artikel

Hoe duurzaam is een overall?

Geen categorie

Duurzaamheid zie je niet aan de buitenkant van een jas. SenterNovem ontwikkelt daarom in opdracht van het ministerie van VROM duurzaamheidscriteria voor overheden om in aanbestedingen te gebruiken. Ze ontwikkelt momenteel voor tachtig productgroepen criteria, waaronder ook voor de productgroep bedrijfskleding. Volgens onderzoek van GfK, in opdracht van brancheorganisatie MODINT, besteedt de overheid jaarlijks zo’n 150 miljoen euro aan bedrijfskleding voor medewerkers bij het rijk, de provincies, gemeenten en andere overheidsinstellingen. Woordvoerder Joyce de Wit van SenterNovem: “De doelstelling van het rijk om 100 procent duurzaam in te kopen, betekent concreet dat inkopen van het rijk moeten voldoen aan de beschikbare criteria voor duurzaam inkopen.”

 

Vorig voorjaar presenteerde SenterNovem al conceptcriteria voor de productgroep bedrijfskleding. De 35 bedrijfskledingleveranciers aangesloten bij brancheorganisatie MODINT werden hierdoor overvallen. Jef Wintermans van MODINT: “Er was geen enkel vooroverleg geweest met het bedrijfsleven over de criteria.

 

We konden alleen na publicatie reageren. Op die manier krijg je het bedrijfsleven niet in de gewenste duurzame beweging.” Volgens Wintermans waren de criteria ook niet werkbaar in de praktijk. “Op milieugebied werd verwezen naar 4 labels, terwijl wij er 148 kennen. De gemaakte keuzes waren volstrekt onduidelijk. Die 144 andere keurmerken moesten inkopers maar overtuigen dat hun labels gelijkwaardig waren. Maar hoe kan een inkoper van de gemeente Wormerveer dat beoordelen? Op papier was het snel geregeld, maar de criteria waren voor niemand werkbaar. Dan gebeurt er dus niks. Dat is niet duurzaam”, zegt Wintermans.

 

Inmiddels zijn de conceptcriteria van tafel en is de werkwijze bij het ontwikkelen van criteria gewijzigd. De Wit van SenterNovem over de veranderde aanpak: “Wij zijn intensiever gebruik gaan maken van de kennis en ervaring van marktpartijen om de kwaliteit van de criteria te verbeteren en deze ook goed bij de markt aan te laten sluiten.”

 

SenterNovem overlegt nu tijdens de criteriaontwikkeling met diverse betrokkenen, zoals brancheorganisatie MODINT en de Fair Wear Foundation. Een belangrijke vraag is: hoe moeten sociale aspecten van duurzaamheid op een goede manier in de criteria gegoten worden? Hoe kun je beoordelen of de leverancier goede arbeidsomstandigheden heeft in de fabriek in Macedonie of India? En wat zijn goede arbeidsomstandigheden?

 

Frans Papma is beleidsmedewerker voor de Fair Wear Foundation (FWF), een initiatief van ondernemersorganisaties in de modebranche, de vakbeweging en maatschappelijke organisaties, zoals Oxfam Novib en Max Havelaar. Fair Wear Foundation zet zich in voor goede arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie. Zaken zoals kinderarbeid, brandgevaarlijke situaties of een verbod op vereniging, vergen volgens Papma direct ingrijpen. Maar hij vindt voor duurzaamheidscriteria vooral het proces in de goede richting belangrijk. “Je moet bij het opstellen van criteria voor duurzaam inkopen niet van leveranciers eisen dat zij voldoen aan de geldende arbeidsnormen van de International Labour Organisation (ILO). Dan krijg je toch alleen sociaal wenselijke antwoorden. Belangrijker is dat bedrijven stap voor stap echt verbeteringen doorvoeren in hun arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. Laat de leverancier van een product aantonen dat hij daar via een goed managementsysteem aan werkt.”

 

Dat is volgens Papma het geval als een leverancier aangesloten is bij Fair Wear Foundation of andere vergelijkbare multistakeholderinitiatieven van maatschappelijke organisaties. “Onze aangesloten deelnemers moeten onze gedragscode uitvoeren. Wij eisen van onze deelnemende bedrijven dat zij de arbeidssituatie bij hun producenten monitoren en verbeteringen aanbrengen als er iets niet in orde is. Wij hebben auditors die ter plekke controleren en de plaatselijke omstandigheden kennen. Wat acceptabele stappen in het proces zijn, kan per land verschillen. Een maatregel kan in India een verbetering zijn en voor een Poolse producent nog volstrekt onvoldoende. Maar een inkoper van een gemeente kan niet beoordelen in hoeverre een overall duurzaam is. Die vraag moet je de arme man niet stellen.”

