artikel

Kantelende panelen

Geen categorie

Onder leiding van een Officier van Justitie verrichtten de Arbeidsinspectie en de Forensische Technische Ondersteuning van de politie een onderzoek naar de oorzaak van het ongeval. Dit onderzoek wees uit dat het niet mogelijk was om de bewuste panelen horizontaal met de rolcontainer te vervoeren. Berekeningen toonden aan dat de panelen verticaal in de container waren geplaatst en dat ze ongeveer 95 centimeter boven de rolcontainer moeten hebben uitgestoken. Formaat en gewicht van de panelen waren niet in verhouding tot formaat en uitvoering van de rolcontainer. De container was zo oud dat er geen leverancier of fabrikant, geen bouwjaar, keuring of maximale gewichtsaanduiding op stond vermeld. In het doe-het-zelf-bedrijf waren wel zogeheten panelenwagens, waarmee panelen en dergelijk groot materiaal horizontaal vervoerd konden worden. Die waren bestemd voor klanten en werden niet gebruikt door de werknemers.

 

Op opnames van een beveiligingscamera was te zien dat de bewuste panelen stonden opgesteld in een V-vorm met een ongelijke verdeling, met aan de ene zijkant meer panelen dan aan de andere. De rolcontainer had een afmeting van 1.70 meter hoog, 80 centimeter diep en 70 centimeter breed, gemeten aan de buitenkant. Verschillende onderdelen van de container waren met een ijzeren plaatje en potnagels aan elkaar bevestigd. De rolcontainer reed op vier harde, niet-verende kunststofwieltjes. De twee achterwielen waren zwenkwielen met een onderlinge afstand van ongeveer 60 centimeter; de twee voorwielen waren niet-zwenkend en zaten ongeveer 30 centimeter uit elkaar. Normaal gesproken zijn wielen van transportmiddelen van zacht en enigszins verend materiaal. Zijn de wielen hard, dan heeft het raken van een oneffenheid effect op de hele rolcontainer. Waarschijnlijk heeft de betreffende container een sleuf, een steentje of een rand van een vloerplaat geraakt, waardoor een of meer panelen zijn gaan schuiven. Ook kan het kantelen zijn veroorzaakt doordat de container een bocht maakte of met een wiel bleef haken.

 

De werkgever had de in het magazijn aanwezige transportmiddelen ter beschikking gesteld voor gebruik door de werknemers. De werknemers hadden de verkeerd en onjuist geladen container overgedragen aan de klant voor het verdere vervoer naar de aanhangwagen.

 

De werknemer die de container had geladen, verklaarde te denken dat de panelen nog op een ander transportmiddel zouden worden geladen. Het bedrijf kende geen afspraken of procedures over het al dan niet overladen van goederen vanuit het magazijn op een ander transportmiddel. Geen van de bij dit ongeval betrokken werknemers had een opleiding waarin aandacht werd besteed aan deze specifieke werkzaamheden. De medewerkers hadden aantoonbare voorlichting en instructie gehad, met een veiligheidsprotocol en een informatiemap, maar specifieke instructies over veilig stapelen, opslaan en transporteren van goederen en het gebruik van rollend materieel waren niet aantoonbaar gegeven.

 

Het bedrijf kende geen voorschriften die bepaalden dat bij grote materialen en hoge zwaartepunten de containers niet geladen mochten worden buiten de wielbasis. Ook bij de specifieke instructies voor het magazijn stond nergens iets vermeld over veilig stapelen of het juiste gebruik van transportmiddelen.

 

In de tijd tussen het opladen van de panelen, vrijdagmiddag, en het ongeval, maandagmiddag, had de rolcontainer continu in het magazijn gestaan. Een leidinggevende had de rolcontainer ook zien staan. Hij zag er geen gevaar in, omdat hij ervan uitging dat de panelen nog omgeladen zouden worden in een klantenkar. Werknemers hadden de rolcontainer zelfs nog enkele malen verplaatst omdat hij in de weg stond.

 

Een gevaarsaspect waarmee een werkgever bij de keuze van arbeidsmiddelen rekening moet houden, is onder andere verkeerd gebruik. In dit geval hebben verschillende werknemers de rolcontainer op verkeerde wijze gebruikt. De rolcontainer was alleen geschikt om goederen te vervoeren met een laag en stabiel zwaartepunt. Vanwege de harde wielen en hun stand was de rolcontainer niet stabiel met een last met een hoog zwaartepunt. Bij de betreffende last lag het zwaartepunt van de last 1.45 meter van de grond. Bij verplaatsing bestond dan ook kantelgevaar voor de werknemers. Het toezicht binnen het bedrijf was dermate tekortgeschoten dat niemand, ook de leidinggevende niet, gezien had dat de container gevaarlijk geladen was. De medewerkers van het bedrijf hadden het slachtoffer en zijn schoonvader noch mondeling, noch schriftelijk instructies gegeven over het transporteren van de lading en het voorkomen van gevaar.

 

Er bleek onduidelijkheid te bestaan over wie verantwoordelijk was voor het magazijn. Na het overlijden van de vorige magazijnchef enkele maanden voor het ongeval was nog geen opvolger aangesteld. Volgens het organisatieschema van het bedrijf viel de magazijnchef rechtstreeks onder de assistent-vestigingsmanager, maar die laatste functie werd niet vervuld.

 

Tegen het bedrijf werd een proces-verbaal opgemaakt. Het doe-het-zelf-bedrijf had door zijn werknemers arbeid laten verrichten waarbij gevaar ontstond voor de veiligheid voor andere personen. Het had onvoldoende maatregelen genomen om dit gevaar te voorkomen, waarmee het de artikelen 16 en 10 van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 overtrad. De rolcontainer was geplaatst op een terrein met oneffenheden en niet zodanig ingericht dat het gevaar van omvallen en kantelen zo veel mogelijk was voorkomen. Qua afmetingen, constructie en materiaalgebruik was hij niet geschikt voor panelen met een dergelijk formaat en gewicht. Daardoor kon de container omvallen of kantelen. Hierdoor ontstond het gevaar om getroffen of geraakt te worden door voorwerpen of producten, in dit geval de rolcontainer en de panelen. Dit gevaar was aanwezig voor iedereen die zich gedurende de periode tussen het opladen van de panelen in de rolcontainer (vrijdagavond) en het ongeval (maandagochtend) binnen de valcirkel van de rolcontainer en de panelen bevond: medewerkers, klanten, leveranciers en toevallige passanten. De werkgever had geen doeltreffende maatregelen genomen om dit gevaar te voorkomen.

 

Op verzoek van de nabestaanden werd de behandeling van deze zaak buiten de rechter om geregeld. De officier van Justitie legde in een beschikking een boete van ruim 8500 euro op. Het bedrijf regelde een schadevergoeding met de nabestaanden.

 

Reageer op dit artikel