artikel

Geasfalteerde luchtwegen?

Geen categorie

In het proefschrift worden de bevindingen beschreven van een internationaal onderzoek naar de kans op het krijgen van kanker – met name longkanker – bij asfaltwerkers. Wetenschappelijk statistisch gezien hebben de resultaten van een dergelijk onderzoek pas waarde wanneer het wordt uitgevoerd onder een grote groep (enkele tienduizenden personen).

 

Voor dit onderzoek is dan ook informatie verzameld van tachtigduizend werknemers uit de acht genoemde landen die in de periode 1913-1999 werkzaam waren in de (wegen)bouw.

 

In de eerste plaats moest deze informatieverzameling inzicht geven in de doodsoorzaken van overledenen in de onderzochte populatie. De resultaten lieten zien dat de totale sterfte aan kanker lager was dan zou mogen worden verwacht op basis van sterftecijfers bij de algemene bevolking. Omdat werknemers per definitie gezonder zijn dan de algemene bevolking is dit echter meestal het geval in dit soort studies. Daarom werden de asfaltwerkers vergeleken met een groep grond- en utiliteitsbouwers, die niet was blootgesteld aan asfalt- en bitumendampen.

 

Voor het Nederlandse deel van het onderzoek was het mogelijk om met gebruik van gegevens van Arbouw het eventuele verstorende effect van roken te onderzoeken. Het risico om longkanker te krijgen lag bij de asfaltwerkers vier procent hoger dan bij de grond- en utiliteitswerkers. Na een correctie voor het verschil in rookgewoonten was dit niet meer aantoonbaar. Hierbij moet worden opgemerkt dat het risico voor een individuele asfaltwerker nog steeds erg klein is in vergelijking met het risico van longkanker door roken.

 

Voor alle werknemers werd de blootstelling aan bitumendampen en andere relevante stoffen ingeschat met behulp van een hiervoor speciaal ontwikkeld model. Dit model is gebaseerd op de gegevens van meer dan tweeduizend metingen die in de loop der jaren in verschillende landen zijn uitgevoerd. Gebruikmakend van het model is het mogelijk een inschatting te maken van de concentratie van bitumendampen op de werkplek als functie van de periode waarin de werknemer heeft gewerkt, het land, het bedrijf en het soort werk. Daarbij wordt rekening gehouden met zowel de lengte als de plaats van deze periode op de historische tijdschaal. Immers, de onderzochte groep asfaltwerkers omvat de periode 1913-1999 en het blootstellingsniveau varieerde over die periode aanzienlijk. Uit dit onderzoek bleek dat de concentraties van bitumendampen op de werkplek sinds de jaren zeventig zijn afgenomen, en wel met een factor twee tot drie per tien jaar. Zo was het geschatte blootstellingsniveau in 1960 nog 1,5 tot 2 mg/m3, in 1980 zo’n 1 mg/m3 en in 1990 minder dan 0,5 mg/m3.

 

Combinatie van de verschillende gegevens laat zien dat bij de groep asfaltwegwerkers het risico van longkankersterfte kleiner wordt bij een afnemend blootstellingsniveau aan bitumendampen. Het relatieve risico ten opzichte van niet-blootgestelde werknemers daalde van 1,6 in de hoogste, naar 0,4 in de laagste blootstellingscategorie. Hierbij is rekening gehouden met blootstelling aan koolteer, een erkende kankerverwekkende stof.

 

Het onderzoek onder werknemers in de periode 1969-1999 geeft aan dat het extra aantal gevallen van longkanker na veertig jaar blootstelling in de werksituatie boven de grenswaarden lag zoals die worden gehanteerd in de normstelling van de Gezondheidsraad.

 

Deze grenzen zijn een extra sterfgeval per 250 werknemers (0,4 procent) voor ‘gevaarlijke’ industrieen of een per 25.000 werknemers (0,004 procent voor ‘veilige’ industrieen. De berekende risico’s lager echter in de range van acht tot veertien procent. De afgelopen decennia is het blootstellingsniveau aan bitumendampen aanzienlijk gedaald als gevolg van andere werkmethoden en technieken, zoals verwerking bij lagere temperaturen en het koud verwerken van gerecycled asfalt.

 

Berekeningen bij het huidige blootstellingsniveau laten beduidend lagere risico’s zien van een tot drie procent. Als de trend in daling van het blootstellingsniveau zich de komende jaren voortzet, worden nog lagere risico’s van 0,6 tot 1 procent verwacht.

 

Toch is waarschijnlijk een verdere beperking van blootstelling aan bitumendampen nodig om volledig te kunnen voldoen aan de door de Gezondheidsraad gestelde grenswaarden. Verwacht wordt dat de blootstelling in de toekomst zal afnemen door ontwikkelingen op het gebied van verwerkingsproces en materieel. De huidige MAC-waarde van 5 mg/m3 wordt momenteel geevalueerd door de Gezondheidsraad.

 

De benodigde gegevens, zoals specifieke werkomstandigheden (het gebruik van teer, andere uitgeoefende beroepen) en leefgewoonten (roken), waren niet van alle personen via de bedrijven te achterhalen. Daarom is voorgesteld het Europees onderzoek uit te breiden met een zogenaamd ‘nested case-control’ (NCC) onderzoek. In zo’n onderzoek worden aan de hand van interviews met nabestaanden per geval meer gedetailleerde gegevens over werkomstandigheden en leefgewoonten verzameld.

 

Daarbij zal ook onderzoek naar blootstelling via de huid worden gedaan. De voorbereidingen voor dit onderzoek zijn intussen in volle gang.

 

De verwachting is dat later dit jaar in een aantal landen een begin wordt gemaakt met dit vervolgonderzoek, dat in Nederland weer wordt uitgevoerd door het IRAS (Universiteit Utrecht), door prof.dr.ir.

 

Dick Heederik en dr.ir. Hans Kromhout.

 

MEER INFORMATIE

 

Het proefschrift van dr.ir. Mariette Hooiveld is getiteld Cancer risk among asphalt workers with exposure to bitumen fumes – an international retrospective cohort study, Universiteit Utrecht, 2004, ISBN 90-393-3586-9.

 

 

Reageer op dit artikel