 

Fair Wear Foundation vindt het wenselijk dat multi-stakeholderinitiatieven een belangrijke rol krijgen in de duurzaamheidscriteria. Dat vergt van de overheid de nodige zorgvuldigheid, beseft Papma. “Een organisatie als FWF mag geen monopolie hebben. De overheid zou daarom moeten aangeven welke initiatieven acceptabel zijn en functioneel omschrijven wat die organisaties doen. De overheid mag geen organisaties uitsluiten die voldoende maatschappelijke basis hebben en moet voorkomen dat zij organisaties insluit die alleen aan windowdressing doen”. En dat moet voor elke productgroep. Papma: “Voor bedrijfskleding biedt FWF een managementsysteem. Maar niet alle productgroepen hebben al soortgelijke multistakeholderinitiatieven die een managementsysteem hebben ontworpen.”

 

Jef Wintermans van brancheorganisatie MODINT wijst daarnaast op de juridische haken en ogen. “Als inkopende overheid kun je eventueel verlangen dat een bedrijf aantoonbaar werkt aan duurzaam produceren”, zegt hij. Maar volgens Wintermans zijn juristen momenteel aan het stoeien waar je een dergelijk criterium in de aanbestedingsprocedure kunt neerleggen. “Hoe krijg je het zo dat de concurrerende aanbieder van bedrijfskleding uit Duitsland of Frankrijk niet juridisch kan zeggen dat hij onterecht uitgesloten is. Dat is een hele puzzel.”

 

Volgens de Europese aanbestedingsregels, richtlijn 2004/18/EG, moeten overheidsopdrachten boven bepaalde drempelwaarden (leveringen aan centrale overheid € 133.000,- en decentrale overheid € 206.000,-) verplicht Europees aanbesteed worden. De richtlijn is in de Nederlandse wetgeving vertaald in het Besluit aanbestedings· regels voor overheidsopdrachten (Bao).

 

Een aanbestedingsprocedure kent verschillende fasen. In de bestekfase omschrijft de overheid wat zij wil hebben. De tweede fase stelt via selectiecriteria eisen aan bedrijven die meedoen. In de gunningfase scoren bedrijven op onderdelen en rolt er een winnaar uit de bus. Wintermans: “De aanbesteding is bedoeld om de prijs zo laag mogelijk te houden. Bij aanbesteding van kleding speelt de prijs een heel belangrijke rol. Maar een bedrijf dat investeert in verduurzaming, komt tot nu toe vaak uit op een hogere prijs en verliest daardoor de order. Wij willen daarom verduurzaming in de selectiefase opnemen; een bedrijf dat niet aantoonbaar aan verduurzaming doet, mag niet meedoen in de procedure. Juristen bekijken nu wat in welk stadium gevraagd kan worden en hoe je dat houdbaar moet formuleren.”

 

Volgens Frans Papma van FWF zijn de Europese aanbestedingsregels voor het duurzaam inkopen niet in de eerste plaats geschreven om duurzaamheid te bevorderen. “Een aanbestedingsprocedure moet heel open en transparant zijn. In de huidige Europese regels zijn duurzaamheidsaspecten maar gedeeltelijk meegenomen. Dat maakt het moeilijk om allerlei aanvullende eisen te stellen. “Er wordt nu geprobeerd om de criteria te formuleren binnen de grenzen van bestaande wetgeving”, stelt Papma.

 

Nederland loopt volgens hem voorop met duurzaam inkopen.

 

De ‘Europese duurzame ontwikkelingsstrategie’ (Gothenborg 2001) en het ‘6th environmental action programme (Europese Commissie 2002) noemt hij mooie ‘politieke uitspraken’. “Het gaat erom hoe je het in de praktijk vorm geeft. Eigenlijk moeten de richtlijnen aangepast worden. Maar dan ben je binnen Europa zo tien jaar verder. Daar kun je niet op wachten.” SenterNovem verwacht nog dit jaar alle duurzaamheidscriteria te publiceren. Uiteindelijk stelt de Stuurgroep Duurzame Bedrijfsvoering Overheden de criteria vast. In deze stuurgroep zitten vertegenwoordigers van de rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen.

 

Ook Jef Wintermans rekent medio dit jaar op criteria. “Het is lastig om alle facetten goed op elkaar af te stemmen, maar het is belangrijk om daar aandacht aan te besteden. Als je het voor de toekomst goed wilt regelen, moet je nu de tijd nemen. Ik ben erg blij dat de overheid daarover nu toch nog met ons overlegt.”

 

De arbeidsnormen in de FWF-gedragscode zijn gebaseerd op de Internationaal erkende conventies van de International Labour Organisation (ILO) en de Internationale Verklaring van de Rechten van de Mens. De arbeidsnormen zijn:

 

– Geen dwangarbeid

 

– Geen discriminatie van werknemers Geen kinderarbeid

 

– Vrijheid van vakvereniging en recht op collectieve arbeidsonderha ndeli ngen

 

– Betaling van een ‘leefbaar’ loon

 

– Geen buitensporig overwerk

 

– Een veilige en gezonde werkplek Vastgelegde wettige arbeidsrelaties

 

 

Reageer op dit artikel