artikel

Kom niet aan mijn boekenkasten

Geen categorie

Op 10 oktober 2002 ondertekenden vertegenwoordigers van het ministerie van SZW, de Werkgeversvereniging Openbare Bibliotheken en vakbonden Abvakabo FNV en CNV Publieke Zaak een arboconvenant voor de bibliotheeksector. Ruim twee jaar daarvoor hadden zij de intentie uitgesproken om een convenant te sluiten. Aanleiding was een onderzoek van de Arbeidsinspectie waaruit bleek dat de bibliotheeksector weinig aandacht had voor arbeidsomstandigheden.

 

De sector meldde zich vervolgens vrijwillig aan voor een arboconvenant. Adviesbureau vhp ergonomie onderzocht welke arborisico’s moesten worden aangepakt. Dat bleken er twee: terugdringen van het ziekteverzuim en het reduceren van de blootstelling aan fysieke belasting. Later voegden de convenantpartijen daar op verzoek van het ministerie van SZW nog het verminderen van de werkdruk aan toe.

 

De sector nam actief deel aan de uitvoering van het convenant. De meeste regelingen werden door meer dan 80 procent van alle bibliotheken ingevoerd. ‘Dat is bijzonder hoog, zeker in vergelijking met andere arboconvenanten’, aldus de BBC in de eindevaluatie.

 

Na drie jaar liep het arboconvenant af. Vorig jaar concludeerde de BBC in het evaluatierapport dat zij tevreden kon zijn over de uitvoering.

 

De bibliotheeksector heeft dan ook wel reden tot tevredenheid. Het gemiddelde ziekteverzuimpercentage daalde er van 6,3 procent in 2000 tot 4,7 procent in 2004 en 2005. Daarmee schoot de sector in positieve zin zijn doel voorbij, want een van de doelstellingen van het arboconvenant was om het gemiddelde verzuimpercentage in oktober 2005 terug te brengen tot 5,3 procent.

 

Of de daling helemaal kan worden toegeschreven aan de maatregelen uit het arboconvenant, is echter maar de vraag. Er zijn andere verklaringen denkbaar, zoals de economische teruggang van de voorgaande jaren. Door de komst van de Wet verbetering poortwachter hadden veel bibliotheken zelf al trainingen verzuimbegeleiding ingekocht en verzuimprotocollen opgesteld. Zo beschikten in 2005 vrijwel alle bibliotheken over een vaste procedure voor een ziekmelding.

 

Daarnaast kwamen de maatregelen die de convenantpartijen ontwikkelden vaak wat laat beschikbaar. Zo zette werkgeversorganisatie WOB een model van een verzuimprotocol in het eerste kwartaal van 2005 op haar website, een half jaar voor het verstrijken van het convenant. De sector blies de invoering van een branchebreed verzuimregistratiesysteem af, mede omdat ArboNed, de arbodienst waarbij veel bibliotheken zijn aangesloten, al een standaard had ontwikkeld die in staat bleek de sector van verzuimcijfers te voorzien.

 

In de eindevaluatie concludeert de BBC dan ook met spijt dat het onmogelijk is om een directe relatie te leggen tussen de ingezette middelen en de gemeten resultaten.

 

De convenantpartijen streefden naar een reductie van de blootstelling aan fysieke belasting met ten minste 20 procent tot 10 oktober 2005. Gaandeweg de looptijd van het convenant bleek dat verzuimd was ‘blootstelling aan fysieke belasting’ te operationaliseren tot een maat. Dat maakte het ondoenlijk om te meten in hoeverre de fysieke belasting nu daadwerkelijk was afgenomen. Wel was het mogelijk om een beeld te schetsen op basis van een vergelijking van de nulmeting uit 2000 met de eindmeting uit 2005. Hieruit blijkt dat de fysieke belasting op meerdere vlakken is afgenomen, maar vermoedelijk niet met de gewenste 20 procent.

 

Onderzoeksbureau Neelen & Co bevestigt dat de fysieke belasting in de sector is gedaald. Het bureau vroeg bibliotheekmedewerkers in hoeverre zij het werk zwaar vonden en concludeerde dat zij bibliotheekwerk in 2005 als minder fysiek belastend beoordeelden dan vijf jaar eerder.

 

Het sjouwen met boeken bleef de belangrijkste bron van fysieke belasting, maar vooral het transporteren, bergen en ruimen van boeken scoorden beter dan voorheen. Bibliotheekmedewerkers signaleerden minder fysieke klachten (een daling van 70% in 2000 naar 65% in 2005). In 2000 gaf bovendien slechts 27,6 procent van de respondenten aan in het geheel geen klachten te hebben, terwijl dit in 2005 gold voor 41,5 procent. Echter: nek-, schouder- en rugklachten komen nog steeds voor bij ongeveer een derde van de bibliotheekmedewerkers in nietleidinggevende functies. Nog altijd worden deze klachten in de helft van de gevallen mede door het werk veroorzaakt.

