artikel

Geluk gewenst!

Geen categorie

Tot nu toe hebben we het vooral gehad over de bevrediging van lichamelijke (objectieve) behoeften. Maar daar zitten (subjectieve) drijfveren achter. Levende organismen reguleren hun functioneren door stoffen af te scheiden die het lichaam van rust in een geactiveerde toestand brengen, en weer andere stoffen om na de activiteit terug te keren naar de rusttoestand. Bovenop dat chemische reguleringssysteem zit bij mensen een regiesysteem dat bewust beslissingen neemt over hoe het lichaam op de prikkels zal reageren. Vechten, vluchten of je schouders ophalen. Piet promoveerde in 1987 in de functieleer, het onderdeel van de psychologie dat zich bezighoudt met deze wisselwerking tussen fysiologische prikkels en emoties.

 

‘Het gaat zelfs verder, het zit in ons DNA-programma. Je kunt je bijvoorbeeld afvragen of mensen kuddedieren zijn. We zijn alleseters, maar wel hele sociale. De gedachte dat je een ander nodig hebt voor je eigen geluk ligt heel dicht bij het wezen van de mens. Die gedachte hangt natuurlijk ook nauw samen met de neiging tot voortplanting, die voor de overleving noodzakelijk is.

 

Maar in het verlengde van die oerprikkels spelen meer drijfveren. Er is bijvoorbeeld een belangrijke relatie met activiteit: de mens heeft een grotere kans op het aanmaken van gelukshormonen als hij actief bezig is. Terwijl een heleboel mensen juist denken dat ze niets moeten doen om in een paradijselijke staat te kunnen verkeren. Overigens wil dit niet zeggen dat je automatisch gelukkig wordt als je de hele dag verplicht dezelfde handelingen uitvoert. Het is uberhaupt niet noodzakelijk verbonden met het leveren van prestaties; het gaat om alle vormen van lichamelijke activiteit die je totaal absorberen. Dus ook onbelemmerd kunnen feestvieren, dansen of muziek maken, je uiten zonder bezig te zijn met de vraag ‘ben ik wel OK?’’

 

‘Een andere diepgewortelde drijfveer is dat de mens zijn grenzen wil verleggen. Ze willen dicht in de buurt van hun angst komen; op het moment dat zij die angst overwinnen, kunnen zij in een toestand komen die bijna op geluk lijkt. De schrijver Mihaly Csikszentmihalyi noemt dat ‘flow’. Hij onderzocht het fenomeen bij creatieve mensen: schrijvers, componisten balletdansers. Ik heb hetzelfde ontdekt bij bergbeklimmers. Iedereen die door een grens heengaat bij een activiteit die hem of haar totaal fascineert, zodat degene de tijd en gevraagde energie vergeet. Die grens is trouwens voor iedereen anders: voor sommigen is een breiwerk genoeg en voor anderen is de K2 niet hoog genoeg. Iedereen heeft zijn eigen profiel. De ruimte om je eigen profiel te bepalen, je eigen ‘gouden formule’ te vinden, dat is essentieel aan het vinden van geluk. Er zijn ook mensen die constant bezig zijn werk of andere uitdagingen op te zoeken die te groot voor ze zijn. Dan ontstaat stress en, als ze het systematisch doen, de kans op burnout. Maar andersom kan het ook zijn dat mensen werk opzoeken waarin constant te weinig van hen wordt gevraagd. Te weinig uitdaging in hun werk en systematisch dingen doen die te weinig voor hen inhouden. Dat klinkt ontspannen, maar zij vervallen in sleur en verveling en als ze er te lang mee doorgaan, leidt dat net zo goed tot stress en burnout.‘

 

‘Het is belangrijk dat een mens voor zichzelf een verwezenlijking zoekt en een manier om die te realiseren. Een persoonlijke formule waarin je of geestelijk of creatief of lichamelijk je grenzen kan opzoeken.

 

Het belangrijkst in deze formule is dat je je kunt ontwikkelen. Dat is ook een drijfveer die in het DNA zit: mensen moeten leren. Het leerproces zelf – het vergroten van inzicht, vaardigheden en vermogens, het ontdekken van de eigen capaciteiten, talenten en aanleg – kan geluk geven. In dat proces komen gelukshormonen vrij; de mens maakt zichzelf gelukkig. Andersom zie je dat een depressief iemand, of iemand in de rouw, zichzelf ongelukkig maakt. Je ziet hem sloffen, met hangende schouders. Of hij komt zijn bed niet meer uit. Die toestand van lethargie maakt hem alleen maar depressiever. Een psychiater geeft zo iemand medicijnen, maar probeert hem ook de knop weer om te laten zetten om het leven weer binnen te stappen. Ook psychologen helpen mensen anders te leren denken over zichzelf en over hun gevoel. Denken, doen en voelen om precies te zijn. Om zichzelf te kunnen herpakken en gelukkiger te worden. En dus ook beter te kunnen functioneren in hun leven en in hun werk. In de coachingstrajecten die ik geef, zie ik vaak mensen die zo onzeker zijn, zich zo afhankelijk stellen van het oordeel van anderen, dat ze moeten leren binnenstebuiten te geraken. Ze maken zich enorm zorgen over zichzelf en stellen zich geheel afhankelijk van het oordeel van anderen. Wat ze moeten doen is varen op hun eigen oordeel en zich zorgen te maken over anderen. Dat betekent anders naar dingen kijken en anders over dingen denken.’

