artikel

Exit arbo

Geen categorie

Volgens Hartman heeft de term arbo zijn langste tijd gehad. ‘Arbo is zo besmet geraakt, dat het begrip niet meer te redden is. Arbo heeft een slecht imago en dat is niet meer op te poetsen. Het is daarom beter afscheid te nemen van de term en op zoek te gaan naar een nieuwe naam.’ Arboduo wil zichzelf het liefst opheffen, althans de naam van het bedrijf. Directeur Klaas Hartman: ‘We zijn bezig om ons opnieuw te positioneren. We hebben tien jaar achter de rug die geent waren op wettelijke bepalingen. Nu heeft niemand meer positieve gevoelens bij arbo. We praten dus veel meer over gezondheid en werk. Dat is de toekomst. Vandaar dat we twee jaar geleden ook het bedrijf Kwadrant hebben opgezet. We blijven met Arboduo aan de slag zolang het MKB ons nodig heeft. En dat is voorlopig nog wel even. De nieuwe wet maakt het weliswaar mogelijk elders arbodienstverlening in te kopen, maar dan wel in overleg met de personeelsvertegenwoordiging. En daar beschikt het gemiddelde MKB-bedrijf niet over.’

 

Hartman ziet Arboduo en Kwadrant als communicerende vaten. ‘Waarbij ik Arboduo langzaam zie leeglopen. Uiteindelijk zal het begrip Arboduo verdwijnen.’

 

Ook Henk Bolk, van de netwerkorganisatie van adviseurs en managers op het gebied van arbeidsomstandigheden en sociale zekerheid DexisArbeid, is een fervent opponent van het gebruik van arbo. Hij neemt de term letterlijk niet meer in de mond. ‘Nee, het is mij veel te veel een containerbegrip geworden met allerlei onwenselijke associaties. Wij gebruiken het woord niet meer. Ik ben nu bezig met een presentatie. En als ik het dan over arbo heb, zet ik het tussen aanhalingstekens. Ik gebruik indien van toepassing echt letterlijk het woord arbeidsomstandigheden .’

 

Dat betekent niet dat Bolk het aandachtsveld arbeidsomstandigheden minacht. ‘Nee, absoluut niet. Er is heel veel te doen op het terrein van de arbeidsomstandigheden. Binnen arboconvenanten zijn sociale partners druk in de weer met preventie, verzuim, reintegratie en arbeidsrisico’s. De term arbo mag dan besmet zijn, het beleidsterrein niet.’

 

En die negatieve associaties vormen niet het enige probleem voor de term. Arbo wordt ook gevuld met termen en ontwikkelingen uit de sociale zekerheid die niets met arbeidsomstandigheden van doen hebben. Dat vindt TNO-onderzoekster en woordvoerster van de Beroepsvereniging voor Arbeid en Organisatiedeskundigen Cokkie Verschuren. Volgens de onderzoekster zijn ook curatieve zaken, reintegratie en verzuimbeheersing onder het begrip gaan vallen. En daar blijft het niet bij. Ook levensloopregelingen en pensioensystemen hebben zich onder de paraplu geschaard, ja zelfs de financiering van zorgverlening en de bijstand. Volgens de onderzoekster komt dit door alle veranderingen die op de werkgevers afkomen. Deze veranderingen worden volgens haar door sommigen onterecht onder de noemer arbo en dus tot de competentie van arbodiensten geplaatst en gerekend.

 

‘Behalve de WAO gaan ook de pensioensystemen op de helling. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de bijstand en de reintegratie van bijstandsgerechtigden. Daarnaast is een levensloopregeling in de maak en komt er een basisverzekering voor ziektekosten. Daardoor zullen naast de arbodiensten een paar totaal andere spelers op de markt van de sociale zekerheid verschijnen. Gemeenten en verzekeraars bijvoorbeeld.’

