artikel

KNELLENDE VOORSCHRIFTEN

Geen categorie

Bij een bedrijf met zo’n 150 werknemers worden metaalproducten verzinkt. Dat gebeurt aan een zogenaamde ‘spinningslijn’. De machine is in 2007 opgebouwd uit verschillende onderdelen en bestaat onder meer uit een badenreeks, een portaalconstructie, een transportwagen, trommelaggregaten, een trilgoot met transportband en een verzinkinstallatie. In april 2007 raakt een ingeleende arbeidskracht bij het legen van een trommel met zijn hand bekneld tussen de draaiende aandrijfwielen van de trommel. De tandwielen waren niet voorzien van een scherm of anderszins beveiligd. Na onderzoek door de Arbeidsinspectie krijgt het bedrijf wegens overtreding van artikel 7.7, eerste lid, van het Arbobesluit een boete van € 10.800 opgelegd. Bezwaar van de werkgever is vergeefs en hij gaat in beroep bij de rechter.

 

De machine was voorzien van een CE-marking, vergezeld van een EG-verklaring van overeenstemming, conform artikel 5, eerste lid, van de Machinerichtlijn. De daarbij behorende voorschriften zijn opgevolgd. Daarmee wordt dan vermoed dat de machine voldeed aan het voorschrift om het eventuele gevaar van draaiende delen zo veel mogelijk te voorkomen. Maar de rechtbank is van oordeel dat de bevindingen van de Arbeidsinspectie dit vermoeden weerleggen. De afstand tussen de schakelaar en het dichtstbijzijnde aandrijftandwiel was ongeveer 90 centimeter. De tandwielen waren eenvoudig te bereiken, tussen de bedieningsplaats en de trommel was geen beveiligingsinrichting en de schakelaar hoefde niet vastgehouden te worden terwijl de trommel draaide. Uit de foto’s blijkt ook dat de aandrijftandwielen met de hand eenvoudig te bereiken waren. Daarmee is artikel 7.7, eerste lid, van het Arbobesluit overtreden. Als de werkgever vindt dat dit hem niet verweten kan worden, moet hij dit aannemelijk maken. De rechtbank is echter van oordeel dat de werkgever daarin niet is geslaagd. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever om te zorgen voor naleving van de bepalingen van het Arbobesluit. Hij kan zich daaraan niet onttrekken door een beroep te doen op het feit dat de Arbodienst het gevaar niet heeft onderkend in de RI&E. De werkgever had het duidelijk zichtbare knelgevaar zelf kunnen en moeten constateren. Ook de CE-markering ontslaat de werkgever niet van zijn algemene zorg- en onderzoeksverplichting met betrekking tot de machine. Volgens de werkgever is de boete in strijd met de Machinerichtlijn. Die voorschriften richten zich echter op de fabrikant en importeur om handelsbelemmeringen te voorkomen. Maar dan is het nog altijd mogelijk om op nationaal niveau voorschriften te stellen voor het veilig gebruik van nieuw in gebruik genomen machines, mits dat niet leidt tot (nieuwe) producteisen. Die voorschriften staan in het Arbobesluit. Ten slotte acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de werknemer was geinstrueerd en tegen de instructies heeft gehandeld, zeker nu de bedieningsinstructie van de trommel ontbrak. De boete is daarom terecht en het beroep wordt afgewezen.

 

Het is vaste rechtspraak dat een overtreding van artikel 7.7, eerste lid, van het Arbobesluit – afscherming van draaiende delen – een beboetbaar feit oplevert zonder dat er sprake is van opzet of schuld. Is niet voldaan aan dat voorschrift, dan staat de overtreding vast en volgt een boete. Behalve als de werkgever aantoont dat de overtreding hem niet kan worden verweten. Een beroep op een CE-markering is daarvoor niet voldoende.

 

Rechtbank Leeuwarden, 2 oktober 2008, LJN BF5065

 

Reageer op dit artikel