 

Piet: ‘Zo kun je het zeggen. Maar dat denken is juist ook een gevaar. Vandaar dat ik de mensen in mijn coachingstrajecten probeer te leren om minder te denken en meer te kijken. De crux van mijn omkeringsproces is dat je de focus verlegt van wat je van iets vindt, dus naar binnen toe, naar wat je waarneemt, naar buiten toe.’

 

‘Door de werknemer ruimte te geven om zijn ‘gouden formule’ te exploreren, waarin hij of zij zichzelf kan realiseren. Uiteraard binnen de afgesproken taakopdracht! Als een secretaresse zich wil toeleggen op het aanleggen van elektrische leidingen omdat zij daar heel goed in is, dan heb je een probleem. Maar is zij bijvoorbeeld goed in het organiseren van congressen, dan kan zij daarmee voldoening scheppen voor zichzelf en een heleboel anderen. Wordt zij daarvoor beloond en erkend, dan is werk het podium waarop zij gelukkig kan zijn. Het verkennen van die formule is daarom voor mij een heel goed instrument bij Human Resource Management. Gezamenlijk bekijk je het veld: wat moet er gedaan worden en waar is de werknemer goed in? Je zou je personeelsbestand zo moeten opbouwen dat iedereen zijn werk kan doen en elkaars capaciteiten aanvullen.’

 

‘Helaas werken veel Nederlandse bedrijven met een vreselijk competentiemodel waarin mensen worden gemeten en liefst ook nog met 180- of 360-graden feedback te horen krijgen hoe ze het doen. Dat vind ik echt ‘hell’! Het scant alleen maar wat je niet kunt, met als conclusie dat je je daarop moet richten. Via dat model zitten we alleen maar klonen te maken van hetzelfde, ‘perfecte’ profiel. Dat is iets dat heel veel stress veroorzaakt, want iedereen zit niet zichzelf te zijn! Ik zie veel meer in een model waarin je heel andere dingen kunt testen dan iemands competentie. Bijvoorbeeld zijn of haar vermogen tot creativiteit. Creativiteit is een enorme trekker naar innovatie, die houdt de beweging in een bedrijf. Dat is enorm noodzakelijk. Nederland is erg in de ban van conserveren en meten en controle-controle!‘ Er moet een tijd aanbreken dat we erkennen dat we daar niet veel verder mee komen. Ik heb ook echt het gevoel dat we achterop raken bij andere West-Europese landen. Het is typerend dat wij het enige land zijn zonder staatsschuld. Als wij een bedrijf zouden zijn, waren we rijp voor overname: met volle portemonnee en met achterstallig onderhoud. Dat maakt mij niet gelukkig!’

 

‘Als je boven Nederland vliegt, zie je dat ons land keurig in vakjes en lijntjes is verdeeld. Afgepast. En dat geldt ook voor de manier waarop wij naar mensen kijken: zoveel mannen, zoveel vrouwen, zoveel zwarten, zoveel witten, zoveel islam en zoveel christen. Men gaat voorbij aan het wezenlijke van de individuele mens: diversificatie zit hem in het benutten van unieke eigenschappen: de een is creatief, de ander niet, weer een ander is grensverleggend, een grotelijnendenker, of juist een kommaneuker; iemand anders kan weer goed met mensen omgaan, of heeft een lange spanningsboog… Het zijn elementen die je door alle bevolkingsgroepen heen vindt; dus als je daarnaar zoekt, dan kun je je werknemers ook vinden in al die bevolkingsgroepen. Dat is echte diversificatie. Je moet je concentreren op waar iemand goed in is, niet uit welk hokje iemand komt. Dat is ook een grote bedreiging voor ons geluk.’

