artikel

Hoge steigers, lage rugklachten

Geen categorie

Alle 337 steigerbouwers van R&M Spreeuwenberg werden in 1998 uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Uiteindelijk verleenden 288 steigerbouwers daadwerkelijk hun medewerking (respons 85 procent). In eerste instantie werd door middel van een interview een vragenlijst afgenomen. Turkse steigerbouwers kregen een Turkse vragenlijst voorgelegd en het interview werd door een Turkse tolk afgenomen. Vervolgens vond in de drie daarop volgende jaren nog drie keer een follow-up vragenlijstonderzoek plaats. Naast de gegevens uit het vragenlijstonderzoek zijn ook verzuimgegevens uit het registratiesysteem van het steigerbouwbedrijf geanalyseerd. Als derde bron van informatie zijn gegevens uit de taak- en activiteitenanalyse meegenomen in het onderzoek. Ten slotte zijn ook dossiergegevens beoordeeld van werknemers die in de WAO waren beland.

 

Bewegingsapparaatklachten als rug-, nek-, schouderen knieklachten kwamen het meeste voor onder steigerbouwers. Het onderzoek richtte zich echter vooral op rugklachten vanwege het grote aandeel hiervan in ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.

 

Vragen waarop een antwoord werd gezocht waren onder meer welke werkgerelateerde risicofactoren van belang zijn bij het optreden van rugklachten, hoe hoog het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van deze klachten zijn en welke niet-medische behandelingsstrategie werkhervatting ten gevolge van lage rugklachten kan bespoedigen.

 

In het algemeen wordt aangenomen dat ongeveer dertig tot veertig procent van de klachten en aandoeningen van het bewegingsapparaat werkgebonden is. Voor rugklachten wordt voor de algehele beroepsbevolking geschat dat zeker twintig procent veroorzaakt wordt door fysieke belasting tijdens het werk. Fysieke belasting ontstaat tijdens het tillen en duwen of trekken van zware lasten, gebogen en gedraaid werken en het maken van langdurig herhaalde bewegingen. Ondanks deze kennis is het niet op voorhand duidelijk wat de bijdrage van deze factoren is aan het optreden van verzuim als gevolg van aandoeningen van het bewegingsapparaat. In het onderzoek onder de steigerbouwers zijn daarom als eerste belastende taken en werkhoudingen in kaart gebracht. Uit de resultaten bleek dat lage rugklachten bij steigerbouwers veel voorkwamen (prevalentie 44-60, incidentie 20-28 en recidivering 64-77 procent) en zich afhankelijk van de definitie op diverse wijzen konden manifesteren, bijvoorbeeld als ernstige of chronische rugklachten. Verder bleken de klachten samen te hangen met verschillende werkgerelateerde risicofactoren, zoals gebogen en gedraaid werken (27 procent van de tijd) en het werken met de handen boven schouderniveau (30 procent van de tijd).

 

Veel steigerbouwers hadden klachten aan het bewegingsapparaat zonder dat ze zich daarvoor ziek meldden. Met name rugklachten kwamen veel voor en waren vaak gecombineerd met klachten over nek, schouders en knieen (co-morbiditeit). Van de rugklachten zonder verzuim kwamen ernstige lage rugklachten (28 procent) en lage rugklachten met ischialgie – uitstralende pijn – (23 procent) het meeste voor. De beslissing om hiervoor medische hulp te zoeken bleek vooral afhankelijk van de aard en de ernst van de rugklachten. De huisarts werd hierbij ruim tweemaal vaker bezocht dan de bedrijfsarts (44 ten opzichte van 20 procent). Blijkbaar had het bezoek aan de bedrijfsarts in de ogen van werknemers nauwelijks meerwaarde of was men onbekend met diens professionele rol.

 

Uitstralende pijn en ziekteverzuim als gevolg van lage rugklachten bleken de sterkste voorspellers voor verwijzing naar een specialist of fysiotherapeut.

 

Mogelijk zijn de klachten dan al zo ernstig, dat die niet meer afgedaan kunnen worden met alleen pijnstillers en is aanvullende therapie of expertise noodzakelijk.

 

Uit het onderzoek werd duidelijk dat verschillende typen patienten door verschillende zorgaanbieders worden gezien. Zo ziet de fysiotherapeut meer patienten met chronische rugklachten, terwijl de specialist meer patienten ontmoet met uitstralende pijn, ernstige rugklachten (met of zonder beperkingen) of een combinatie van klachten rond de hoofdklacht (co-morbiditeit). Hebben steigerbouwers last van rugklachten en moeten ze daarvoor verzuimen, dan komen ze vaak alsnog naar de bedrijfsarts. Hierbij speelt vooral de invloed van wetgeving een rol.

 

Gezien deze onderzoeksresultaten en in het licht van de verwijsfunctie die op 1 januari 2004 voor bedrijfsartsen van kracht is geworden, lijkt het zinvol dat bedrijfsartsen als beroepsgroep hun positionering ten opzichte van het werkveld heroverwegen.

