artikel

KWALITEIT VAN BESLUITVORMING

Geen categorie

Dit plan stuitte op grote economische en inhoudelijke weerstanden. De onderhoudssystematiek in Duitsland is veel strenger. Controle vindt weliswaar maar een keer per twee jaar plaats, maar wel veel ‘grundlicher’. Daarmee valt het kostenvoordeel dus weg. Deze bezwaren kwamen niet alleen uit de onderhoudsbranche, maar ook van de werkgeversorganisatie FMECWM. Deze organisatie nam samen met NEN het initiatief om namens de betrokken normcommissie een brief met inhoudelijke bezwaren op te stellen aan de voltallige ministerraad, voor de behandeling van dit Gebruiksbesluit in de Tweede Kamer. De brandweer (NVBR) en de Brandwondenstichting ondersteunden dit later. In Praktijkblad Veiligheid 1/2-2008 is vermeld dat minister Vogelaar de onderhoudstermijn terugbracht naar eens per jaar. De belanghebbenden haalden opgelucht adem.

 

Later werd via politieke lobby een motie ingediend in de Tweede Kamer om de onderhoudsfrequentie toch naar twee jaar te brengen, tegen de beslissing van de minister in. Momenteel zweeft de beslissing tussen de Raad van State en het eindbesluit van de minister.

 

Er wordt een probleem geconstateerd. In dit geval: dat nieuwe wetgeving politiek dreigt te mislukken doordat er voor bepaalde partijen onvoldoende rekening wordt gehouden met de wens om administratieve lasten te verlichten. Na onderzoek door TNO naar wat in verschillende landen gebruikelijk is, kiest men voor een tweejarige onderhoudsfrequentie. De argumentatie voor die keuze is voor andere partijen niet acceptabel. Als de vraag ‘Hoe kan het onderhoud efficienter?’ met de belanghebbenden was besproken, had er iets heel anders uit kunnen komen. Die vraag is echter nooit gesteld. De vraag ‘Stel dat we de onderhoudstermijn willen verlengen, wanneer, hoe en onder welke omstandigheden zou dat kunnen?’ was eveneens heel legitiem geweest, maar ook die is niet gesteld.

 

De beslisser gaat van het probleem – zoals hij dat ziet – naar een oplossing die niet aansluit bij de beleving van de anderen. Met slechte en niet-gedragen besluiten als gevolg.

 

In het voorgaande geval hadden veiligheid en kostenbesparing best samen op de agenda kunnen staan. Zo is al voorgesteld om het jaarlijkse onderhoud door een externe deskundige samen te laten vallen met de interne visuele inspectie, waardoor er ook in menskracht op deze activiteit wordt bespaard. Ook is het onderhoud te combineren met het jaarlijks onderhoud van de brandslanghaspels en noodverlichting, waardoor geen extra tijd en kosten van het vervoer voor het onderhoud ontstaan.

 

Anderen hebben voorgesteld om de onderhoudstermijn te differentieren, afhankelijk van de situatie. Voor toestellen in een omgeving met een constante en lage luchtvochtigheid en weinig gevaar zou onderhoud een keer per twee jaar volstaan. Toestellen in een gevaarlijke omgeving die bovendien veel aan omgevingsinvloeden blootstaan (zware industrie, maar wellicht ook in scholen), hebben mogelijk twee maal per jaar een onderhoud nodig. Veiligheid mag best wat kosten, maar dan moeten die kosten wel verantwoord zijn.

 

Als je vanuit de gezamenlijke doelstellingen criteria en randvoorwaarden verkent en prioriteiten vastlegt, kom je sneller en beter tot een duurzame oplossing. In dat kader zouden de belanghebbenden bijeen kunnen komen om in gezamenlijk overleg de onderhoudsnorm voor draagbare blustoestellen, NEN 2559, te herzien.

 

Veranderingen stuiten vaak op weerstand. Dat is vervelend omdat geduw en getrek de productiviteit niet ten goede komt. In iedere discussie over de haalbaarheid van bepaalde maatregelen of werkwijzen kan het zinvol zijn een stapje terug te doen. Terug naar: ‘Waar hebben we het over? Waar gaat het werkelijk om? Wat is daarbij voor mij belangrijk? En wat is voor de ander belangrijk? Waar zitten de gemeenschappelijke elementen?’

 

Gaat het om het beheersen van veiligheidsrisico’s, dan is de valkuil van een eenzijdige besluitvorming des te ernstiger. Als laatste vangnet kan de bhv dit probleem niet oplossen. Wel kan inzicht in deze valkuil helpen die bespreekbaar te maken en op te lossen op het niveau waar het thuishoort: in het overleg tussen de sociale partners.

 

Met dank aan Wim Kwakkenbos, voorzitter van de normcommissie ‘Draagbare en verrijdbare blusmiddelen’.

 

Aanbevolen methodiek in schema

 

 

Reageer op dit artikel