 

‘Erken mensen in wat ze kunnen en stimuleer ze hun grenzen te verkennen. Ik houd vast aan die formule. Enerzijds worden mensen nog steeds gedwongen met pensioen te gaan, ook als zij dat nog helemaal niet willen. Anderzijds zie je dat mensen moeten doorwerken, terwijl ze ernaar snakken van hun werk verlost te worden. Ouderen zijn vaak ervaringsdeskundigen, ook al zijn ze fysiek niet meer tot hetzelfde in staat. Er wordt nu ook nog teveel gedaan alsof je overbodig bent geworden als je met prepensioen gaat. Obsolete. Dat is psychisch moeilijk te verwerken voor mensen die zich in de kracht van hun leven voelen. Dat hele beeld van 60- of 70-jarigen die als mummelende bejaarden in een tehuis zitten, daar moeten we sowieso vanaf. De hele verzorgings- en geluksmarkt heeft er juist voor gezorgd dat alle ouderen met opgetrokken oogleden in een sportwagen zitten. Iedereen wil actief in het leven staan, en dus ook in het werk. Dat is heel goed mogelijk, zij het dat je soms moet doorgaan in een andere functie, die meer past bij je leeftijd.

 

Door domme regels in ons huidige systeem krijgt geen van deze mensen bijna wat hij wil. In een land waar in de supermarkt geen einde komt aan de yoghurtstraat, en waar je uit honderdduizend stroomaanbieders moet kiezen, is het kennelijk nog niet mogelijk om te beslissen over je eigen levenslot. De minister moet dus een regeling maken voor mensen die langer willen doorwerken, en voor mensen die willen stoppen. Nu moet iemand die zijn hele leven al stenen heeft gesjouwd dat de rest van zijn leven blijven doen. Er moet dus iets worden ingebouwd dat mensen zich in hun werk kunnen realiseren, dat je er goed in kunt zijn en dat je er een haalbare uitdaging in ziet. Zolang de waardering van een nieuwe functie maar niet lager is dan die van de vorige. Dat kan ook als je in de bouw werkt, of in de schoonmaak werkt. Ik heb een project gedaan met een schoonmaakbedrijf dat worstelde met problemen verzuim en verloop. We hebben gekeken wat het nou betekent dat een bedrijf goed wordt schoongemaakt of niet. Dan werk je aan het imago en de betekenis van het bedrijf.

 

De minister zou bedrijven moeten stimuleren te werken met profielformats: zij kunnen dan zoeken naar ander werk voor mensen die op bepaalde leeftijd zijn gekomen, met een label dat dat werk eervol is. In de advieswereld is heeft de term ‘senior consultant’ een goede uitstraling: van een ervaren iemand kun je kwaliteit verwachten. Waarom zou dat ‘senior’ label niet aan veel meer functies kunnen worden gehangen?

 

Daarin ben ik het niet eens met de stelling: iedereen wil een happy end. Ik vind ‘happy end’ een wrede wens. Beter is een ‘happy onderweg’!’

 

‘Zoals gezegd, is het uitvoeren van zinvol werk een belangrijk geluksaspect. Daarom vind ik het een veel groter probleem dat jonge mensen geen werk kunnen krijgen. Dat zij van school af al leren werkloos te zijn, op te geven. Het is belangrijk dat je leert dat je door je werk betekenis kunt hebben, voor de maatschappij en voor jezelf. Dat je ertoe doet. En dat je je lot in eigen handen kunt nemen. Dat is belangrijk voor iemands geluk. En als je dat op jonge leeftijd niet leert, dan leer je het misschien wel nooit. Uitzichtloosheid leidt ook tot lethargie.

 

Het is jammer dat indertijd de dienstplicht is afgeschaft, Niet dat ik iets met defensie heb, maar het is goed dat jongeren leren voor anderen te zorgen, voor ouderen of kinderen. Leren een bijdrage te geven aan de gemeenschap. En leren om zelf te overleven, al is het maar door een moestuintje te onderhouden, een computer te repareren, of een auto. Leren zelfredzaam te zijn, voor als het een keertje minder gaat in je eigen leven of in het leven van een ander. En leren dienstbaar te zijn aan de maatschappij. Met de etiquette en stijl die daarbij komen kijken. Zo leer je jongeren met elkaar overweg te gaan, en met anderen in de maatschappij. Jongeren met ouderen en ouderen met jongeren.’

 

‘Ja, in de hele discussie over competenties, leeftijd en diversiteit wordt volledig voorbijgegaan aan een belangrijke geluksfactor: humor. Dat wordt nu als een gratis dingetje erbij beschouwd, maar het zou een competentie met stip moeten zijn. Het verbindt mensen van alle leeftijden en groepen, en relativeert een heleboel discussies. Zelfs religieuze. Dat propageer ik dus tot slot: het geloof in de kracht van humor!’

 

Naast het schrijven van boeken begeleidt Susanne Piet individuen en bedrijven bij hun communicatiestrategie en emotiemanagement. Meer over haar Adviesbureau dr. Susanne Piet B.V. kunt u lezen op: www.susannepiet.com

 

 

Reageer op dit artikel