haar oratie vorig jaar. Verder zei Bongers bij die gelegenheid dat bij de bestrijding en voorkoming van RSI pauzes nemen nog belangrijker is dan het terugdringen van het aantal uren dat mensen beelschermwerk doen. Ook het verbeteren van de werkhouding lijkt er minder toe te doen. Stress doet het effect van pauzes overigens teniet en verhoogt zelfs het risico.

 

Bedrijven met werknemers met RSI-klachten willen nog wel eens denken dat het helpt om nieuwe spullen aan te schaffen. Ron Roozendaal, van Fit Office, een bedrijf dat kantoren onder andere adviseert over maatregelen tegen RSI: ‘Daarmee denken ze dan klaar te zijn. Maar veel belangrijker dan het ontwerp is hoe je de muis gebruikt. Als wij een bedrijf adviseren gaat het weinig over spullen, maar kijken we naar het soort werk dat mensen doen, hoe hoog de werkdruk is, of het werk afwisselend genoeg is, of er pauzes worden genomen en dat soort zaken.’

 

En wat mezelf betreft. Voor dit artikel heb ik negen uur achter mijn computer gezeten, bijna zonder pauze, onder druk van een deadline werkend. Misschien eerst maar eens investeren in software die me dwingt om pauze te nemen en voortaan de zaken beter plannen?

 

Reageer op dit artikel