artikel

Hoofdpijn of zere nek?

Geen categorie

Alle eerstelijnsfysiotherapeuten vragen na of de patient door de gepresenteerde klacht het werk verzuimt; de helft vraagt naar de omvang van het verzuim (duur, geheel of gedeeltelijk). Zij geven aan dat de medische ernst van de klacht niet altijd in verband lijkt te staan met de mate van verzuim.

 

Dat is voor alle fysiotherapeuten een reden om door te vragen naar andere belastende factoren die herstel dan wel re-integratie belemmeren.

 

Allen vragen de patient wat voor werk hij doet.

 

De fysiotherapeuten gaan vooral dieper in op de arbeidsinhoud. De meerderheid (6) vraagt ook naar arbeidsverhoudingen, en de helft naar arbeidsomstandigheden.

 

Overige vragen rondom arbeid gaan over het contact met de bedrijfsarts.

 

Zijn daar afspraken mee, in welke frequentie ziet men elkaar, zijn er verwachtingen rondom de werkhervatting ter sprake gekomen?

 

Arbeidsfysiotherapeuten geven aan veel klachten en aandoeningen van het bewegingsapparaat te zien die te maken hebben met het werk. Vooral de arbeidsinhoud en de arbeidsomstandigheden worden uitgevraagd. Daarbij ligt bij arbeidsomstandigheden de nadruk op de fysieke omstandigheden.

 

Vaak weet de arbeidsfysiotherapeut door aanvullende informatie vanuit het werk zelf of van arboprofessionals hoe het werk van de patient eruit ziet. In de loop van de sessies worden ook mogelijke problemen op het terrein van arbeidsverhoudingen aangekaart. Vragen over de relatie met de werkgever, en sociale steun door collega’s, worden gesteld als het verhaal van de patient daar op de een of andere manier aanleiding voor geeft. Rondom arbeidsvoorwaarden vragen enkele arbeidsfysiotherapeuten naar werktijden en pauzes, vooral om een indruk te krijgen van het werk.

 

Arbeidsfysiotherapeuten gebruiken vaker dan reguliere eerstelijnsfysiotherapeuten vragenlijsten, onder andere om een beeld te krijgen van werk en gezondheid. Een bezoek aan de werkplek kan onderdeel zijn van het diagnostisch proces van de arbeidsfysiotherapeut.

 

In hun ‘arbeids’fysiotherapeutische diagnose speelt arbeid een belangrijke rol. In het erop volgende behandelplan wordt een gerichte aanpak van de arbeidsrelevante klachten voorgesteld. Daarin weten zij beter wie mogelijke andere professionals zijn op het terrein van arbeid en gezondheid.

 

Samenvattend geldt dat de reguliere eerstelijnsfysiotherapeuten in verhouding minder vragen naar arbeidsomstandigheden en dat arbeidsfysiotherapeuten net als bedrijfsartsen aan meer gedetailleerde informatie komen over arbeidsinhoud en -omstandigheden dan de reguliere eerstelijnsfysiotherapeuten.

 

In de voorgestelde aanpak tot herstel lijken arbeidsfysiotherapeuten tot een meer gerichte aanpak te komen dan reguliere fysiotherapeuten door beter inzicht in de arbeidssituatie en door meer knowhow van verwijsmogelijkheden en het bestaan van andere arboprofessionals.

 

De meeste reguliere fysiotherapeuten hebben geen direct contact met de bedrijfsarts rondom de verwijzing.

 

Patienten komen merendeels via de huisarts binnen. Wel is er contact tijdens de behandeling.

 

Bedrijfsartsen willen dan vooral weten ‘hoe lang het nog duurt’. Fysiotherapeuten hebben een voorkeur voor kort telefonisch overleg.

 

Ze hebben geen oordeel over de communicatie met bedrijfsartsen omdat deze te weinig voorkomt.

 

Arbeidsfysiotherapeuten hebben naast de bedrijfsarts ook contact met arboverpleegkundigen, direct leidinggevenden en P&O’ers. Contact met de bedrijfsarts verloopt meestal mondeling en soms schriftelijk. De meerderheid is tevreden met de communicatie. Wel vindt men dat bedrijfsartsen te sterk gericht zijn op werkhervatting.

 

Bedrijfsartsen zien taken voor de fysiotherapeut in de bespoediging van werkhervatting en het voorkomen van verzuim. Het besluit door te verwijzen is afhankelijk van of men de fysiotherapeut en zijn handelwijze kent en vertrouwt. Communicatie van de fysiotherapeut wordt als positief en open gezien en gebeurt meestal schriftelijk of telefonisch. De voorkeur van bedrijfsartsen is schriftelijk, maar dan liefst wel wat ‘bondiger’ en zonder ‘vreemde vakinhoudelijke diagnoses’, zoals sommige bedrijfsartsen stelden.

 

Reguliere fysiotherapeuten geven aan niet samen te werken met bedrijfsartsen. Een lijst met bedrijfsartsen en tijden waarop ze te bereiken zijn voor overleg wordt handig geacht. Tijd, bereikbaarheid en onbekendheid zijn belemmeringen.

 

Arbeidsfysiotherapeuten zien vooral verbeterpunten in het elkaar leren kennen en goede afspraken maken. Liefst zouden ze eerder betrokken worden bij de aanpak van arbeidsrelevante klachten aan het bewegingsapparaat en onderdeel vormen van een multiprofessioneel team. Belemmerend werken de tijd voor overleg, lange lijnen en slechte bereikbaarheid van de bedrijfsarts.

 

Bedrijfsartsen hebben sterk de behoefte aan een lijst met fysiotherapeuten die deel uitmaken van een landelijk netwerk van fysiotherapeuten met ‘specifieke kennis van arbeid’. Structureel regionaal overleg met de fysiotherapeut wordt erg op prijs gesteld, alsmede gezamenlijke refereeravonden en nascholing. Vooral het ‘elkaar en elkaars handelwijzen leren kennen’ staat hoog in het vaandel. Tijd weerhoudt de meeste bedrijfsartsen van dergelijke contacten.

 

Elkaar kennen en vertrouwen in persoon en professie lijken wenselijk, om samenwerking te verbeteren.

 

De bedrijfsarts wil daarbij graag kunnen doorverwijzen naar fysiotherapeuten met kennis over arbeid. De vraag ligt nog open of dit dan vooral (netwerken van) arbeidsfysiotherapeuten zullen zijn of dat ook verwezen gaat worden naar reguliere eerstelijnsfysiotherapeuten.

 

Arbeidsfysiotherapeuten hebben meer contacten met de bedrijfsarts en mensen binnen de bedrijven dan reguliere fysiotherapeuten. Daardoor beschikken ze over meer informatie over arbeidsinhoud en arbeidsomstandigheden. Verder vragen ze arbeid dieper uit dan reguliere eerstelijnsfysiotherapeuten.

 

Ze komen hiermee tot een meer gerichte aanpak dan reguliere fysiotherapeuten en tot betere samenwerking met arboprofessionals en werkgevers.

 

Er ligt een uitdaging om bedrijfsartsen en (arbeids) fysiotherapeuten op de hoogte te brengen van elkaars kennis en kunde om de effectieve samenwerking te verbeteren. Netwerkvorming en de tendens om meer disciplines onder een dak te laten samenwerken kunnen de samenwerking bevorderen.

 

Hierin ligt een taak weggelegd voor de beroepsorganisatie.[1] 

 

Reageer op dit artikel