artikel

Lange dagen of korte nachten?

Geen categorie

Of een vervolgtraject nu wel of niet nodig was, iedereen nam eerst deel aan een algemene voorlichtingsdag. Daarin werd naast de fysieke kant ook juist het mentale aspect belicht. De voorlichting ging dan ook verder dan ‘drie uur lang kletsen over stoelen en tafels’, zoals enkelen vooraf vreesden. De voorlichters lieten de deelnemers namelijk aan den lijve ondervinden hoeveel invloed een verkeerde werkhouding heeft op de spierspanning. Voor wie het mee wil voelen: span uw benen en richt uw aandacht op uw buikspieren. Dan registreert u dat u die aanspant – iets waar u zich waarschijnlijk eerst niet van bewust was. Wie dat de hele dag doet, belast ook wat daarachter zit: zijn maag-darmstelsel, en dat kan allerlei klachten veroorzaken. Bovendien gaat de ademhaling omhoog: een borstademhaling in plaats van een buikademhaling. Doordat dit soms extreme vormen aanneemt, kunnen aan hyperventilatie gerelateerde verschijnselen ontstaan.

 

Of een medewerker naast de voorlichting ook in aanmerking kwam voor een vervolgtraject, hing primair af van zijn of haar RSI-klachtniveau. Dat werd bepaald aan de hand van een vragenlijst, die onder alle medewerkers werd verspreid. Ruim 75 procent (509 medewerkers) nam daadwerkelijk deel aan het onderzoek.

 

Het meeste effect kon worden bereikt bij mensen met RSI-klachtniveau twee (‘alleen bij verschillende handelingen pijn’). Om te voorkomen dat hun klachten zouden verergeren tot niveau drie, was het zaak tijdig en gericht in te grijpen.

 

En dan de vraag waarmee dit artikel begon: hoe komt een werkgever of arbodienst erachter wat de oorzaak is van RSI – in hoofdzaak ergonomie of vooral stress? Om die vraag direct wat moeilijker te maken: die twee oorzaken kunnen elkaar versterken. Als een werknemer bijvoorbeeld psychisch vermoeid is, heeft hij de neiging onderuit te gaan zitten. Dat is niet alleen slecht voor de rug, maar ook voor de nek en schouders. Als de werknemer namelijk in die houding gaat typen, worden zijn armen door het hefboomeffect aanzienlijk zwaarder dan normaal. Ook is het niet eenvoudig om een betrouwbaar beeld te krijgen van diffuse begrippen zoals stress. De een voelt zich uitgeput, de ander merkt misschien een gebrek aan concentratie of vindt dat huisgenoten ‘even niet aan m’n kop moeten zeuren’ bij thuiskomst na het werk. Om stress betrouwbaar te meten met een vragenlijst, moeten er dus vragen worden gesteld die zicht geven op die verschillende aspecten en gevoelens.

 

 

Figuur 2. In VIT vindt gerichte interventie plaats op basis van betrouwbare indicatoren

 

En dat is nou precies wat de Vragenlijst Beleving en Beoordeling van de Arbeid (VBBA, www.vbba.nl) doet. Dit is een onderdeel van het Monitor@Work instrumentarium van SKB Vragenlijst Services. In het onderzoek bij LNV is gebruikgemaakt van de schaal Herstelbehoefte die de psychische vermoeidheid meet. Aangetoond is dat deze meetschaal zeer sterk correleert met de bloedspiegel van het stresshormoon cortisol**. Wetenschappelijk onderzoek heeft verder aangetoond dat mensen met een hoge score op de schaal herstelbehoefte vaker hart- en vaatziekten krijgen, vaker langdurig verzuimen, vaker psychische klachten ontwikkelen, vaker bij bedrijfsongevallen betrokken zijn en zoals eerder al gezegd ook vaker (ernstige) RSI-klachten ontwikkelen.

 

Voor de 139 medewerkers met klachtniveau twee (28% van de respondenten) waren twee vervolgtrajecten opgezet: een met nadruk op de fysieke kant en een met nadruk op de mentale kant.

 

58 van de 139 genoemde medewerkers hadden geen of matige vermoeidheidsklachten zodat de interventie zich vooral richtte op de fysieke en ergonomische aspecten. Om de RSI-klachten aan te pakken, namen deze medewerkers deel aan een fysieke training door een bedrijfsoefentherapeut Mensendieck. In drie groepscontactdagen werkten zij aan hun lichaamshouding. Zo’n vier weken na de laatste contactdag bezocht de bedrijfsoefentherapeut Mensendieck de deelnemers op de werkplek. Dat gaf degenen die toch weer terugvielen in hun oude gewoontes, een extra impuls. Aan de hand van hun antwoorden op de vragenlijst werd zonodig de werkplek bezocht en werden eventueel gewenste aanpassingen doorgevoerd.

 

De overige medewerkers met klachtniveau twee hadden wel aanmerkelijke vermoeidheidsklachten. Zij namen deel aan een training over stresshantering. De deelnemers kregen begeleiding van bedrijfsmaatschappelijk werkers. In de vijf sessies leerden ze hun stressbron te herkennen. Ze kregen bijvoorbeeld opdrachten mee naar huis als: houd bij wat je de afgelopen week zo heeft geirriteerd.

 

Kort na de uitvoering van het project VIT ligt het verzuim bij de Dienst Regelingen 1,4 procent lager. Natuurlijk kan pas na herhaalde meting echt worden vastgesteld of de aanpak heeft gewerkt. Daarom hebben de LNV-bedrijven als doel te meten hoe sterk de nieuwe aanwas van mensen met RSI-niveaus 2 en 3 afneemt. Op de lange termijn ligt daar namelijk de echte winst.

 

Meer info: j.prins@skb.nl

 

Reageer op dit artikel