 

Over ziekteverzuim onder steigerbouwers en het zware fysieke werk dat zij verrichten is al het nodige gezegd. Dit laatste bleek met name een belangrijke risicofactor voor het optreden van kortdurend ziekteverzuim (minder dan veertien dagen), terwijl ernstige lage rugklachten een risicofactor vormden voor zowel kortdurend als langdurend ziekteverzuim (meer dan veertien dagen). De aanwezigheid van psychosociale belasting op het werk (zoals hoge werkdruk en veel taakeisen) en individuele factoren als leeftijd, nationaliteit of arbeidsverleden speelden als voorspeller van verzuim echter geen rol van betekenis. Met andere woorden:

 

blijkbaar spelen bij werknemers die met de handen werken fysieke factoren een grotere rol dan psychosociale factoren. In beroepen waar meer met het hoofd dan met de handen wordt gewerkt, zoals in de zorg of het onderwijs, zien we vaak dat deze psychosociale factoren van grotere betekenis zijn.

 

Adviezen voor steigerbouwers ter voorkoming

 

van (ernstige) rugklachten:

 

Besteed voldoende aandacht aan het te tillen gewicht. Is dit boven de 23 kilogram, dan moet het door twee personen, met een heftruck of ander transportmiddel worden verplaatst.

 

Let goed op de bestickering van steigerbouwmateriaal: een oranje sticker geeft aan dat een steigerdeel zwaarder is dan 23 kilogram.

 

Vermijd een gebogen en gedraaide werkhouding zoveel mogelijk: dit kan namelijk tot rugklachten leiden.

 

Neem niet te veel gewicht op de schouder en houd je zoveel mogelijk aan de grens van 23 kilogram.

 

Neem bij klachten aan het bewegingsapparaat contact op met de bedrijfsarts voordat er ziekteverzuim ontstaat. Maak dus (meer) gebruik van het arbeidsomstandighedenspreekuur.

 

 

Bij R&M Spreeuwenberg bepaalden bewegingsapparaatklachten en ongevallen voor vijftig procent de WAO-instroom. In twintig jaar tijd belandden in totaal 256 steigerbouwers van het bedrijf in de WAO. Verder bleken Turkse steigerbouwers hierop een 2,5 maal hoger risico te hebben dan hun Nederlandse collega’s. Mogelijke verklaringen voor deze verschillen moeten worden gezocht in de oudere leeftijd van de Turkse steigerbouwers bij aanvang van het werk, en het feit dat zij minder makkelijk van baan veranderen en een duidelijk slechtere toegang tot de gezondheidszorg hebben. Dit laatste is immers bepalend of klachten al dan niet op tijd door bijvoorbeeld een specialist of fysiotherapeut worden behandeld. Daarbij zal het recent voorgestelde twee keer keuren van allochtone werknemers in de WAO geen bijdrage leveren aan het verminderen van de WAO-instroom. Uit dit onderzoek blijkt immers dat er tussen Nederlandse en Turkse steigerbouwers nauwelijks verschil bestond in WAO-diagnose of -afschattingspercentage. Eerder dient de hypothese onderzocht te worden dat voor goede reintegratie een succesvol verlopen integratie een voorwaarde is. Daarnaast kan het WAO-risico worden verlaagd als hulpverleners adequate medische zorg aanbieden en deze onderling beter op elkaar afstemmen. Het verdient dus aanbeveling juist de systematische verschillen tussen allochtonen en autochtonen die in de WAO belanden beter te onderzoeken.

 

Onderdeel van dit promotieonderzoek is een grootschalig literatuuronderzoek naar de rol van nietmedische interventies op werkhervatting na uitval ten gevolge van rugklachten. In totaal zijn 515 artikelen beoordeeld, waarvan er uiteindelijk maar twaalf relevante informatie bleken te bevatten.

 

De gevonden niet-medische interventies werden onderverdeeld in drie groepen: organisatorische en administratieve interventies (bijvoorbeeld aangepaste werkzaamheden), technische en ergonomische interventies (aanpassing van de werkplek) en persoonlijke interventies (bijvoorbeeld rugscholing).

 

Ofschoon werknemers uit deze onderzoeken zich hielden aan de interventieprogramma’s, ontbrak vaak informatie over de mate waarin zij dit na het afsluiten van de therapieperiode ook nog deden en of het effect daarvan uiteindelijk al dan niet beklijfde.

 

De meeste rugklachten behoeven echter geen interventie en gaan vanzelf over als men maar voldoende beweegt. Soms is een bezoek aan de huisarts noodzakelijk waarbij pijnstillers en mogelijk aanvullende fysiotherapie worden voorgeschreven. Mocht dit echter niet baten, dan moeten werknemers op een andere wijze worden geholpen om na verzuim vanwege lage rugklachten de werkhervatting te bespoedigen.