 

Volgens Verschuren krabben ondernemingen zich dan ook achter de oren. ‘Bedrijven zeggen: Ho even, die veranderingen in de sociale zekerheid kunnen we allemaal niet aan arbodiensten overlaten. De risico’s dat het mis gaat, zijn veel te groot. We hebben ook andere actoren nodig om de zaken goed te regelen.’ Verschuren pleit voor een versobering van het begrip. Schoenmaker blijf bij de leest, ofwel arbodienst blijf bij arbo, dus arbeidsomstandigheden, zo luidt haar adagium. ‘We kennen in Europa het begrip arbeidsomstandigheden. Daar moeten we ons als Nederland aan committeren. Alleen zo kunnen we gegevens uitwisselen.’

 

Maar het pleidooi van Verschuren om ziekteverzuim en arbo uit elkaar te halen, stuit op een formeel standpunt van beleidsmedewerker Ton van Oostrum van SZW. ‘We hebben in Nederland al voor 1994 gekozen om verzuimaanpak en preventie in een organisatie onder te brengen. En dat blijft zo in arbodiensten. Tenzij de sociale partners anders beslissen in de maatwerkregeling die straks van kracht wordt.’ De term arbo blijft ook gewoon in de wetgeving gebruikt worden, aldus Van Oostrum.

 

Paradoxaal genoeg kleeft er nog een ander bezwaar aan de term arbo. Niet alleen is die te vol, hij is ook… te leeg. Anders gezegd: hij doet geen recht aan het werkterrein van de arbodiensten. ‘Een werkgever kijkt niet naar de wet’, zegt Van der Veen van Commit, ‘maar naar zijn verzuimprobleem of liever inzetbaarheid van medewerkers. Daarin ondersteunen wij hem. We zijn een ander type bedrijf geworden: een advies- en uitvoeringsbedrijf.’ Ook Maetis Arbo zet om die reden een streep door de naam arbo. Letterlijk. Op de website van het bedrijf is het woord ‘arbo’ subtiel doorgestreept. Maar dat betekent volgens directeur marketing en business development Annette Ottolini niet dat Maetis het woord verfoeit. ‘Nee, we doen arbo niet in de ban.

 

We willen aangeven dat we meer doen dan alleen arbo. Ik vind niet dat arbo een te negatieve lading heeft. Wel een nieuwe lading door de veranderde wetgeving. Maar het reduceren van verzuim is nog steeds belangrijk. Meer dan arbo betekent dat we ons meer focussen op het gezond maken en houden van werknemers. Zowel mentaal als fysiek. Ook richten we ons meer op het tevreden en productief maken van werknemers.’

 

Toch onderschrijft Ottolini de woorden van Verschuren die het begrip te vol vindt en verzuim en arbo uit elkaar wil trekken. ‘We moeten ons vooral op preventie richten. Het zorgen voor goede stoelen en beeldschermen. Verzuim is een echt Nederlands begrip. In Europa kennen ze het niet. Ook geen burn-out en RSI overigens. Ik denk niet dat automatisch meer geinvesteerd wordt in preventie als het verzuim afneemt. Hele goede bedrijven zullen er wel voor openstaan, maar je hebt ook onverschillige bedrijven. Die doen niets aan verzuim en niets aan preventie.’

 

Maetis Arbo mag het woordje Arbo in zijn naam dan doorstrepen, het bedrijf schaft, in tegenstelling tot collega-bedrijven, de term arbo niet af. Volgens Ottolini heeft het begrip nog wel degelijk toekomst. Zeker in de slag met zorgverzekeraars. Ze denkt dat zorgverzekeraars de arbodiensten hard nodig hebben. Zij gaan in 2006 met de invoering van het nieuwe ziektekostenstelsel de concurrentie aan op collectieve verzekeringen en willen daarom extra faciliteiten voor werkgevers bieden. Arbo is dan geen beladen begrip, aldus Ottolini. Integendeel. ‘Arbodiensten beschikken over specialistische kennis in het gezond krijgen en houden van werknemers. Ik zie een grote rol voor ons weggelegd.’

