artikel

Fatale reparatie

Geen categorie

De werkgever meldde het ongeval direct aan de Arbeidsinspectie. Die concludeerde dat de stansmachine met een hand kon worden gestart. Ook was het mogelijk de (andere) hand onder de stempel van de stansmachine te brengen zonder dat de machine stopte.

 

Op de machine zelf ontbrak een beveiliging die knel- of pletgevaar voorkomt. Wel was het apparaat voorzien van een transparante kap die moest voorkomen dat iemand zijn hand aan de invoerzijde van de machine kon steken. Maar die kap was op een eenvoudige wijze te verwijderen en op het moment van het ongeval lag hij naast de machine.

 

Getuigen vertelden dat dit geen uitzondering was. Als de machine vastliep – wat nogal eens gebeurde – werd het beveiligingsscherm aan de voorzijde verwijderd. Dat was de snelste manier waarop het materiaal kon worden gecorrigeerd en opnieuw doorgevoerd.

 

Op basis van de aangetroffen situatie maakte de Arbeidsinspectie een boeterapport op. Dat gebeurde ten eerste op basis van artikel 7.7 lid 1 en 4 van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Veiligheidsvoorzieningen in verband met bewegende delen van arbeidsmiddelen). Lid 1 luidt: ‘Indien bewegende delen van een arbeidsmiddel gevaar opleveren, zijn zij van zodanige schermen of beveiligingsinrichtingen voorzien, dat het gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen.’ Lid 4 voegt daaraan toe dat ‘de schermen of beveiligingsinrichtingen op voldoende afstand van de gevaarlijke zone van het arbeidsmiddel zijn aangebracht.’

 

Verder baseerde de inspecteur zich op artikel 7.13 lid 1 (Bedieningssystemen), met de volgende tekst: ‘Een bedieningssysteem van een arbeidsmiddel is veilig.’ De werkgever kreeg een boete opgelegd van 4500 euro.

 

Reageer op dit artikel