 

Veel bibliotheken hebben maatregelen genomen om de fysieke belasting aan te pakken, zoals was voorgeschreven in het convenant. Een aantal bibliotheken paste bijvoorbeeld de boekenkarren en de hoogte van de planken in de kasten aan. Dat aanpassen van de boekenkasten had overigens nog heel wat voeten in de aarde. Aanvankelijk zou het convenant dwingende aanpassingen voorschrijven, maar dat stuitte op bijzonder veel verzet vanuit de bibliotheken. Als je aan de boekenkasten komt, kom je aan de collectie en daarmee aan het hart van het bibliotheekwerk, zo bleek. Daarom was het niet mogelijk om de laagste planken te ‘schrappen’, om zo te laag bukken tegen te gaan. Omdat er bovenaan geen plank bij kon komen – want dan zouden de medewerkers te hoog moeten reiken – zouden de bibliotheken minder boeken kwijt kunnen. Dat betekende dus een uitdunning van de collectie. Dat wilden veel bibliotheken pertinent niet. Bovendien ging het vervangen van boekenkasten ook een hoop geld kosten, geld dat bibliotheken niet zomaar kunnen ophoesten. Vandaar dat veel bibliotheken voor een andere oplossing hebben gekozen: voortaan ruimen scholieren de boekenkasten in.

 

Een andere maatregel tegen fysieke belasting uit het convenant was om bibliotheekbezoekers meer zelf te laten doen, zoals het lenen en inleveren van de boeken. Bibliotheken zijn hier echter maar op kleine schaal toe overgegaan. Een reden daarvoor is dat de maatregel verregaande verbouwingen vergt en erg duur is. In het convenant was dan ook opgenomen dat van bibliotheken werd verwacht dat ze de maatregelen zouden treffen bij nieuwof verbouw van de bibliotheek. Uit het eindonderzoek blijkt dat een toenemend aantal bibliotheken dan ook plannen heeft om in de toekomst de aanpassingen alsnog te realiseren. Hetzelfde geldt voor het aanschaffen van nieuwe boekenkasten en karren.

 

Met betrekking tot het thema ‘werkdruk’ waren in het convenant geen doelstellingen vastgelegd. De convenantpartners ontwikkelden de Werkdrukverkenner, te downloaden via www.wobsite.nl, een instrument om de werkdruk branchebreed mee in kaart te brengen. Bibliotheken gebruikten deze om zelf te onderzoeken hoe het met hun werkdruk was gesteld. In 2003 en 2005 vonden metingen plaats, waaraan respectievelijk 84 en 88 procent van de bibliotheken meedeed. Na een vergelijking van de resultaten met landelijke benchmarks bleek dat werkdruk in het geheel geen issue is in de sector. In de periode 2003–2005 trad er bovendien geen significante verandering op in de werkdruk. Omdat werkdruk zoals gezegd bij nader inzien dus niet echt een probleem vormde, zijn directe maatregelen rondom dit speerpunt uit het convenant nauwelijks getroffen.

 

In de eindevaluatie constateert de BBC dat de fysieke belasting en de hoogte van het verzuim wel degelijk een probleem vormden in de sector. Op beide onderwerpen zijn verbeteringen geboekt. Het verzuim is meer gedaald dan gepland, terwijl de fysieke belasting op meerdere vlakken is afgenomen, maar vermoedelijk niet met de gewenste 20 procent. Veel van de verbetermaatregelen die de bibliotheken hebben getroffen, zijn bovendien duurzaam. Nieuwe apparatuur, karren en kasten zullen bijvoorbeeld niet verdwijnen met de beeindiging van de convenantperiode. Bovendien heeft een flink aantal bibliotheken nog verbeteringen gepland die voortvloeien uit de convenantafspraken.

 

Volgens de BBC zijn de meeste verbeteringen als gevolg van het arboconvenant inmiddels stevig verankerd in bibliotheekland. Bibliotheken zouden zich nu bewust zijn van een goed arbobeleid. Het convenant is weliswaar beeindigd, maar het grootste deel van het ontwikkelde ‘instrumentarium’ blijft behouden voor de bibliotheeksector. De werkgeversorganisatie WOB gaat namelijk gewoon door met het beheer van instrumenten als verzuimprotocollen en de digitale risicoinventarisatie- en evaluatie (RI&E). Ook zal de WOB ervoor zorgdragen dat de RI&E zo nodig wordt aangepast aan veranderende eisen van de tijd.

 

Dit is een bewerking van het artikel ‘Zijn de doelstellingen gerealiseerd?’ Arboconvenant Openbare Bibliotheken’ uit Bibliotheekblad 8/9-2006.

 

MEER INFO

 

Branche Begeleidingscommissie Arboconvenant Openbare Bibliotheken, Arboconvenant Openbare Bibliotheken. Eindvaluatie, maart 2006. Deze evaluatie is, samen met het Plan van Aanpak en andere onderdelen van het convenant, te downloaden van de arboconvenantensite van het ministerie van SZW, onder Onderwijs & Cultuur, de arbosite van FNV Bondgenoten en op de site van de werkgevers in de openbare bibliotheken. (http://arboconvenanten.szw.nl/index.cfm?fuseaction=dsp_dossier&set_id=1370&link_id=38891 resp. http://www.arbobondgenoten.nl/arbothem/arboconv/sektdoku/bibliotheken/bibliotheken.htm) resp. www.wobsite.nl/arbozaken. Op de laatste site staat ook veel aanvullende informatie over arbeidsomstandigheden in de sector.

 

 

Reageer op dit artikel