 

Ook Maetis Arbo richt zich op het MKB. Ottolini heeft het grootste vertrouwen in de nieuwe wetgeving. Incluis het begrip arbo. De afschaffing van de verplichte winkelnering maakt alleen een koersverandering noodzakelijk. ‘Ik heb liever dat klanten bewust voor ons kiezen dan verplicht. Ze zullen zeker gaan investeren in het productiever maken en tevreden houden van de werknemer.’

 

Waarom zou je het woord arbo in de ban doen als arbodiensten veel bereikt hebben, vraagt Ottolini zich af. ‘Je kunt natuurlijk wel lang praten over de invulling van arbo, maar in de praktijk is arbo verzuimbeheersing. Natuurlijk zullen wij ons richten op het bevorderen van productiviteit en tevredenheid, maar we doen ook wat de markt vraagt. En dat is vooralsnog verzuimbeheersing. De arbo-aanpak is succesvol. In CAO’s worden afspraken gemaakt om het verzuim verder te laten dalen en de Wet verbetering poortwachter heeft van werkgevers en werknemers partners gemaakt in het bestrijden van verzuim. Nu is het zaak dat we het verzuimpercentage blijvend laag houden.’ Bovendien is en blijft de rol van de bedrijfsarts essentieel in de ogen van Ottolini. ‘Een bedrijf heeft toch een uitspraak van een bedrijfsarts nodig. Op een gegeven moment moet er toch iemand zijn die zegt: ‘Jij moet weer aan het werk’.’

 

Volgens Henk Bolk nemen voornoemde arbodiensten de goede beslissing om de verkeerde reden. ‘Ze willen allemaal een detacherings- of adviesbureau zijn. Maar ik denk niet dat dat er in zit. Ik zie vijf mogelijkheden. Of ze gaan deskundigen opleiden die in dienst treden bij bedrijven. Of ze gaan bodyshoppen, op uurbasis arboprofessionals aanleveren. Ze kunnen ook nog een soort onderaannemer worden door te leveren aan branche-instanties die via de CAO de dienstverlening zelf ter hand nemen. Alleen in het eerste geval zijn ze als opleider nog zichtbaar.

 

De laatste twee mogelijkheden zijn het mee opzetten van een semi-interne arbodienst door gecertificeerde mensen te leveren aan een of twee interne medewerkers. Dan maak je van dat samenwerkingsverband een gecertificeerde dienst. Als laatste zie ik nog mogelijkheden in het leveren van gemakspakketten aan bedrijven die in een klap van alle sores af willen zijn. Maar dan bungel je ook een beetje onderaan de markt.’

 

De regierol zit er volgens Bolk niet in. ‘Nee, tenzij ze een branche vinden die met ze in zee wil. Maar dan worden ze bestuurd door de sociale partners.’ Bolk ziet wel mogelijkheden voor arbodiensten die zich specialiseren in productiviteit en tevredenheid. ‘Dat zou best kunnen. Je kunt je profileren als hoogwaardige professionals die verder kijken dan de RI&E en een bedrijf desgewenst eens doorlichten. Maar dan kom je meer op ons terrein en ben je een gespecialiseerd adviesbureau en geen arbodienst meer.’

 

Bolk ziet in tegenstelling tot Verschuren en solidair met Van Oostrum nog steeds wel een plek voor verzuim in het containerbegrip arbo dat hij liever niet gebruikt. ‘Voor preventiemedewerkers is het straks wel handig om dingen bij elkaar te houden. Als je aan verzuimmanagement doet, is het wel verstandig om je af te vragen hoe het met de arbeidsomstandigheden is gesteld. Je dient wel te weten hoe het zit met de belastbaarheid van medewerkers bijvoorbeeld.’

 

Reageer op dit artikel