artikel

Huiskamerergonomie

Geen categorie

Broers weet praktijk en theorie zo te combineren dat haar collega’s goede arbeidsomstandigheden niet zien als een van bovenaf opgelegde verplichting, maar als een interne vanzelfsprekende zaak. Dat sprak ook voorzitter Annemarie Klaassen aan van de jury Landelijke Ergocoachdagen. ‘Gerry Broers kreeg van de 29.000 uitgebrachte stemmen op internet de meeste binnen. En de jury vond haar aanpak het meest creatief.’

 

De thuiszorgmedewerkster draagt tijdens instructies verschillende kleuren baretten om duidelijk te maken hoe een bedtransfer, het wassen van de zorgvrager of het aantrekken van steunkousen verloopt. Oranje is bijna goed, rood is fout en groen is goed. Bovendien brengt ze een Wetenswaardigheden-, tips-, en Coachkrantje (WC-krantje) uit en heeft ze een eigen website. ‘Je moet wel de lol erin houden. Ergocoaching mag dan onder werktijd vallen, voor je het weet denken ze ‘daar heb je haar weer met haar tips en instructies’. Ook wil ik graag als eerste aan bod komen tijdens teambijeenkomsten. Dan is iedereen nog fris.’

 

Thebe Thuiszorg geeft alle ziekenverzorgenden een arbocheck, tilprotocol en actieblok mee. Via pictogrammen en afvinklijstjes worden personeelsleden geinstrueerd over minder fysieke belasting. Dat dwingt de werknemer eventuele problemen vooraf duidelijk te krijgen. ‘Zo krijg je ook draagvlak bij de zorgvragende. Deze moet meedenken over hoe de belasting zo klein mogelijk te houden is. Bijkomend voordeel is dat tijdens de verzorging geen verrassingen ontstaan en conflicten of zorgweigeringsprocedures uitblijven.’ Dat laatste kan in theorie ontstaan als de patient zo weinig cooporatief is dat goede zorg onmogelijk wordt.

 

De arbocheck controleert vooral handelingen als wassen en kleden, toiletbezoek en medisch handelen. Daar zit ’m de kneep als het gaat om fysiek ongerief. In de thuiszorg zijn het vooral de gewrichten die het te verduren krijgen. Klachten aan nek, schouder, pols, armen en knieen zijn van oudsher de ziekmakers in de thuiszorg. Want waar collega’s uit ziekenhuizen wel de ruimte hebben om hun handelingen uit te voeren, kampt de thuisverzorgende vaak met kleine ruimtes waardoor handelingen krampachtig plaatsvinden. Met een beetje fantasie zou je de ergocoach dan ook een opportunistische ergonoom kunnen noemen. Want elke thuissituatie en dus werkplek vergt weer een creatieve oplossing.

 

Broers: ‘Door onder meer de arbocheck samen met de zorgvragende door te laten nemen, ontstaat draagvlak. Zo werk je samen aan oplossingen. Een klant die er eerst op stond zich in de badkamer te laten omkleden en wassen, kleedt zich nu in de huiskamer om en gaat in badjas naar de douche. Pure winst.’

 

Het vergt een cultuuromslag om de collega’s risico’s te laten mijden, meent Broers. ‘Als je wacht tot je klachten krijgt, ben je te laat. En als ze geen last hebben, voelen ze ook niet de noodzaak te veranderen.’ Zelf maakt ze ook nog wel eens een foutje, erkent Broers. ‘Natuurlijk. Al houd ik me wel zo veel mogelijk aan de regels. En doordat collega’s eerder iets van mij aannemen dan van een buitenstaander, vindt die cultuuromslag toch plaats.’

 

Broers houdt alle ontwikkelingen op arbogebied nauwgezet bij. De opmerking van bewegingswetenschapper en hoogleraar Van der Beek in een interview met vakblad Arbo dat veel bedrijfsartsen niet op de hoogte zijn van de nieuwste tiltechnieken en dat arboadviseurs soms onzin vertellen, gaat niet voor haar op. ‘Ik weet dat de inzichten veranderen en houd alles bij door literatuur door te nemen, workshops bij te wonen en soms experts uit te nodigen op onze teambijeenkomsten. Dan kunnen mijn collega’s vragen uit de praktijk aan ze voorleggen. Ik ben erg voor een goede verhouding tussen universiteit en werkveld. Dat maakt de arbeidsomstandigheden beter en academici moeten zo rekening houden met de praktijk. Over goed tillen hoef je me niets meer te leren. Kont naar achter en borst naar voren. Als een gewichtheffer.’

 

Ook hulpmiddelen als de Easyslide voor het uittrekken van steunkousen en glijlakens zijn goede ontwikkelingen in het werkveld, aldus Broers. ‘Maar je moet er wel de tijd voor nemen. Trek je jas uit en ga er goed voor zitten. Niet denken, vlug, want de volgende klant wacht al weer. Maar goed, dat is ook een organisatieprobleem.’

 

Inmiddels is Broers ook door andere sectoren ontdekt. ‘De werkgever van mijn zoon, die in de bouw werkt, vroeg of hij me niet kon inhuren. Want ook in de bouw is veel te winnen. Ik betaal haar vijftig euro en ze levert me vijfduizend euro op, zei hij. Geintje natuurlijk, maar er zit wel een kern van waarheid in. Ik weet al hoe ik het zou aanpakken: de stoerste van het stel voor je winnen. Dan volgt de rest vanzelf.’

 

ONTWIKKELING

 

Ergocoaching is populair. De Landelijke Ergocoachdagen trokken 1500 bezoekers. Het project Ergocoaches wordt ondersteund door de ministeries van SZW en VWS. De ergocoach richt zich van oudsher op het verminderen van fysieke belasting, maar ook agressie is inmiddels een aandachtsveld. Het project startte in 2003 en daarmee kreeg de ergocoach een structurele rol in de zorg. Een ergocoach heeft een paspoort (zie Praktijkblad Preventie 11/2008, p. 12) waarin de kwaliteiten en gevolgde scholing staan. Een vereiste is dat de werkgever voldoende tijd beschikbaar stelt. De ergocoach is uitdrukkelijk geen vrijgestelde. Het is een nevenfunctie naast het reguliere werk.

 

 

info: Gerry Broers heeft een eigen website: www.gerrybroers.nl.

 

Reageer op dit artikel