artikel

Het gaat om de risico’s

Geen categorie

Via branchebrochures krijgen sectoren te horen waar ze aan toe zijn bij inspecties. Inmiddels heeft Uijlenbroek samen met zijn mensen zestien branchebrochures af. In totaal moeten er vijftig tot zestig komen en de inspectie heeft daar drie jaar de tijd voor. Achttien brochures zitten nog in de pijplijn. En dus zit de inspectie volgens haar directeur keurig op schema. ‘Vergeet niet dat we zes tot negen maanden bezig zijn met een brochure. We zetten ze samen met de sociale partners op. Dat vergt overleg.

 

Bovendien dien je de taal van de sector te spreken. Het zijn compleet nieuwe documenten. Ook het instrument is nieuw. Door te beschrijven wat er gebeurt wanneer we een sector bezoeken, proberen we meer aan handhavingcommunicatie te doen.’

 

Mooie woorden en dito voornemens. Toch lijkt die communicatie nog geen effect te resulteren. Even ongenuanceerde borrelpraat. De sector die een goedgekeurde arbocatalogus aan Uijlenbroek kan laten zien, gaat zijn gang en krijgt geen inspecteur op bezoek. En omdat een bedrijf volgens het eigen jaarplan eens in de twintig jaar bezoek krijgt van de inspectie, kunnen arbocowboys lekker goedkoop hun gang gaan. Uijlenbroek: ‘Dat is echt onzin. Ik begrijp deze gedachten wel, omdat elke nieuwe wet nu eenmaal misverstanden met zich meebrengt, maar of een sector nu wel of niet een arbocatalogus heeft, maakt niet direct uit. Zo’n catalogus zorgt voor minder klachten en minder ongevallen en daar is ons inspectieplan op afgestemd. Wie minder arboproblematiek heeft, wordt minder geinspecteerd. Indirect heeft een arbocatalogus dus wel effect. Maar het hebben van een arbocatalogus alleen heeft geen effect op onze bezoekfrequentie.’

 

Ook het misverstand dat de toetsing van de catalogus stringent is, ruimt de directeur graag uit de weg. De sectoren verdienen vertrouwen. ‘We geven vertrouwen aan het krachtenspel tussen werkgevers en werknemers. We gaan een arbocatalogus niet overdoen. Een goede arbocatalogus zorgt voor betere arbeidsomstandigheden en minder klachten en ongevallen. Daar gaat het om. Mochten we een arbocatalogus afkeuren, dan moeten we met heel goede argumenten komen. Niet omdat punt 3b ons niet bevalt. En als we al zaken afkeuren, moeten wij met de bewijslast komen. Wie goed luistert, heeft dus al de helft van de oplossingen. Vervolgens houden we bij onze inspecties rekening met de catalogus en of hij toegepast wordt.

 

Het venijn zit hem in de staart bij onze inspecties.’

 

Bedrijven die zich niet aan de catalogus houden, moeten kunnen aantonen dat ze net zo veilig werken als hun collega-bedrijven. ‘Als ze kunnen aantonen dat ze evident net zo veilig werken, is er niets aan de hand. Ze stonden dan met 1-0 achter, maar maken snel weer gelijk. Is het er minder veilig, dan moeten ze aantonen dat de maatregelen die ze namen net zo goed zijn als die uit de arbocatalogus. En dat is ‘a hell of a job’.’

 

Maar wie, zoals in het jaarplan 2007 van de dienst staat vermeld, eens in de twintig jaar gecontroleerd wordt, zal zich niet zo druk maken. Uijlenbroek: ‘Wacht even. Dat cijfer geldt voor alle Nederlandse bedrijven. Sectoren met een hoog risicoprofiel als de metaal worden eens in het jaar gecontroleerd. Zo juichen we de komst van een arbocatalogus in de metaal toe. Maar we blijven deze sectoren op de oude manier inspecteren. Als die nu een arbocatalogus maken waardoor de problematiek minder wordt en ze in de risicogroep zakken, krijgen ze ook minder controle. Bedrijven die zich niet aan de catalogus houden, hebben meer arboproblematiek en worden vaker gecontroleerd. Dat zien we terug in de cijfers.’

 

En zo hoeft het bank- en verzekeringswezen niet te vrezen voor lastige inspecteurs. ‘Daar is de arboproblematiek klein. We komen er nu niet en we komen er nog steeds niet als ze een arbocatalogus hebben. Een arbocatalogus heeft daar dus niet veel effect. Hooguit dat wat goed is nog beter wordt. Dat wordt anders als psychosociale aandoeningen een rol gaan spelen en het ziekteverzuim stijgt. Maar nu loop ik er als handhavende dienst de deur niet plat.’

 

De inspectie blijft ook stoicijns en rechtlijnig als het om tips gaat. Een bedrijf dat keurig een arbocatalogus onderschrijft in de sector en vervolgens maatregelen als omkasting niet uitvoert, kan rekenen op scheve gezichten.

 

De concurrent die vervolgens de Arbeidsinspectie belt met als argument concurrentievervalsing, hoeft niet meteen op zwaailichten te rekenen. ‘Nee, we rukken dan niet onmiddellijk uit, maar hanteren dezelfde procedure als nu. Wie belt, waarom belt hij en wat is de klacht? Is het een levensgevaarlijke situatie waarin de werkgever zijn mensen laat werken? In dat geval denken we niet lang na en gaan we er op af. Maar als de sector afspreekt kopieermachines te omkasten en dit gebeurt niet… Tja. Wat is het risico?’

 

Reageer op dit artikel