 

Onderzoek naar de effectiviteit van niet-medische interventies laat zien dat rugscholing, ongeacht het type of de samenstelling van het programma, effectief is in de subacute fase (na zestig dagen) van lage rugklachten. Rugscholing is een combinatie van training, conditieverbetering, voorlichting en aanpassing van tiltechnieken en werkmethoden.

 

Deze aanpak lijkt met name veelbelovend voor het verminderen van rugklachten bij werknemers die hiervoor meer dan acht weken moeten verzuimen.

 

Steigerbouwers die na zestig dagen nog niet zijn hersteld van hun rugklachten, worden op dit moment derhalve naar een reintegratiebedrijf doorverwezen voor het volgen van een rugscholingstraject. Daarbij is gebleken dat de multidisciplinaire benadering bij deze beroepsgroep het beste werkt.

 

Arbeidsongeschiktheid is helaas niet altijd te voorkomen.

 

Door het dragen van te veel materiaal op de schouder kan bij steigerbouwers een permanente spierverlamming in de schouder ontstaan (serratus anterior paralyse). Dit is een gevolg van rekking en een verhoogde puntdruk op de zenuw die naar deze spier toeloopt (de nervus thoracicus longus).

 

Deze beroepsziekte is typisch bij steigerbouwers en zorgt ervoor dat het schouderblad als een vleugeltje gaat uitstaan. Preventie moet worden gezocht in het verminderen van het tilgewicht op de schouder en het gebruik van schouderbeschermers in de werkkleding.

 

Het tilgewicht is inmiddels aangepast en vastgesteld op maximaal 23 kilogram. Materiaal dat dit tilgewicht overschrijdt is met een oranje sticker gemerkt.

 

Verder wordt het gebruik van tilhulpmiddelen en mechanisch materiaaltransport – via bijvoorbeeld een heftruck – gestimuleerd. Momenteel bevindt de ontwikkeling van een schouderbeschermer zich in de eindfase; binnenkort zal een prototype hiervan in de praktijk worden getest. Daarnaast zijn adviezen (zie kader) voortkomend uit de resultaten van het promotieonderzoek ingevlochten in de BRAVO-cursus (Bedrijfsgerichte Repeterende en Aanvullende Vakopleiding), die door de afdeling veiligheid van R&M Spreeuwenberg in samenwerking met de bedrijfsarts aan alle steigerbouwers wordt gegeven.

 

Na vier jaar onderzoek mogen de resultaten er overigens zijn: het aantal WAO’ers bij R&M Spreeuwenberg is met negentig procent afgenomen, het ziekteverzuim met meer dan drie procent gedaald. Onderzoek roept echter altijd meer vragen op dan er antwoorden beschikbaar zijn: daarom houdt het in feite ook nooit op. Wat betreft de behandeling van klachten aan het bewegingsapparaat zal toekomstig onderzoek vooral gericht moeten zijn op interventies die succesvol zijn in het verminderen van ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en het voorkomen van beroepsziekten.

 

Ter voorbereiding hierop is inmiddels contact gelegd met een tweetal grote bouwbedrijven en Maetis Arbo. Doel is het opzetten van een onderzoek naar kortdurende interventies bij klachten aan het bewegingsapparaat en het inschatten van de kosteneffectiviteit hiervan.

 

MEER INFO?

 

Meer informatie over het promotieonderzoek Work related musculoskeletal disorders in scaffolders (werkgerelateerde aandoeningen van het bewegingsapparaat bij steigerbouwers) van Leo Elders: ISBN 90-77283-05-6, l.elders@erasmusmc.nl. of http://www-fgg.eur.nl/medbib/EUR-diss/Elders_L/Elders_L.html

 

SAMENVATTING

 

Steigerbouwer is een lichamelijk zwaar beroep. Uit het in dit artikel beschreven onderzoek blijkt dat de beroepsgroep vooral met rugklachten te kampen heeft. Veel steigerbouwers melden zich niet ziek voor hun klachten, noch bezoeken zij een bedrijfsarts. Als zij al een arts zien, is dat veelal de huisarts. Van de rugklachten zonder verzuim komen ernstige lage rugklachten (28 procent) en lage rugklachten met ischialgie – uitstralende pijn – (23 procent) het meeste voor. De beslissing om een arts te raadplegen is vooral afhankelijk van de aard en de ernst van de rugklachten. Werkgerelateerde risicofactoren, zoals gebogen of met een gedraaid lichaam werken of werken met handen boven het schouderniveau, blijken een duidelijk aantoonbaar effect te hebben op het optreden van de klachten. Psychosociale belasting (zoals hoge werkdruk en veel taakeisen) en individuele factoren als leeftijd, nationaliteit of arbeidsverleden spelen als voorspeller van verzuim echter geen rol van betekenis.

 

 

Reageer op dit artikel